Overzicht: 
- Routes en Reistips op TracesOfWar.com
- Wereld in Oorlog nr. 39 is verschenen
- Interview: Op zoek naar O'Neill uit Detroit
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl
- Recensie: Operatie Jedburgh
- STIWOT Reizen Battlefield Tour "Normandië" - 4 tot en met 8 oktober 2014
- Miniquiz: D-Day, 6 juni 1944: 70 jaar geleden
- Recensie: Moordenaar in Toga
- D-Day, 6 juni 1944: Een veteraan vertelt


 
Routes en Reistips op TracesOfWar.com (Redactie TracesOfWar.com)
Op de website TracesOfWar.com staan op dit moment bijna 50.000 musea, monumenten, begraafplaatsen en andere bezienswaardigheden met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog online. Dit enorme aantal is natuurlijk geweldig maar zorgt er soms ook voor dat we door de bomen het bos niet meer zien. Daarom starten we met de publicatie van Routes en Reistips op de website.

Routes
In juni 2014 zal in Normandië de 70e herdenking van D-Day plaatsvinden. Vanaf dat moment zullen duizenden toeristen Normandië bezoeken. Speciaal voor deze toeristen bedachten we 3 themaroutes die langs de belangrijkste van deze bezienswaardigheden leiden en het verhaal achter deze bezienswaardigheden vertellen. De eerste route met als thema "De Britse luchtlandingsoperatie en Sword Beach op D-Day" staat nu online.
 
 
Reistips
In veel grote steden zijn de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog zo dik gezaaid dat het lastig is om te bepalen welke bezienswaardigheden je nu echt niet mag missen. Berlijn is hier een mooi voorbeeld van en daarom hebben we speciaal voor een bezoek van enkele dagen aan de hoofdstad van Duitsland de belangrijkste bezienswaardigheden op een rijtje gezet. De reistip "WO2 bezienswaardigheden in Berlijn" staat nu online.
 
 
Zou u zelf ook wel Routes of Reistips aan willen leveren of kent u musea, monumenten, begraafplaatsen en andere bezienswaardigheden die echt niet mogen ontbreken in de genoemde Routes en Reistips? Laat het ons dan weten!

 
Wereld in Oorlog nr. 39 is verschenen (Redactie Go2War2.nl)
Deze maand is de 39e editie van Wereld in Oorlog verschenen. Het tweemaandelijks verschijnende magazine Wereld in Oorlog vertelt opmerkelijke, aangrijpende en dramatische verhalen achter belangrijke gebeurtenissen, ontwikkelingen en militaire operaties in de recente oorlogsgeschiedenis.
 
Deze keer in Wereld in Oorlog:
 
• Dulce et decorum: Kriegsfreiwillige Caspar René Gregory en Paul Mauk
• Zeppelins boven Vlieland!
• Glashelder in beeld: een opmerkelijke vondst
• Het geheim van Hitlers Volkswagen. Het geesteskind van de joodse ingenieur Josef Ganz
• Vught in de beklaagdenbank
• Hoflands oorlog: Niet allemaal even dapper
• Van Reichsparteitage tot Rolling Stones: Een nieuwe toekomst voor een beladen omgeving
 

 
Interview: Op zoek naar O’Neill uit Detroit (Vincent Krabbendam)
Het kerven van boodschappen in bomen is misschien wel zo oud als de mensheid zelf. Als de boom er geen schade van ondervindt blijft zo’n boodschap lang zichtbaar. Dat boomkerven in de Tweede Wereldoorlog ook gebeurde zal geen verbazing wekken. Een soldaat kon laten weten op die plek geweest te zijn; voor anderen was het een manier om zich (anoniem) ergens voor of tegen uit te spreken. De belangstelling van Bas Visscher van Konijnenberg bos en groen uit Eerbeek werd gewekt toen hij in diverse beuken initialen aantrof die na enig onderzoek uit de Tweede Wereldoorlog bleken te stammen. Toen met deze vondst de publiciteit werd gezocht was de respons overweldigend. Daarom werd Bart van Hout aangetrokken om in het kader van zijn afstudeerstage nader onderzoek te doen naar uit oorlogstijd stammende inscripties in bomen.
 
