|
Overzicht:
- Reportage STIWOT Meeting
- Nieuw design Go2War2.nl
- Verhoor Baldur von Schirach op Go2War2.nl
- Gesurft en gewogen
- Paul Warfields Tibbets Jr.
- Boeken en filmnieuws
- Medewerker onder de loep
- Ooggetuigenverslagen op Go2War2.nl
Reportage
STIWOT Meeting
(Egbert van de Schootbrugge)
Op 22 januari 2007 bestond STIWOT, Stichting Informatie Wereldoorlog
Twee,
vijf jaar. STIWOT groeide in die vijf jaar van een klein clubje
enthousiaste vrijwilligers uit tot een volwaardige stichting met 6
lopende
projecten. Dit heugelijke feit moest natuurlijk gevierd worden en dat
gebeurde dan ook met een speciale meeting op zaterdag 3 november 2007.
Al maanden voor het begin van de meeting werd een begin gemaakt met de
voorbereidingen. De locatie stond al snel vast, namelijk het Liberty Park
te Overloon. De complete reportage is vanaf dit moment na te lezen op de
STIWOT Reizen website!
Nieuw design
Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Trouwe
bezoekers is het vast niet ontgaan dat onze website Go2War2.nl
in oktober in een nieuw jasje gestoken is. Na ruim vier jaar van dienst
was het
design aan vernieuwing toe. Het nieuwe ontwerp is moderner en sluit
geheel
aan
bij de Stiwot-huisstijl.
Wanneer u dat nog niet gedaan heeft, nodigen wij
u van
harte uit om een bezoek te brengen aan de vernieuwde website. Op- en
aanmerkingen over de designverandering zijn van harte welkom op info@go2war2.nl.
Verhoor Baldur von Schirach op
Go2War2.nl (redactie
Go2War2.nl)
Elke maand
citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een stuk uit een verhoor van het Internationale
Militaire Tribunaal in Neurenberg.
Dit keer hebben we een passage geselecteerd uit het verhoor
van Baldur
von Schirach, de leider van de Hitlerjugend. Ter sprake komt de
vraag in hoeverre de Hitlerjugend de jeugd voorbereidde op de oorlog.
Dr. SAUTER:
[…] Getuige, ik ga nu verder met uw ondervraging. U bent ervan
beschuldigd de
jeugd te hebben voorbereid op de oorlog, psychologisch en pedagogisch. Er
wordt
van u beweerd te hebben deelgenomen aan een daartoe strekkende
samenzwering,
een samenzwering waardoor de Nationaal-Socialistische beweging in
Duitsland de
absolute macht zou verkrijgen en die uiteindelijk voorbereidingen trof
voor een
agressieve oorlog en die ook voerde. Wat kunt u daarover zeggen?
VON
SCHIRACH: Ik heb niet aan enige samenzwering deelgenomen. Ik kan mijn lid
worden van de Nationaal-Socialistische Partij niet als deelname aan een
samenzwering beschouwen. Het programma van die Partij was aanvaard, het
was
gepubliceerd. De Partij was bevoegd deel te nemen aan verkiezingen.
Hitler
noch
een van zijn medewerkers had ooit gezegd: “Ik wil door een
staatsgreep aan de
macht komen”. Keer op keer verklaarde hij in het openbaar, niet
eenmaal maar
honderden keren: “Ik wil dit parlementaire systeem met legale
middelen
afschaffen want het voert ons jaar na jaar dieper in de ellende.”
En
ik, als
jongste afgevaardigde van de Reichstag vertelde mijn 60.000 kiezers
ongeveer
hetzelfde op verkiezingsbijeenkomsten.
Er was
niets dat als bewijs voor een samenzwering kon dienen, niets dat achter
gesloten deuren werd besproken. Over wat we wilden legden we openlijk
verantwoording af aan de natie en voor zover rond de aardbol het gedrukte
woord
wordt gelezen had iedereen in het buitenland geïnformeerd kunnen
worden over
onze wensen en doelstellingen.
