Overzicht: 
- STIWOT Reizen Battlefield Tour "Grebbelinie mei 1940"- 21 mei 2016
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl
- Recensie: Hitlers strijder
- Leesfragment: Oorlogszone Zoo
- Recensie: Wat kan ons gebeuren
- Leesfragment: Don Bamberg 
 

 
STIWOT Reizen Battlefield Tour "Grebbelinie mei 1940" - 21 mei 2016 (Redactie STIWOT Reizen)
Op zaterdag 21 mei 2016 organiseert STIWOT Reizen een Battlefield Tour naar de Grebbelinie. Meer dan 75 jaar geleden zette het Nederlands Veldleger zich hier schrap voor de Duitse invasie. Honderden kazematten en kilometers aan gevechtsopstellingen en loopgraven verrezen in de Grebbelinie. In mei 1940 bood de linie echter nog te weinig diepte voor een langdurige verdediging. De Grebbelinie zou slechts enkele dagen stand houden...
 
Deze Battlefield Tour is ook in 2012 en 2013 georganiseerd door STIWOT Reizen, klik hier voor enkele reacties van de deelnemers.
 
 
Tijdens deze Battlefield Tour bezoeken we onder begeleiding van een deskundige gids verschillende locaties die van belang zijn geweest tijdens de strijd om de Grebbelinie. In de noordelijke sector is dit de compleet herstelde Asschatterkade. Hier krijgen we niet alleen uitleg over de werking van de Grebbelinie maar luisteren we ook naar de heldhaftige verhalen van de Nederlandse huzaren die opereerden in het voorterrein van de linie.

Tussen Scherpenzeel en Woudenberg bezoeken we Hoeve "De Beek" waar we de vernieuwde expositie van de Stichting "Grebbelinie in het vizier" bekijken en de verzorgde lunch zullen gebruiken. Op de liniedijk bij Scherpenzeel focussen we ons vervolgens op de divisieaanval van de Duitse 227e Divisie. Met de grootste aanval die het Duitse leger tot dan toe in Nederland had uitgevoerd wilde men een onherstelbare bres in de Grebbelinie slaan. De Nederlanders hielden echter stand.

Vervolgens verplaatsen we ons via Renswoude naar Rhenen waar we stil zullen staan bij het "Epos van de Grebbeberg". Hier brak het Duitse leger door. Maar niet zonder slag of stoot. Zoals Majoor Landzaat zei: "Ik ben aangewezen om den Grebbeberg te verdedigen; wij doen dit tot den laatsten man en den laatsten kogel"
 
 
 
Deze STIWOT Reizen Battlefield Tour zal plaatsvinden op zaterdag 21 mei 2016. We vertrekken om 10.00 uur vanaf NS Station Veenendaal - De Klomp. De verplaatsingen zullen plaatsvinden met een touringcar. Afsluiting is rond 17:00 uur op NS Station Veenendaal - De Klomp.
 
Spreekt deze STIWOT Reizen Battlefield Tour u wel aan? Ga dan naar onze website voor het gehele programma en de mogelijkheid tot inschrijven!

 
Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Molotov, Vyacheslav M.
Vyacheslav Molotov was een van de machtigste mannen van de Sovjet-Unie. Van 1930 tot 1941 was hij premier van de Sovjet-Unie, maar Molotov is bovenal bekend geworden als volkscommissaris (minister) van Buitenlandse Zaken, een functie die hij dertien jaar lang vervulde. Toen Molotov deze functie in mei 1939 aanvaardde had hij nog geen enkele ervaring op het gebied van buitenlands beleid, maar hij bleek er een gave voor te hebben. Zowel vriend als vijand erkende dat Molotov een buitengewoon getalenteerd diplomaat was.
 