 
Bas Visscher was namens Konijnenberg bezig met een boomveiligheidsonderzoek toen hij stuitte op diverse beuken met inscripties. Het jaartal bij één van die inkervingen wees op plaatsing ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en nader onderzoek bevestigde dit. Geïntrigeerd door dit onderwerp en vanuit de wens het verder te bestuderen plaatste Visscher diverse oproepen in vakbladen en regionale media, en bovendien mocht hij zijn verhaal doen bij het tv-programma Gelderse Koppen van Omroep Gelderland. In totaal kwamen er zo’n dertig reacties binnen met tips en adviezen. Zo ontstond ineens een project waar iemand een dagtaak aan zou kunnen hebben. Die dagtaak wordt in het kader van zijn afstuderen uitgevoerd door Bart van Hout, student bedrijfscommunicatie aan de Hogeschool van Utrecht.
 
Lees het complete interview op WO2Actueel.nl

 
Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Sammel- & Durchgangslager Drancy
In het departement van de Seine (tegenwoordig het departement Seine-Saint-Denis), ten noordoosten van Parijs, bevond zich het "Camp d’Internement de Drancy". Vanaf 14 juni 1940 tot 17 augustus 1944 werd het kamp door de Duitsers gebruikt als interneringskamp.
 
 
Britse 224th (Parachute) Field Ambulance
De 224th (Parachute) Field Ambulance werd een parachutisteneenheid in 1942 en maakte deel uit van de 3rd Parachute Brigade binnen de 6th Airborne Division. De eenheid nam deel aan de luchtlandingen in Normandië middels Operatie Tonga, de operaties tijdens het Duitse Ardennen offensief en de luchtlandingsoperatie, Operatie Varsity, over de Rijn in 1945.
 
 
Amerikaanse 164th Infantry Regiment
Het 164th Infantry Regiment nam tijdens de Tweede Wereldoorlog deel aan de strijd in de Zuidelijke Pacific als onderdeel van de zogenaamde 23rd Infantry Division "Americal".
Het 164th Infantry Regiment nam deel aan de strijd in Guadelcanal vanaf 13 oktober 1942, waar het als voorhoede van haar divisie naartoe was gestuurd ter versterking van de 1st Marine Division.
Na de strijd op Guadalcanal werd de eenheid teruggetrokken naar Fiji voor herstructurering, waarna het deelnam aan de strijd op Bougainville en de Filippijnen.
 
 
Nahaufklärungsgruppe 2
De Nahaufklärungsgruppe 2 was een administratieve eenheid bestaande uit een Stab en drie Staffel. Hoewel op papier een eenheid, fungeerden alle vier de onderdelen onafhankelijk van elkaar. De Stab fungeerde als bevelseenheid voor diverse andere onderdelen, terwijl de drie Staffel operationeel gedurende perioden functioneerde onder bevel van de eigen Stab en onder andere "Stabe".
 
 
Koninklijke Marine en de strijd in Rotterdam op 10 mei 1940
In de vroege ochtend van 10 mei 1940 mengde de Koninklijke Marine zich in Rotterdam in de strijd om de Maasbruggen. Alhoewel de gedurfde en moedige inbreng van enkele Nederlandse oorlogsschepen deze strijd in eerste instantie gunstig leek te beïnvloeden, keerde het tij al snel en verloor de marine nog diezelfde middag één van haar acht kostbare torpedobootjagers. Landmachtsoldaten, mariniers en vlootpersoneel hielden op de noordelijke oever van de Nieuwe Maas stand tot de algehele capitulatie op 14 mei.
 
 
Generalstab des Heeres
De Oberbefehlshaber des Heeres was niet verantwoordelijk voor de operationele planning. Dit werd gedaan door de Generale Staf of Generalstab des Heeres onder leiding van de Chef des Generalstab des Heeres (Chef GenStdH) die daarmee de totale leiding over het Heer en de Kriegsmarine had (alleen de Luftwaffe viel onder Hermann Göring zelf).
 