Waar het
voorbereiding op oorlog betreft moet ik verklaren dat ik niet deelnam aan
enige
vergadering of het uitvaardigen van bevelen die een aanwijzing zouden
kunnen
zijn voor voorbereiding op een agressieve oorlog. Dat kan men meen ik
opmaken
uit het verloop der gebeurtenissen voor dit Hof tot nu toe.
Ik kan
alleen dit verklaren: ik heb niet deelgenomen aan een samenzwering. Ik
geloof
ook niet dat er sprake was van een samenzwering; het idee van een
samenzwering
staat lijnrecht tegenover dat van de dictatuur. Een dictatuur smeedt geen
complotten, een dictatuur beveelt.
Dr. SAUTER:
Getuige, wat deed de leiding van de Hitlerjugend om de jeugd voor te
bereiden
op oorlog en hen te oefenen voor oorlogstaken?
VON
SCHIRACH: Voor ik die vraag beantwoord moet ik meen ik eerst het verschil
uitleggen tussen militaire training en premilitaire training. Militaire
training is naar mijn mening training met oorlogswapens en alle training
die
door militair personeel wordt gegeven, dat wil zeggen door officieren,
met
of
zonder oorlogswapens. Premilitaire opvoeding, premilitaire training is in
de
ruimste zin van het woord alle training die voor de militaire dienst
plaatsvindt, in bijzondere gevallen is het een aparte voorbereiding op de
militaire dienst. Wij in de HJ waren tegenstanders van enige militaire
exercitie door de jeugd. We vonden dergelijke exercities niet passend
voor
de
jeugd. Ik geef hier niet mijn persoonlijke mening maar die van duizenden
van
mijn medewerkers.
Het is een
feit dat ik de Wehrjugend (Jeugddefensie) afwees, die eerder al in
Duitsland
bestond en heb niet toegestemd in voortzetting van het werk van de
Wehrjugend
binnen de HJ. Ik was altijd sterk gekant tegen het soldaatje spelen in
een
jeugdorganisatie. Ondanks al mijn hoge achting voor het beroep van
officier,
beschouw ik een officier nog altijd niet in staat om de jeugd te leiden
want op
een of andere manier zal hij voor de jeugd altijd de toon van het
exercitieveld
aanslaan en de formaliteiten van de militaire leiding aan de jeugd
opleggen.
Dat is de reden waarom ik als mijn assistenten binnen de HJ geen
officieren
had. Juist vanwege mijn weigering, officieren in te zetten als
jeugdleiders
werd ik bij gelegenheid door de Wehrmacht ernstig bekritiseerd. Ik zou
willen
benadrukken dat dit niet van het OKW afkomstig was, Veldmaarschalk Keitel
in
het bijzonder had veel begrip voor mijn opvattingen. Binnen de Wehrmacht
was
echter zo nu en dan kritiek te horen vanwege de in het algemeen negatieve
houding
van de Jugendführung tegen het gebruik van officieren als leiders
van
een
jeugdorganisatie. Het principe ”jeugd wordt door jeugd
geleid”
werd in
Duitsland nooit geweld aangedaan.
Als ik nu
definitief antwoord moet geven op de vraag of de jeugd voorbereid werd op
oorlog en of zij in militaire zin werd geoefend moet ik samenvattend
zeggen dat
de belangrijkste inspanningen van al het jeugdwerk in Duitsland
uitmondden
in
handelsconcurrentie, in de handelsscholen, in kamperen en in
sportwedstrijden.
Lichamelijke opvoeding, die misschien op een bepaalde manier gezien kan
worden
als voorbereiding op militaire dienst, nam slechts een klein deel van
onze
tijd
in beslag.
Ik zou hier
een voorbeeld willen geven: Een ‘Gebiet’ of district van de
HJ, bijvoorbeeld
het Gebiet Hessen-Nassau, ongeveer hetzelfde als een Gau van de Partij,
besteedde in 1939 de fondsen als volgt: Voor trektochten en kamperen
9/20ste,
voor cultureel werk 3/20ste, voor sport en lichamelijke oefening 3/20ste,
voor
de Landdienst, andere taken en de kantoren 5/20ste deel. Hetzelfde Gebiet
spendeerde in 1944 –één jaar voor het einde van de
oorlog- aam cultureel werk
4/20ste, aan sport en defensieve training 5/20ste, voor de Landdienst en
andere
taken 6/20ste en voor de evacuatie van kinderen naar het platteland
5/20ste
deel.