 
 
Amerikaanse lichte kruisers van de Brooklyn-klasse
Naast de al bestaande en nieuwe zware kruisers, liet de US Navy in de jaren 30 negen lichte kruisers van de Brooklyn-klasse ontwerpen en bouwen. Om het concept van de lichte kruiser volledig te benutten rustten de Amerikanen de nieuwe schepen uit met vijftien 15,2cm (6 inch) kanonnen in vijf drielingopstellingen. Hiermee werden de Brooklyn-klasse kruisers de zwaarst bewapende lichte kruisers van de US-Navy tijdens de Tweede Wereldoorlog. De klasse bestond oorspronkelijk uit zeven schepen, maar eind jaren `30 werden USS St. Louis en USS Helena toegevoegd aan de klasse.
 
 
 
Odyssee en ondergang van de Ombilin
Op 12 december 1942 werd het stoomschip Ombilin van de Nederlandse Paketvaart Maatschappij, na een langdurige en avontuurlijke reis, getorpedeerd door de Italiaanse onderzeeboot Enrico Tazzoli. De bemanning van het Nederlandse schip overleefde de ondergang van de Ombilin en kon na vele omzwervingen aan boord van andere schepen de geallieerden verder van dienst zijn. De kapitein en de eerste machinist van de Ombilin werden gevangen genomen door de Italianen en kwamen pas in april 1945 vrij. Dit verhaal schetst een duidelijk beeld van de vele gevaren waaraan de bemanningsleden van koopvaardijschepen tijdens de Tweede Wereldoorlog blootgesteld werden.
 
 
 
Slag om Achouffe, 13-15 januari 1945
Op 16 december 1944 lanceerden de Duitsers een laatste grootschalig offensief tegen de geallieerde troepen in de Ardennen. Deze campagne is algemeen bekend als het Ardennenoffensief. Het doel was om de geallieerde legers te splitsen en de havenstad Antwerpen te veroveren. Van 16 tot 20 december rukten de Duitsers op in de richting van Stavelot, Sankt-Vith, Houffalize en Bastogne. De geallieerden wisten de opmars echter tot stilstand te brengen. Op 16 januari maakten eenheden van de 2nd en de 11th Armored Divisions contact in Houffalize. Het Duitse offensief was nu ten einde en de evacuatie van het gebied was begonnen. Een van de evacuatieroutes liep door het dorpje Achouffe, tegenwoordig bekend vanwege de aanwezigheid van een brouwerij.
 


Recensie: Hitlers strijder (John Smeets)
'Hitlers strijder' is een uitgebreide biografie van een van de meest markante nazi's ooit. Zijn oorlogsdaden, zijn leven naast het slagveld en zijn complexe persoonlijkheid worden excellent in beeld gebracht door historicus Danny S. Parker. Aan dit rijke boek liggen jaren van diepgravend onderzoek ten grondslag, waarin Parker nooit eerder gepubliceerd materiaal boven water wist te krijgen. Bovendien nam hij talloze interviews af met Peiper's naasten, waaronder vele Duitse WO2-veteranen. Dit uitgebreide standaardwerk over Jochen Peiper is de definitieve biografie van Hitlers favoriete krijgsman, maar tevens een unieke inkijk in de moraal van het Derde Rijk en de nakomelingen hiervan.
 
Joachim "Jochen" is misschien wel de meest bekende Waffen-SS soldaat uit de geschiedenis van het Derde Rijk. Geliefd en bewonderd. Berucht en verafschuwd. Iedereen lijkt een mening over de man te hebben. Meestal is deze mening gebaseerd op hetgeen er in Baugnez is gebeurd op 17 december 1944. Hier vond het Malmedy Massacre plaats; soldaten van de eenheid Kampfgruppe Peiper vermoordden hier tientallen Amerikaanse krijgsgevangenen. Parker heeft inderdaad aandacht voor het Massacre, maar richt zich meer op de nasleep van dit drama. (Parker heeft overigens een uitstekend boek over het Malmedy Massacre geschreven; ‘Fatal Crossroads’, vertaald als ‘Het bloedbad van Malmédy’).
 