 
Brits-Indische 10th Indian Infantry Division
De 10th Indian Infantry Division diende tijdens de Tweede Wereldoorlog in Irak, Syrië, Iran, Noord-Afrika en Italië.
 
 
Duitse schwere Artillerie-Abteilung 845
De schwere Artillerie-Abteilung 845 diende als Heeres Abteilung aan het Oostfront en werd in juni 1944 omgevormd tot de Heeres-Artillerie-Abteilung 845.
 
 
Amerikaanse vliegdekschepen van de Independence-klasse
Eind 1940 kreeg de Amerikaanse president, Franklin Delano Roosevelt, van de Minister van Marine, William Franklin Knox, de mededeling dat er geen nieuwe vliegdekschepen in dienst zouden komen voor 1944. De Amerikaanse marine beschikte toen over het oude lichte vliegdekschip USS Langley (CV-1), de twee vliegdekschepen van de Lexington-klasse USS Lexington (CV-2) en USS Saratoga, USS Ranger, de beide vliegdekschepen van de Yorktown-klasse, USS Yorktown (CV-5) en USS Enterprise en het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7). Verder was een derde Yorktown-klasse vliegdekschip in aanbouw. President Roosevelt wist maar al te goed dat dit aantal niet voldoende zou zijn als de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog betrokken zou worden. Daarom stelde hij voor om enkele van de vele op stapel staande kruisers te laten ombouwen tot lichte vliegdekschepen.
 

 
Recensie: Operatie Jedburgh (Peter Kimenai)
"Operatie Jedburgh" handelt over de zogenaamde Jedburgh Special Forces die in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog in bezet Nederland actief waren om het gewapende verzet te ondersteunen. De agenten van Operation Jedburgh, ook wel Jedburghs genoemd, waren afkomstig uit Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Frankrijk, België en Nederland. In kleine groepjes, die bestonden uit twee of drie officieren en een telegrafist van verschillende nationaliteiten, werden de Jedburghs achter de Duitse linies in Frankrijk, België en Nederland gedropt. Daar opereerden zij als verbindingsofficieren en adviseurs van het gewapende verzet. Zij dienden het verzet te mobiliseren tot paramilitaire strijdkrachten en deze op teken van het geallieerde hoofdkwartier in actie te laten komen. Er waren ongeveer 100 Jedburgh-teams actief vanaf grofweg half 1944. De meesten van hen deden dienst in Frankrijk waar talrijke verzetsgroeperingen opgericht waren, die opereerden vanuit de onherbergzame streken in het relatief uitgestrekte land. Enkele teams werkten in Nederland waar, door de geografie en de grote bevolkingsdichtheid, het verzet tegen de Duitse bezetter veel moeilijker te realiseren was.
 
 
Operation Jedburgh was een initiatief van het Britse Special Operations Executive (SOE) en het Amerikaanse Office of Strategic Services (OSS). Deze geallieerde militaire instanties beschikten over een gezamenlijk hoofdkwartier in Londen, het Special Forces Headquarters (SFHQ). Buiten de SOE en OSS leverden het Franse Bureau Central de Renseignements et d`Action en de Nederlandse en Belgische strijdkrachten de Jedburgh-agenten. De Jedburgs onderscheidden zich van andere Special Forces, zoals commando`s en de Britse Special Air Service (SAS), door het gewapende verzet aan te sturen in plaats van eigenhandig gevechtshandelingen te verrichten. De Jedburghs waren vrijwilligers die reeds een volledige militaire opleiding hadden doorlopen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld geheime agenten die ook als burger gerekruteerd konden worden. Na een maand paramilitaire training te hebben ondergaan bij de opleidingsfaciliteiten van de SOE, werden de Jedburghs gestationeerd op het landgoed Milton Hall in het Engelse Cambridgeshire. Hier genoten zij de speciale opleiding tot geüniformeerde militaire agenten.
 