In dat
verband zou ik kort willen opmerken dat hetzelfde Gebiet, in de periode
tussen
1936 en 1943 geen kosten maakte voor rassenpolitieke opvoeding; in 1944
stond
er onder de kop ‘rassenpolitieke opvoeding’ een uitgave van
20
Mark voor
aanschaf van een platenboek over erfelijkheid en geslachtsziekten. In dat
zelfde Gebiet werd in één enkele stad echter 200.000 Mark
uitgegeven om de
jeugd naar het theater te kunnen laten gaan.
De vraag
betreffende militaire of premilitaire training kan ik niet beantwoorden
zonder
de klein-kaliber schietoefeningen te noemen. Klein-kaliber schieten was
een
sport onder de Duitse jeugd. Het werd beoefend volgens de regels die
internationaal waren vastgelegd voor de schietsport. Klein-kaliber
schieten was
op grond van Artikel 177 van het Verdrag van Versailles niet verboden. In
dat
artikel van het verdrag staat duidelijk vermeld dat het voor
schietverenigingen, sport- en kampeerorganisaties verboden is, hun leden
te
oefenen in het omgaan met en het gebruik van oorlogswapens. Voor onze
schietsport gebruikten we een geweer dat gelijk was aan het Amerikaanse
.22
kaliber. Het werd gebruikt met de .22 kaliber Flobert patronen voor de
lange en
korte afstand.
Ik zou hier
willen zeggen dat alles over onze hele scherpschutterstraining en andere
zogeheten premilitaire training verzameld was in een handboek getiteld
“Dienst
bij de HJ.” Dat boek werd niet alleen in Duitsland gedrukt en
verkocht maar was
ook in het buitenland verkrijgbaar.
De Britse
Commissie van Onderwijs beoordeelde in 1938 dat boek in haar Opvoedkundig
Bericht, nummer 109. Met toestemming van het Tribunaal zou ik in het kort
willen citeren wat daarover in dit bericht wordt gezegd. Ik citeer in het
Engels:
“Er kan
eerlijkheidshalve niet van worden gezegd dat het in essentie meer
militaristisch
is dan welk diepgaand, uitgebreid en grondig handboek voor de
Padvindersopleiding zou zijn. Zeker, er worden ongeveer 40 pagina’s
gewijd aan
theorie en praktijk van het schieten met klein-kaliber geweer en
luchtbuks
maar
er staat niets in waartegen redelijkerwijs bezwaar kan worden gemaakt en
het
ergste dat men ervan kan zeggen is dat ze met vertrouwen kunnen worden
aanbevolen aan elke Padvinder die zijn scherpschuttersmedaille wil
halen.” Wat
de geestelijke instelling van de HJ betreft kan ik alleen maar zeggen dat
die
absoluut niet militaristisch was.
Lees het complete verhoor.
Gesurft en gewogen (René ten Dam)
In een tijd
waarin het mode lijkt historische zaken in een canon te benoemen, blijft
het
NIOD niet achter met een Bezettingscanon. Daarbij kiest het NIOD er voor om
zich niet te richten op individuen,
maar op zaken en gebeurtenissen. Het NIOD gaat echter wel een stapje
verder dan
de meeste canons en ziet de Bezettingscanon niet als statisch geheel,
maar
stelt de canon openlijk ter discussie. Als bezoeker ben je vrij een nieuw
onderwerp
aan te dragen of een bestaande af te wijzen. Enkele thema’s die nu
in de canon
staan zijn ‘Jodenvervolging’, ‘Arbeidsinzet’ en
‘Kultuurkamer’. Maar aandacht
is er ook voor de oorlog in de Oost met ‘Slag in de Javazee’
en ‘Japanse
interneringskampen'.
Naast de
aanwezigheid van een aantal naoorlogse zaken als bijvoorbeeld ‘De
Drie van
Breda’ en ‘Plekken van herinnering’ zijn ook de
thema’s ‘Onafhankelijkheid van
Indonesië’ en ‘Koloniale oorlog’ opvallend. Het
geeft maar weer eens aan dat
geschiedenis niet bestaat uit opzichzelfstaande gebeurtenissen, maar dat
er een
causaal verband zit tussen deze gebeurtenissen.