 
Jochen Peiper (1915-1976) was een product van zijn opvoeding. Zijn vader had duidelijk nationaalsocialistische ideeën en sympathieën en dit werd weerspiegeld in de opvoeding van Jochen. Veel meer nog was Peiper een product van zijn tijd. Opgegroeid ná WO1 in een Duitsland, dat zoekend was naar eerherstel en worstelend met (economische) malaise. Het Interbellum en het opkomende nationaalsocialisme boden voor Peiper echter voldoende mogelijkheden om datgene te doen wat hij wilde; carrière maken in het leger. De opkomst van het nationaalsocialisme, met Hitler aan het roer, werkte voor Peiper als een katalysator. Reeds als Hitlerjunge kwam hij in contact met Hitler en Himmler en dat bood voor Peiper de garantie op kansen en mogelijkheden tot een mooie carriere. Peiper was een exponent van de groeiende macht van Hitler en Duitsland. Nazi-Duitsland bood voor Peiper ongekende mogelijkheden, die hij ook met beide handen aangreep. Peiper was een model-Ariër, die daarnaast ook nog vlijtig en talentvol was. De ideale combinatie in die tijd. Dat Peiper dan ook snel tot de inner-circel van het nazirijk zou gaan behoren is dan ook niet al te verassend. Als adjudant van Himmler zat Peiper heel dicht bij het machtscentrum. Het was een tijd van veel reizen, dure auto’s, weelde en luxe.
 
Klinkt allemaal als een jongensboek en wellicht heeft Peiper dat in het begin ook zo ervaren. De andere kant van het verhaal is dat Peiper samen met Himmler concentratiekampen bezocht, direct en indirect getuige was van de inperking en mishandelen van Joden, zigeuners en ‘andersdenkenden’. Of het deze misdadige en mens-verachtende kant van het nationaalsocialisme was wat Peiper er toe dreef om een overstap te maken naar de Waffen-SS is nooit écht helder geworden. Tóch verruilde hij de relatief veilige en luxe omgeving rondom de Reichsführer-SS Himmler voor het harde soldatenleven.
 

 
Leesfragment: Oorlogszone Zoo (Kevin Prenger)
Van 12 tot 20 maart was het boekenweek met als thema Duitsland. Ter gelegenheid daarvan publiceerden we op WO2Actueel.nl een fragment uit ‘Oorlogszone Zoo’ van STIWOT-medewerker Kevin Prenger. Het boek vertelt de aangrijpende geschiedenis van de Berlijnse dierentuin en zijn medewerkers en dieren in oorlogstijd en tijdens de nazi-dictatuur.
 
 
Gered uit de brand
Middenin de oorlog, op 29 mei 1943, werd er in de Berlijnse zoo een nijlpaardje geboren. Na het verlies van de Slag om Stalingrad gedurende de afgelopen winter, waarbij de Wehrmacht zware verliezen had geleden, was de komst van nieuw leven een opbeurende gebeurtenis voor zoo-medewerkers en -bezoekers. Het jonge stiertje werd Knautschke gedoopt. Na de zware bombardementen van november 1943 ongeschonden doorgekomen te zijn, had het niet veel gescheeld of het inmiddels acht maanden oude dier was omgekomen tijdens het bombardement van 30 januari 1944. Het was te danken aan enkele moedige jongemannen dat het nijlpaardje overleefde. Eén van die jongens was Peter Schmidt. Hij was sinds 12 januari als Luftwaffenhelfer (luchtmachthelper) gestationeerd in de Zoo-Flakbunker. Samen met andere 15- en 16-jarige jongens werd hij ingezet bij di-verse werkzaamheden, zoals het sjouwen van munitie. Vanwege een tekort aan manschappen werden jongens als Peter al gauw ook ingezet om het luchtafweergeschut te bedienen. Omdat Peter zijn opleiding nog niet had afgerond, werd hem dat echter in januari 1944 nog verboden.
 