Lees verder op Go2War2.nl

 
STIWOT Reizen Battlefield Tour "Normandië" - 4 tot en met 8 oktober 2014 (STIWOT Reizen)
Van zaterdag 4 tot en met woensdag 8 oktober 2014 organiseert STIWOT Reizen een Battlefield Tour naar Normandië. Tijdens deze Battlefield Tour bezoekt u onder de deskundige begeleiding van Jeroen Niels en Barry van Veen alle vijf de invasiestranden, inclusief de luchtlandingsgebieden aan weerszijden van het invasiegebied. Het centraal gelegen Campanile Hotel in Bayeux, het gezelligste stadje van Normandië, is de uitvalsbasis van deze zeer complete reis.

Het programma bestaat globaal uit de volgende onderdelen:
Dag 1 - Heenreis per luxe touringcar
Dag 2 - Britse luchtlandingsoperatie en Sword Beach
Dag 3 - Juno, Gold en Omaha Beach
Dag 4 - Amerikaanse luchtlandingsoperatie en Utah Beach
Dag 5 - Terugreis per luxe touringcar

     

Deze Battlefield Tour is ook in 2013 georganiseerd, klik hier voor het reisverslag van 2013 of de recensies op onze website WO2Actueel. Het maximum aantal deelnemers aan deze Battlefield Tour zal ongeveer 25 personen zijn zodat wij garant kunnen staan voor de persoonlijke benadering, zoals u die van STIWOT Reizen gewend bent.

Spreekt deze STIWOT Reizen Battlefield Tour u wel aan? Ga dan naar onze website voor het gehele programma en de mogelijkheid tot inschrijven!


Miniquiz: D-Day, 6 juni 1944: 70 jaar geleden (Redactie Go2War2.nl)
Op 6 juni 2014 is het zeventig jaar geleden dat geallieerde troepen, op D-Day, aan land gingen in Normandië, waarmee de bevrijding van West-Europa begon. Ter gelegenheid van de herdenking van deze historische dag hebben wij een miniquiz samengesteld met tien vragen over deze gebeurtenis die vanaf 1 juni a.s. online staat. Onder de goede inzendingen mogen wij van TDM Entertainment drie exemplaren verloten van de BBC-documentaire “D-Day: The Last Heroes” op DVD.
 
 
De miniquiz vindt u vanaf 1 juni a.s. op: www.go2war2.nl/quiz.asp

 
Recensie: Moordenaar in toga (Wesley Dankers)
Roland Freisler groeide tijdens en na de Tweede Wereldoorlog uit tot de verpersoonlijking van de nazi-rechtspraak. Deze status verwierf hij voornamelijk omdat hij de processen tegen de aanslagplegers van 20 juli 1944 voorzat. Tijdens het naoorlogse proces van Neurenberg werd Freisler bestempeld als: "De meest sinistere, wreedste en bloedigste rechter van het hele Duitse justitieel apparaat." Hij verwierf deze status door zijn grote rechtskennis, maar nog meer door zijn retorische gave en zijn fanatisme om iedereen te bestraffen die zich schuldig maakte aan verraad tegenover het nationaalsocialisme. In het boek "Moordenaar in toga" wordt de levensloop beschreven van deze bloedrechter. Tevens behandelt de schrijver de ontwikkeling van de rechtspraak in nazi-Duitsland.
 
 
Helmut Ortner (1950) is een Duitse onderzoeksjournalist en schrijver. De oorspronkelijke, Duitse versie van het boek "Moordenaar in toga" werd in 1993 door Steidl Verlag uitgegeven onder de titel "Der Hinrichter". Van Helmut Ortner verscheen eveneens een boek over de aanslag op Adolf Hitler door Georg Elser op 8 november 1939, in het Nederlands in 2013 uitgegeven als "De eenzame dader".
 