Voor velen
zal de website niet nieuw zijn, maar de Bezettingscanon mag best nog eens
onder
de aandacht gebracht worden. Het is een te waarderen initiatief dat het
NIOD de
discussie over de oorlogsjaren levend wil houden, niet alleen uit
educatief
oogpunt.
Paul Warfield Tibbets Jr. (Egbert van de Schootbrugge)
Paul Warfield Tibbets Jr. de piloot van de ‘Enola Gay’, (de
naam van het vliegtuig dat de eerste atoombom in de geschiedenis boven de
Japanse stad Hiroshima afwierp) is op 1 november 2007 overleden. De NOS
berichtte hierover: “De piloot van het
Amerikaanse vliegtuig dat de eerste atoombom afwierp, Paul Warfield
Tibbets
jr., is op 92 jarige leeftijd overleden. De oud-vlieger van de B-29
bommenwerper Enola Gay overleed donderdag in zijn huis in de Amerikaanse
staat
Ohio, maakte zijn manager en uitgever Paul Newhouse bekend. Tibbets was
dertig
jaar oud toen hij het naar zijn moeder vernoemde toestel Enola Gay op 6
augustus 1945 naar Hiroshima leidde.” Volgens zijn
kleindochter
Kia Tibbets
was het overlijden het gevolg van een achteruitgaande gezondheid die zijn
lichaam de laatste maanden sloopten.
Het toestel waarmee Tibbets en zijn mannen de
atoombom af zouden werpen, vertrok op 6 augustus 1945 van Tinian naar
Japan,
met Tibbets als piloot en gezagvoerder over de twaalfkoppige bemanning.
Aan
boord was een vijf ton zware atoombom die Little Boy werd genoemd.
Omstreeks
kwart over acht in de ochtend (plaatselijke tijd) werd deze boven
Hiroshima
afgeworpen. Bij de explosie kwamen tachtigduizend mensen om, en door
stralingsziekten verloren later nog eens zestigduizend mensen het leven.
In
zijn boek “The Tibbets Story” schrijft hij over de zojuist
ontplofte atoombom: “the awesome sight that met our eyes
as we
turned for a heading that would take us alongside the burning, devastated
city.
The giant purple mushroom, which the tail-gunner had described, had
already
risen to a height of 45,000 feet, 3 miles above our own altitude, and was
still
boiling upward like something terribly alive.” Ook zei hij
over
deze
missie: “I was anxious to do it, I wanted
to do everything that I could to subdue Japan. I wanted to kill the
bastards. That was the attitude of the United States in those
years.” “I
have been convinced that we saved more lives than we took,” he
said,
referring
to both American and Japanese casualties from an invasion of Japan.
“It would have been morally
wrong if we’d have had that weapon and not used it and let a
million
more
people die.”
Tibbets zou in de loop der jaren meer en meer bekend worden als dé
man die
de atoombom op Hiroshima had afgeworpen. Zelfs de overige bemanningsleden
worden vaak vergeten. Tibbets heeft niet vaak na de oorlog willen
meewerken aan
een interview meestal verwees hij naar zijn boek. In 1975 heeft hij
echter
wel
eens meegewerkt aan een interview waarbij hij de volgende opmerking
maakte: "dat het zijn vaderlandslievende plicht was en
dat hij had gedaan wat juist was. Ik ben er niet trots op dat ik
tachtigduizend
mensen heb gedood, maar ik ben er wel trots op dat ik de missie uit het
niets
kon plannen en met zoveel succes heb uitgevoerd."
Met hoeveel succes de missie ook uitgevoerd mocht zijn, na de Tweede
Wereldoorlog verscheen er een Nederlandse documentaire over de
“atoomvluchten.”
Welke te bekijken is de website van de VPRO:
Hierin worden aanvankelijke problemen in de eenheid voor, tijdens en na
de
vluchten belicht. Hieruit blijkt dat de eensgezindheid die vaak verwacht
wordt
niet aanwezig is.