Om Peter en andere onervaren jongens iets om handen te geven, kregen ze van hun Hauptwachtmeister de kans om zich als vrijwilliger te melden voor bewakings- en opruimtaken in de zoo. De meesten, inclusief Peter, zagen dit als een avontuurlijke klus en meldden zich hiervoor aan. Zo kwam het dat in de avond van 30 januari Peter en zijn kameraden zich in de dierentuin bevonden. Een jaar eerder was op die datum nog het tiende jubileum van de nazimachtsgreep gevierd, maar na de luchtbombardementen op Duitse steden, het verlies van de Slag om Stalingrad en de nederlaag van Erwin Rommels Afrikakorps in Noord-Afrika in mei 1943 was er op 30 januari 1944 van een feeststemming geen sprake. Berlijn werd die avond, tegen 20:15 uur, opnieuw getroffen door een zwaar bombardement, waarbij ook de zoo weer verdere schade opliep. Onder andere het hoofdrestaurant, het struisvogelhuis en het nijlpaardenhuis werden getroffen. Voor Peter en de andere luchtmachthelpers was er dus werk aan de winkel.
 
Terwijl ze zich een weg door de in duisternis gehulde zoo baanden, stuitten ze op een brandend bakstenen gebouw. Het was het nijlpaardenhuis. Het verblijf telde meerdere in- en uitgangen, waarvan er één bestemd was voor Knautschke. Puin en brandende stukken hout versperden zijn uitgang en Peter en de andere jongens zagen hoe het nijlpaardenjong tevergeefs probeerde door een zijingang naar buiten te komen. De opening was echter te klein voor het al behoorlijk forse dier en het zat met zijn kop klem. Snuivend en proestend probeerde het nijlpaard los te komen, terwijl gloeiende asresten en brandende stukken hout van het dak bovenop hem vielen. De jongens hadden medelijden met het hulpeloze dier en probeerden de opening te vergroten. Door de hitte en trillingen was het metselwerk losgescheurd en konden ze met zijn drieën enkele brokstukken loskrijgen, zodat Knautschke door de opening paste. Met een plons dook hij vervolgens in het waterbassin, waarbij hij verdween in een waterdampwolk.
 
Peter en zijn kameraden waren opgelucht dat ze Knautschke uit zijn benarde positie hadden bevrijd, maar betwijfelden of ze er goed aan gedaan hadden. Ze konden niet inschatten hoe het dier eraan toe was. Het nijlpaardenjong was immers blootgesteld aan de hitte en zijn huid was op sommige plaatsen verbrand. Vertwijfeld keerden ze terug naar de Zoo-Flakbunker. Later vernamen ze dat hun reddingspoging succesvol was geweest. Knautschke’s verwondingen bleken mee te vallen. Directeur Heck nodigde Peter en de anderen uit in de zoo en leidde hen persoonlijk rond, terwijl hij de jonge chimpansee Susi op zijn arm meedroeg. Susi zou de oorlog overleven, net als Knautschke. Het nijlpaard werd een publiekslieveling en zorgde voor 35 nakomelingen. Zijn levensverhaal had echter een slechte afloop. Tijdens een gevecht met één van zijn zoons in 1988 raakte zijn onderkaak zo zwaar beschadigd dat hij niet meer kon eten en op 46-jarige leeftijd moest men hem laten inslapen. Tegenwoordig bevindt zich bij de ingang van het nijlpaardenhuis een levensgrote, bronzen sculptuur van het populaire dier, één van de weinige zoodieren die de oorlog zou overleven.
 