Roland Freisler werd op 30 oktober 1893 geboren in het Duitse Celle. Hij bezocht het gymnasium. Als vrijwilliger vocht hij tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij werd in 1914 gevangen genomen door de Russen en hij bracht de rest van de oorlog door in een krijgsgevangenenkamp. Na zijn terugkeer in Duitsland, vervolgde Freisler zijn studie rechten. Nadat hij deze opleiding met succes had afgerond, werd hij advocaat in Kassel. Hij werd in deze tijd al geprezen vanwege zijn scherpe intellect en zijn retorische gave. Freisler was al vroeg politiek actief. In de jaren 20 werd hij al lid van de NSDAP en van de SA (Sturmabteilung). Hij zat namens de NSDAP in de gemeenteraad van Kassel. Tevens klom Freisler op tot plaatsvervangend Gauleiter van Hessen-Nassau-Nort. Na de machtsovername van de nazi's in 1933 werd Freisler benoemd tot staatssecretaris van Justitie. In deze hoedanigheid was hij betrokken bij de gelijkschakeling van de rechtspraak met de nazi-ideologie.
 

 
D-Day, 6 juni 1944: een veteraan vertelt (Redactie Go2War2.nl)
Op 6 juni a.s. is het 70 jaar geleden dat de geallieerde troepen op Normandië landden om West-Europa te bevrijden van de nazibezetting. Deze dag staat in de geschiedenisboeken bekend als D-Day. Hieronder een passage over de landing in Normandië uit het ooggetuigenverslag van Airborne-sergeant Paul Aller. Hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog sergeant van het 7th Battalion van de 6th Airborne Division.
 
 
Als staflid op het Divisiebureau in de Gordonkazerne in Bulford had ik elke dag het voorrecht in contact te komen met Lt.-kol. Pine-Coffin. Omdat ik erg goed ben in steno werd ik vaak bij hem op kantoor geroepen om iets op te nemen. Met zijn adelaarstrekken, later nog versterkt door een kogelwond in zijn wang, had hij inderdaad een autoritair voorkomen en je was je bewust van het respect dat hij bij zijn officieren en manschappen afdwong.
 
Ik was de enige ‘springende’ medewerker op het bureau en ik herinner me de dagen in het doorgangskamp en het uittikken van de gedetailleerde hoogst geheime lijst van onze commandant met aanvalsplannen voor iedere compagniescommandant. Vaak werkte ik tot diep in de nacht voordat ik me bij mijn kameraden voegde die in hun tenten al diep in slaap waren.
 
Nadat we op 5 juni naar het vliegveld waren gegaan, langs wegen waar militaire voertuigen bumper aan bumper stonden, hadden we de middag doorgebracht met ons voor te bereiden op de onbekende gevaren van de komende nacht. We maakten onze gezichten zwart, we keken onze uitrusting na die we meenamen, uitrusting die zo zwaar was dat wanneer je een tijdje ging liggen om te rusten, het bijna onmogelijk was om zonder hulp overeind te komen. Mijn goede vriend, René Leegwater (een van de vele bewoners van de Kanaaleilanden in ons bataljon) en ik hadden adressen van onze geliefden thuis uitgewisseld - hij van zijn vrouw Muriel en ik van mijn geliefde Joan (die later mijn vrouw zou worden) om te schrijven in het geval er ‘iets gebeurde’, een eufemisme voor sneuvelen.
 
We gingen die avond aan boord van de grote Stirling bommenwerpers met een angstig voorgevoel voor wat komen ging. Zoals een van mijn Schotse vrienden het uitdrukte: “Ach, ik had dit voor geen goud willen missen.”
 
Met het lawaai van de vliegtuigmotoren was het onmogelijk om te spreken maar de spanning was van ieders gezicht af te lezen. Gespannen als we allemaal waren kregen we een gevoel van anti-climax toen kort voor we moesten springen, onze piloot de missie afbrak vanwege (zo werd beweerd) navigatieproblemen, vermoedelijk als gevolg van luchtafweer. Het was daarom vreemd dat ik terug op het vliegveld aan het ontbijt zat, op de radio luisterend naar de eerste berichten over de invasie en me afvragend hoe het al mijn vrienden was vergaan.
 