Na de oorlog heeft Tibbets vele malen kritiek gekregen. Een
pro-communistisch blad noemde hem in 1965: “’s werelds
grootste moordenaar” en
in 1976 haalde hij de woede op de hals van de burgemeester van Hiroshima
omdat
hij het afwerpen van de atoombom simuleerde met een B-29. Tibbets
zelfs ziet het anders:
“I viewed my mission as one to save lives, I didn’t bomb
Pearl
Harbor. I didn’t start the war, but I was going to finish
it.”
Tibbets
is op eigen verzoek gecremeerd, waarna zijn as op een onbekende plaats is
uitgestrooid, om zodoende protestanten of grafschenners niet de
mogelijkheid te
geven zijn graf te onteren.
Boeken- en filmnieuws (Redactie Go2War2.nl)
Sinds eind
oktober draait de Duitse speelfilm “Der Fälscher” in de
Nederlandse
filmtheaters. De film speelt
zich af in het Derde Rijk en vertelt het verhaal van de Duitse
valsemunter
Sorowitsch. Als gevangene in concentratiekamp Sachsenhausen raakt hij
betrokken
bij een geheime nazi-operatie. Hij en een groepje zorgvuldig uitgezochte
professionals moeten buitenlands geld vervalsen. Met dit geld willen de
nazi’s
de economie van de geallieerden ondermijnen. Tegelijk met het uitkomen
van
deze
film bracht uitgeverij Luitingh het boek “Monstervervalsing”
van Lawrence Malkin
uit. Dit boek behandelt dezelfde geheime operatie als de film. Malkin
beschrijft het waargebeurde, ijzingwekkende verhaal van de mannen van
Barak
19, die met de dood in de ogen de enorme hoeveelheid valse biljetten
moesten
produceren. Als ze te snel werkten en het plan van de nazi's zou slagen,
werden
ze ter dood gebracht om het complot stil te houden. Als ze te langzaam
werkten,
werden ze als saboteurs vergast. Ze konden alleen maar hopen dat ze op
tijd
bevrijd zouden worden... (Bron: Uitgeverij Luitingh)
Uitgeverij
Kok bracht in oktober het boek “Wie
is wie in de Tweede Wereldoorlog” uit. Het
268 bladzijden tellende naslagwerk geeft een overzicht van belangrijke
personen
in de Tweede Wereldoorlog. Van hoofdrolspelers als Adolf Hitler, Josef
Stalin,
Franklin D. Roosevelt en Winston Churchill tot belangrijke figuranten als
Anne
Frank en Kurt Waldheim. Daarnaast wordt er bijzondere aandacht besteed
aan
de
belangrijkste figuren uit Nederland in de Tweede Wereldoorlog, zoals de
verzetshelden Frits de Zwerver en Johannes Post en de voorman van het
Nederlands nationaal-socalisme, Rost van Tonningen. (Bron: Uitgeverij Kok)
Tot slot
wijzen we u nog op de documentaire “I Have Never Forgotten
You” die onlangs op
dvd is uitgebracht door TDM Entertainment. De documentaire vormt een
intieme
kijk in het leven en de nalatenschap van Simon Wiesenthal, de beroemde
nazi-jager en humanitair. De documentaire is ingesproken door Nicole
Kidman en
bevat interviews met diverse regeringsleiders, maar ook nog nooit eerder
geïnterviewde vrienden, familie en medestrijders voor gerechtigheid.
Veel
ongezien beeldmateriaal en foto’s vertellen het bijzondere
levensverhaal van
deze legendarische en onbaatzuchtige man. Wat was de drijvende kracht
achter
zijn werk? Wat dreef hem tot zijn standvastigheid in het veroordelen van
de
oorlogscriminelen terwijl de kansen op het ‘pakken’ van deze
nazi’s heel klein
waren? Wat is zijn nalatenschap vandaag nog, meer dan zestig jaar na de
Tweede
Wereldoorlog? (Bron: TDM Entertainment).
Beide
boeken en de documentaire worden binnenkort op Go2War2.nl
gerecenseerd.
Medewerker onder de
loep (Redactie Nieuwsbrief)
Naam: Ewoud van Eig
E-mailadres: ewoud@stiwot.nl
Hoe ben je bij STIWOT terechtgekomen?