Lees verder op WO2Actueel.nl

 
Recensie: Wat kan ons gebeuren (Wesley Dankers)
De Nederlandse politie is na de oorlog door sommige historici en opiniemakers fel bekritiseerd. Zij zou te meegaand zijn geweest met de Duitse bezettingsmacht en daardoor onder meer de Jodenvervolging in Nederland hebben vereenvoudigd. Hierbij wordt niet altijd voldoende rekening gehouden met de lastige situatie waarin de agenten zich bevonden. Zij waren gezagsgetrouw en zich verzetten bracht grote risico’s met zich mee. In de roman ‘Wat kan ons gebeuren’ tracht Gerrit Hoogstraaten (1953) inzicht te geven in deze moeilijke situatie. Zijn opa was politieman ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het boek is gedeeltelijk gebaseerd op zijn ervaringen.
 
 

 
Herman Hoogenbosch is politieagent in Amsterdam als de Duitsers ons land binnen vallen. In het begin van de oorlog kampt hij nog met alledaagse (voor veel mensen ook nu nog herkenbare) problemen: een carrière waarin hij een aantal keer te veel is gepasseerd, een futloos huwelijk en een moeizame verhouding met zijn broer. Na mei 1940 krijgt hij echter problemen van andere zorg. De Duitsers laten hun gezag steeds meer gelden. Hoogenbosch en met hem vele andere politieagenten weten niet goed welke houding zij moeten aannemen: verzetten of meewerken?
 
Sluipenderwijs worden er door de bezetter steeds meer (anti-Joodse) maatregelen doorgevoerd. De eerste is het invullen van de ariërverklaring. Hoogenbosch denkt erover om het niet te doen. De ambtenaren die de verklaring weigeren te ondertekenen, zullen echter worden ontslagen. Daarom tekent hij toch maar, hoewel onder protest. Het is toch alleen maar voor de statistiek, denkt hij. Een paar maanden later moeten alle Joodse ambtenaren hun functie neerleggen. Stapsgewijs wordt de handelingsvrijheid van de politie steeds verder beknot en neemt de anti-Joodse repressie toe.
 
Een fragment dat verhaalt over de razzia op 22 februari 1941 in Amsterdam, toont goed hoe politiemensen meewerken aan de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen, ondanks dat velen van hen dit eigenlijk niet wilden.
 
"Een Duitse officier staat op de treeplank, hij schreeuwt iets in Hermans richting en wijst met zijn getrokken revolver in de vuist naar een groep soldaten die is begonnen met het uitladen van materialen. Herman begrijpt het bevel: meehelpen jij! Het gaat allemaal zo snel dat hij amper tijd heeft zich te realiseren wat er gebeurt. In razende vaart worden versperringen neergezet, de actie is tot in de puntjes voorbereid. Verdoofd door het plotselinge tumult neemt hij maar positie in bij een van de X-vormige hekken. Hij ziet collega’s aarzelend hetzelfde doen, van over een afstand kijken ze naar elkaar. … Dit is precies waar ze allemaal bang voor waren. Ze hebben hier niets meer in te brengen."
 

 
Leesfragment: Don Bamberg (Redactie Go2War2.nl)
Dat Don Bamberg (1920-2013) de Tweede Wereldoorlog overleefde mag gerust een wonder genoemd worden. Na in 1941 door de Duitse bezetter vanwege verzetsactiviteiten gearresteerd te zijn, verbleef de Nederlander van november 1942 tot het einde van de oorlog in negen verschillende concentratiekampen. Honger, uitputtende dwangarbeid, pesterijen, afranselingen en ziekte; hij doorstond het allemaal en keerde in mei 1945 als vrij man terug in Nederland. In 2015 werden zijn kampmemoires voor het eerst volledig en ongewijzigd gepubliceerd. Hieronder een fragment uit dit boek, getiteld ‘Don Bamberg’, over zijn aankomst in kamp Natzweiler in de Elzas.
 