Hoe dan ook, later op 6 juni voegde onze vliegtuiglading zich bij een groep zweefvliegtuigen (een nieuwe ervaring voor een para) die in de vroege avond in Normandië landde waarbij de vleugels van het toestel bij de landing werden vernield door de ‘Rommelasperges’ (palen in de grond om landingen door zweefvliegtuigen of parachutisten te verhinderen). Terwijl we onze weg door de akkers zochten, die in hun volle zomerpracht volstonden met helderrode klaprozen, zag ik voor de eerste keer een dode en terwijl het donker inviel werd het geluid van mitrailleurs en artillerie uit de richting van de bruggen steeds nadrukkelijker. Ik voelde me verlaten en wilde me nog alleen maar bij mijn kameraden voegen om hun vertrouwde gezichten weer te zien.
 
Toen we de volgende dag contact maakten met het bataljon was ik geschokt om te vernemen dat de meeste van mijn goede vrienden gewond, gedood of vermist waren.
 
Een van mijn taken in het veld was, terwijl ik op de rand van mijn schuttersput zat, de dagelijkse verlieslijsten van de CSM’s [Company Sergeant Major] te verzamelen om die door te sturen naar het hoofdkwartier en dus was ik al vrij gauw op de hoogte van de omvang van onze verliezen gedurende die eerste nacht en de dag daarop. Mijn vriend René was, zo ik later hoorde, op een van de Rommelasperges geland en had zijn rug gebroken. Hij had de pijn onderdrukt met de morfine capsule die we allemaal bij ons hadden, maar het had nog vele uren geduurd voordat hij uit het landingsgebied werd afgevoerd en naar Engeland werd geëvacueerd waar hij een jaar lang, ingepakt in gips, in het ziekenhuis bleef. Hij herstelde gelukkig helemaal. Velen overleefden het niet, hun toestellen werden door luchtafweer neergehaald en stortten brandend neer. Onder hen Geoff Copson, een andere vriend. Ik zal me altijd zijn gelukkig lachende gezicht herinneren. Het was vijftig jaar later voordat ik naar Normandië terugkeerde om op de begraafplaats van Ranville de inscriptie op zijn grafsteen te lezen: “We hadden hem lief bij leven, we hebben hem nog lief. Zijn lachende gezicht zullen wij nooit vergeten.” De inscriptie op het graf van een ander die op dezelfde plaats verblijft, Ronnie Kemp, luidt: “Nooit werd een meer onschuldige ziel door martelaarschap van vuur naar zijn laatste rustplaats geleid.”) (And soul more white, never thro’ martyrdom of fire was led to its repose.)
 
Ik heb vaak teruggedacht aan wat mijn eigen lot had kunnen zijn als de piloot van ons vliegtuig die avond niet had besloten om naar Engeland terug te keren. Sommige mannen waren kilometers van het landingsterrein neergekomen en door de vijand bijeengedreven en neergeschoten terwijl anderen in de diepe moerassen bij de rivier de Dives waren terechtgekomen om voor altijd verzwolgen te worden.
 
Andere herinneringen aan de dagen volgend op 6 juni zijn voornamelijk van verwarring over wat er gebeurde terwijl we over de brug trokken, eerst de ene kant op, toen de andere. Het café Gondrée, vlak bij de brug die nu Pegasusbrug heet en het eerste gebouw dat bevrijd werd, was vanaf 6 juni als eerstehulppost in gebruik geweest.
 
Omdat ik dit 60 jaar later schrijf zijn herinneringen vervaagd, maar bepaalde gebeurtenissen blijven altijd op mijn netvlies staan. Een paar dagen na 6 juni waren we in het dorp Herouvillette en hadden een defensieve stelling ingenomen op de grote binnenplaats van een boerderij. Mortiergranaten vielen overal om ons heen, maar RSM [Regimental Sergeant-Major] Johnson, een beroepssoldaat van klein postuur (alleen lichamelijk), slenterde rond alsof er niets was om je druk over te maken, duidelijk in een poging de angst bij zijn jonge ondergeschikten weg te nemen. Een kleine scherf van een mortiergranaat die op de binnenplaats viel, doodde een van mijn andere vrienden, Bobby Leadbetter die een paar meter bij me vandaan lag. Later die dag begroeven ik en de RSM hem op het kerkhof en ik herinner me Bobby’s woorden: “Ach, ik had dit voor geen goud willen missen.”
 
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

14de jaargang, 5e editie
  mei 2014



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.