Om een lang verhaal kort te houden, kwam ik ooit terecht op
Go2War2.nl. Ik vond het een erg interessante website en vond dat de
layout
wel
aan verbetering toe was. Na wat correspondentie met Frank van der Drift
en
Jeroen Koppes mocht ik een layout ontwerpen voor de voormalig webshop van
STIWOT, Wo2shop.nl. Sindsdien ben ik werkzaam als grafisch vormgever van
STIWOT.
Wat doe je zoal voor STIWOT?
Ik heb voor STIWOT de meeste projecten voorzien van een
nieuwe layout. Daarnaast verzorg ik ook de overige grafische
werkzaamheden
voor
STIWOT.
Sinds september 2007 ben ik aangesteld als nieuwe
projectleider voor Oorlogsmusea.nl. Ik vind dit een uitdaging en heb dan
ook
nog veel nieuwe plannen voor Oorlogsmusea.nl voor het volgend jaar.
Hoe lang werk je al voor STIWOT?
Ik ben in het najaar van 2003 in contact gekomen met STIWOT.
Dat is dan al weer zo’n 4 jaar geleden. Sinds die tijd ben ik ook
al
een vertrouwd
donateur van de stichting.
Hoeveel tijd ben je per week kwijt aan STIWOT?
Dit variert heel erg. Aangezien ik meerdere werkzaamheden
verricht binnen STIWOT kan het op sommige momenten erg hectisch zijn. Als
projectleider ben ik wel iedere dag bezig met Oorlogsmusea.nl. Ik ben
daardoor
vrijwel iedere dag actief voor STIWOT.
Wat is het leukste dat je tot nu toe met STIWOT hebt
meegemaakt?
De Battlefield Tour naar Eben-Emael en Margraten was erg
gezellig. Ook was de meeting in het Liberty Park een geslaagde dag! Het
is
dan
ook wel eens leuk om voor de verandering mensen persoonlijk te spreken in
plaats van via internet.
Met welke STIWOT medewerkers heb je het meeste contact?
Het meeste contact heb ik met Barry van Veen en Jeroen
Koppes.
Wat doe je naast STIWOT op WO2 gebied?
Momenteel vrij weinig. Af en toe maak ik een uitstap naar
een museum of andere bezienswaardigheid. Ik richt mij momenteel volledig
op een
projectleiderschap om zo een aantal zaken op orde te stellen. Tot die
tijd
heb
ik vrij weinig tijd voor andere WO2 gerelateerde activieiten.
Wat doe je naast STIWOT op persoonlijk gebied (werk/studie)?
Naast STIWOT ben ik full-time student Werktuigbouwkunde aan
de Technische Universiteit Delft. Na het afronden van mijn Bachelor wil
ik
waarschijnlijk een Master in Bio-Mechanical Engineering gaan volgen.
Welk aspect van WO2 interesseert je het meest?
Wat mij het meest fascineert zijn de technische
ontwikkelingen in algemene zin die voor, tijdens en na de Tweede
Wereldoorlog
plaatsvonden. Oorlog is dan wel een verschrikkelijke gebeurtenis, maar
het
zorgt wel voor een vermogen-injectie in de technische industrie. Simpele
voorbeelden hiervoor zijn de radar en de straalmotor.
Wat vind je omgeving van je hobby?
Zij vinden het allemaal erg interessant, ik krijg altijd er
veel belangstelling voor mijn activiteiten voor STIWOT.
Wat is je favoriete internet site (gelieve geen STIWOT site
te noemen)?
Dat is Google. Erg fijn zo’n zoekmachine.
Op welke dag in de week is het even geen wo2?
Vrijwel geen enkele. Ik ben als projectleider iedere dag wel
direct of indirect actief voor STIWOT.
Wat zou je nog een keer willen bezoeken/zien of meemaken?
Ik zou nog wel eens reis willen maken langs de
concentratiekampen in Polen. Deze verschrikkelijke plekken zijn voor mij
een
symbool voor de waanzin van een bepaalde ideologie.
Wil je nog wat kwijt?