 
De veren van de legerauto kreunen tijdens het nemen van de haarspeldbochten. De afgeladen auto klimt moeizaam omhoog over de met sneeuw bedekte weg. Nog houdt de ochtendschemering de prachtige besneeuwde bossen van de Elzas in zijn grauwe sluier gevangen, maar desondanks kan men al iets zien van de lieflijke omgeving. Er hangt een bijna serene stilte over de bergen en dalen met hun sneeuwbeladen hoge, bijna zwarte dennen en veel lichtere loofbomen. Een stilte die alleen wordt verstoord door de zwoegende motor van de wagen, waarin politieke gevangenen tegen elkaar aangeperst staan en door het lichtere geluid van de kleine bestelauto met zwaar bewapende SS'ers, die op korte afstand volgt.
 
Elke keer als de voorste auto in een van de bochten overhelt, betekent dit een kwelling voor degenen die het volle gewicht van hun kameraden tegen zich aangedrukt krijgen. Een van de gevangenen zakt langzaam door zijn knieën, niettegenstaande hij volkomen klem staat tussen de anderen in. Gelijk sluit zich de ruimte boven hem. Dan trapt iemand op hem en hij begint te schreeuwen. Met veel moeite trekt iemand de man omhoog en bezweert hem te blijven staan. Iedereen vecht nu om een beetje zuurstof. Na enige tijd glijdt de man weer weg. Zijn schreeuwen wordt zwakker en eindigt met gerochel. Daarna stilte.
 
De auto's zijn nu hoog genoeg geklommen om het dorpje Natzweiler, tegen de bergwand aan te zien liggen. Vanaf deze afstand is het net een speelgoeddorpje. Beide auto's nemen nog een laatste steile helling en stoppen nu voor de ingangspoort van het concentratiekamp Natzweiler. De SS'ers springen uit de bestelwagen en vormen een keten om de legerauto. Nu pas wordt deze opengegooid. De karabijnen zijn in de aanslag gebracht. Stemmen brullen:"Alles raus. Schnell aussteigen. Los, rührt Euch da drinnen!" Wij klauteren zo snel mogelijk de wagen uit. Een van ons is achtergebleven en wordt door een SS'er naar buiten geschopt. Hij komt echter weer bij en sluit zich, wat onzeker op zijn benen, bij de rest aan.
 
Het is hier gemeen koud. Er ligt bijna een meter sneeuw. Deze koude is des te gevoeliger, omdat wij bezweet en half gestikt uit de benauwde ruimte komen. Mijn kleren voelen klam aan en plakken op mijn huid. De koude wind doet mij huiveren en ik knoop mijn dunne colbert zo hoog mogelijk dicht. "In Fünferreihen!" luidt het kommando. Wij hebben ons al automatisch opgesteld. Tenslotte zijn wij Buchenwalders oude lagerrotten, die weten hoe zij zich moeten gedragen om de minst mogelijke moeilijkheden te krijgen. Wij worden nu geteld. "Alles stimmt!" Wij staan met ons gezicht naar de poort, die zo dadelijk zal openzwaaien en waarachter ons nieuwe leven of onze dood wacht.
 
De ingangspoort tot het kamp is primitief en haalt het niet bij het imposante Tor van Buchenwald met zijn smeedijzeren hek. De poort van Natzweiler bestaat in feite alleen maar uit hoge rechtopstaande en dwarsliggende houten palen en balken met in het midden hoge openslaande deuren. Aan de buitenzijde bevinden zich kleine doorgangen. Deze houten constructie is aan alle kanten afgezet met prikkeldraadversperringen. Ondanks de primitieve constructie maakt het geheel toch wel een solide indruk. Rechts van de ingangspoort staat een houten wachttoren, waarvan het dak net boven de poort uitkomt. Bovenaan "das Tor" lees ik: KONZENTRATIONSLAGER STRUTHOF - NATZWEILER
 
De middelste deuren zwaaien open en wij marcheren "im Gleichschritt" door de poort, die gelijk achter ons wordt gesloten. Wij staan nu in het gevreesde vernietigingskamp te wachten op verdere instructies. Gedurende de tijd, dat de SS-Transportführer zijn lading gevangenen officieel aan de Kampleiding van Natzweiler overdraagt, hebben wij even de tijd om onze nieuwe omgeving op te nemen.
 