Dat STIWOT de afgelopen 5 jaar een geweldige prestatie heeft
geleverd. Ik hoop dan ook dat STIWOT de aankomende jaren deze lijn
voortzet!
Ooggetuigenverslagen op Go2War2.nl (Redactie
Go2War2.nl)
Het team
van Go2War2.nl
is voortdurend op zoek naar ooggetuigenverslagen van de Tweede
Wereldoorlog.
Ooggetuigenverslagen maken de geschiedenis meer tastbaar en tonen welke
invloed
grote historische gebeurtenissen hadden op het leven van het individu. We
willen de geschiedenis zo breed mogelijk benaderen en kunnen er dus niet
omheen
om ook verhalen van NSB-leden en collaborateurs te publiceren. We
beseffen
goed
dat collaboratie nog altijd een gevoelig onderwerp is, maar
desalniettemin
is
het verhaal van deze mensen ook een deel van onze geschiedenis. Op onze
website
kunt u nu het verhaal lezen van Johannes
Pilippus Sopar. Hij was lid van de NSB en vocht tijdens de oorlog in
de
Waffen-SS. Na de oorlog ruilde hij het leger van Hitler om voor het Leger
des
Heils. Hieronder een korte passage uit zijn opmerkelijke verslag:
“Toen de NSB zich in de begin dertiger jaren opwierp als de redder
van het
vaderland en vooral van de armen, heb ik mij bij die partij aangesloten.
Arme
Drentse en Zeeuwse boeren deden dat ook. Niet omdat die boeren en ik
allemaal
echt pro-Duits gezind waren, maar wel omdat Colijn met zijn stinkend
rijke
gereformeerde rotkliek ons in de merode hield [Bargoens voor in de
tang of klem houden (red.)] en de armoede op
alle fronten liet doorrotten. Man, wat heb ik een hekel aan die Colijn
gehad.
Voor de NSB heb ik me werkelijk uitgesloofd. Ik geloofde heilig in de
idealen
die Mussert op het kleed bracht. Mussert was een eenvoudig man met naar
mijn
smaak een goede kijk op het dagelijks leven, een pragmaticus, die precies
wist
wat het overgrote deel van de bevolking nodig had. Jammer genoeg was hij
niet
een krachtdadige figuur, want dan was de NSB nog veel groter geworden. Op
een bepaald
moment had de NSB 140.000 aanhangers. De zalen waren vaak veel te klein
voor
vergaderingen, want de opkomst was groot. Op de hoogtijdagen in Lunteren
[hier hield de NSB openluchtbijeenkomsten,
de zogenoemde hagespraken. (red.)] waren er soms wel 120.000 mensen.
Daar
waren veel intellectuelen bij, zoals doktoren, professoren, rechters,
politiecommissarissen en andere hoogwaardigheidsbekleders. Zelfs na de
val
van
Stalingrad waren er nog zeker 80.000 leden. Oorspronkelijk kom ik voort
uit een
van geslacht op geslacht voortgebouwde soldatenfamilie, afstammend van de
Franse Hugenoten. Onze stamvader droeg de naam Chaupard, die naderhand is
verbasterd tot Sopar. Zoals ik al zei, we hebben het nooit breed gehad.
In
gestichten werd ik groot gebracht. Het was een leerschool voor het leven.
Veel
goeds leerde ik er niet. Wel raffinement, de wil om te overleven en het
wegwerken van angst. Dat heeft misschien later mijn leven aan het
Oostfront wel
gered.
Op vrij jeugdige leeftijd werd ik timmerman. Kon ik tenminste met hard
werken
een stukje brood verdienen. Niet dat ik mij nou direct een geweldige
ambachtsman vond hoor, maar je had wat om handen en het werd gewaardeerd
door
de omgeving. Net of ik het kon helpen dat ik uit een armoeizooitje
afstamde.
Niemand kiest zijn eigen ouders uit, eigenlijk een groot en grof stuk
onrecht
in onze natuur.”
Lees
het complete ooggetuigenverslag.
|
STIWOT Nieuwsbrief
7de jaargang, 7e editie
november 2007
De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan
enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede
Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in
dit continue project op vrijwillige basis.
Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om
contact op te nemen met STIWOT.
|