Onder mij ligt - terwijl op de achtergrond als haast onwezenlijke tegenstelling de prachtige bergen als schitterend, natuurlijk decorum torenen - het barakkenkamp van de slaven van Natzweiler als een oord der verdoemdheid, dat door zijn typisch trapsgewijze bouw sterke associaties opwekt aan een als in een nachtmerrie vervormd fragment van een amfitheater uit de oudheid.
 
Welk een opmerkelijke bouw ! Imposant en deprimerend tegelijk. De barakken - ik tel er negentien - liggen tegen de steile noordwand van de berg aangedrukt, half onder de sneeuw verscholen. In feite bestaat het kamp uit één gigantische trap. Elke trede: een breed plateau, aan weerszijden geflankeerd door een barak. De plateaus bedekt met een glinsterende, vastgestampte sneeuwlaag en onderling weer verbonden door stenen treden. De geheel uit hout opgetrokken wachttorens – Miradors - zoals de Fransen deze noemen, staan op ca. vijftig meter afstand van elkaar achter een dubbele prikkeldraadomheining met de isolatoren voor de hoogspanningsdraden. In elk van deze door SS bemande houten stellages, is bovenin een opening met omloop. In het midden daarvan staat een schijnwerper op het kamp gericht terwijl de mitrailleurs met hun dreigende lopen alle delen van het gevangenenlager onder vuur kunnen nemen.
 
De barakken lijken, ruw geschat, ca. vijftig meter lang en de breedte varieert tussen de zeven en tien meter. Achter de barakken, helemaal in de diepte, staat het crematorium. De schoor steen rookt. Aan de rechterzijde van het bovenste plateau bevindt zich de keuken. Het kamp lijkt op dit ogenblik volkomen uitgestorven, want iedereen is aan het werk en wij zijn gedurende de arbeidstijd aan gekomen. Op de appelplaats staat de galg. Vanuit mijn hoge plateau kan ik nog net een glimp hiervan opvangen. Ik krijg geen gelegenheid om nog meer waarnemingen te verrichten, want een stem schreeuwt: "Zugänge sofort zur Desinfektion!". Wij moeten een in zebrapak gestoken Kapo volgen, die voor ons de stenen treden afloopt en ons naar het badlokaal brengt. Hier moeten wij ons spiernaakt uitkleden. Alles moet hier worden achter gelaten. Niets, niet eens onze levensmiddelen mogen wij behouden. Er wordt in onze mond gekeken en zelfs in ons rectum of wij toch niet iets het kamp willen binnensmokkelen. Daarna moeten wij met de armen omhoog en de vingers gespreid naar een aan grenzende ruimte lopen, waar wij worden kaal geschoren en gedesinfecteerd.
 
Vervolgens mogen wij onder de lauwe douche. Na het baden ontvangen wij onze kampkleding, die bestaat uit min of meer afgedragen burgerkleding. Voetlappen en houten schoenen vervolmaken het geheel. Aansluitend hierop worden wij naar Block 15 overgebracht. Dit is het "Zugängeblock" waar wij de eerste dagen zullen moeten doorbrengen. Onze blokoudste heet Adolf Julanowitz, Adolf... net alsof ik deze naam eerder heb gehoord- is een B.V-er (Berufsverbrecher) en schijnt een mislukte mengeling van een Duitser en een Pool te zijn. Ik had reeds tot mijn ongerustheid opgemerkt, dat Natzweiler een "groen" kamp is, want ook de Kapo droeg een groene driehoek. Dit belooft voor ons "politieken" niet veel goeds.
 
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

16de jaargang, 3e editie
  maart 2016



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.