Overzicht: 
- Go2War2.nl opent quiz nr. 44
- Belgische verpleegster Augusta Chiwy overleden
- Nieuwe items voor het Eyewitness Museum
- 2015 Krakow: Warschau Opstand herdenkingsdienst
- Recensie: De verschrikkingen van de nacht
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl
- Fotoverslag Weekend at War 2015
- Helmondse oorlogsslachtoffers: De Aabode
- Belgische tv-makers treden in voetsporen bevrijders
- Verhoor Albert Speer op Go2War2.nl
 

 
Go2War2.nl opent quiz nr. 44 (Redactie Go2War2.nl)
Na vier maanden hebben wij quiz nummer 43 gesloten. De antwoorden staan inmiddels online. We hebben D. v/d Bos uitgeloot als winnaar. Gefeliciteerd!

Wij hebben op hetzelfde moment een nieuwe quiz geopend. Test opnieuw uw kennis van de Tweede Wereldoorlog in quiz nummer 44! Er staan weer 25 lastige vragen (en een mooie prijs voor de winnaar) op u te wachten. U kunt deelnemen aan deze quiz tot en met tot en met 1 december 2015. Veel succes!

De winnaar is degene met de meeste antwoorden goed. Indien er meerdere personen zijn, dan zal er een winnaar worden geloot. Door Pen and Sword Books is voor de winnaar een prijzenpakket beschikbaar gesteld, bestaande uit de volgende titels:

• Freedom in the Air - A Czech Flyer and his Aircrew Dog
• Auschwitz - The Nazi Solution
• VE Day - A Day to Remember
• Images of War: The Rise of Hitler
 

 
Belgische verpleegster Augusta Chiwy overleden (Redactie WO2Actueel)
De Belgische verpleegster Augusta Chiwy is afgelopen zondag op 94-jarige leeftijd overleden. De van oorsprong uit Congo afkomstige vrouw verpleegde honderden Amerikaanse militairen tijdens de Slag om de Ardennen. Haar verhaal speelde een rol in een aflevering van de miniserie "Band of Brothers" en werd door Martin King beschreven in het boek "De vergeten verpleegster". Ze zal aanstaande zaterdag in Bastogne begraven en met een militaire ceremonie geëerd worden.


Nieuwe items voor het Eyewitness Museum (Redactie WO2Actueel)
De afgelopen maanden zijn er een aantal unieke items aan het oorlogsmuseum in Beek toegevoegd. Waaronder een Nederlands uniform en een compleet uniform van SS Obergruppenfuhrer Hildebrandt. Ook heeft het museum de hand weten te leggen op een FG42. Het museum is te vinden in Beek, Zuid-Limburg en alle dagen van de week open, behalve op maandag.

Het museum heeft een zeer bijzondere FG42. Het is een eerste model Krieghoff productienummer 281, werkend en nummergelijk.De FG is geproduceerd voor de paratroepen (Fallschirmjäger) om een snel en nauwkeurig vurend aanvalswapen te hebben en heeft hetzelfde kaliber als de bekende K98. 7,92x57 Mauser. Het wapen is licht, heeft een hoge vuursnelheid en is makkelijk te hanteren. Magazijn van 10 of 20 patronen.

 

 
Recensie: De verschrikkingen van de nacht (David Izelaar)
In augustus en begin september 1944 hadden de geallieerde strijdkrachten Frankrijk en een deel van België veroverd. Om Duitsland definitief te veroveren, moesten de geallieerden nog wel de Rijn en de Siegfriedlinie passeren. De Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery ontwierp daarvoor een plan (codenaam Market Garden) met als doel om aan de andere kant van de Rijn op te trekken naar het Ruhrgebied. Parachutisten moesten enkele bruggen bij Arnhem en Nijmegen veroveren (Market) en deze bezet houden, totdat de grondtroepen er waren (Garden). De operatie ging van start op 17 september 1944.
 
 
De Duitse tegenstand bleek veel sterker dan verwacht, waardoor de parachutisten veel moeite hadden om hun posities vast te houden. Ook de opmars van de grondtroepen vanuit het zuiden van Nederland verliep aanmerkelijk trager dan gepland. De grondtroepen konden uiteindelijk niet tijdig de Arnhemse verkeersbrug bereiken om de parachutisten daar te ontzetten. Deze airbornes waren genoodzaakt zich op 21 september over te geven. In de nacht van 25 op 26 september werden de restanten van de 1st British Airborne Division teruggetrokken over de Rijn.
 
Over Market Garden en de slag om Arnhem is heel veel geschreven. In de meeste van die boeken is er veel aandacht voor het militaire aspect. De verhalen van burgers zijn minder vaak beschreven en als zij al beschreven worden, vormen zij vaak een klein onderdeel van een boek. Wel zijn er boeken verschenen waarin individuen (militairen en burgers) hun persoonlijke ervaringen tijdens de Slag om Arnhem uit de doeken doen.
 
Er ontbrak echter nog een boek waarin die persoonlijke ervaringen van burgers samengevoegd zijn tot één samenhangend, persoonlijk geheel. Dit gat probeert Tony Sheldon met zijn boek ‘De verschrikking van de nacht’ op te vullen.
 
Sheldon is een Britse historicus en journalist die al sinds 1993 met zijn vrouw in Nederland woont. Als journalist en historicus schrijft hij artikelen voor Engelse tijdschriften, onder andere als correspondent voor het medische tijdschrift British Medical Journal.
 
In 2004 was hij aanwezig bij een herdenking in de Arnhemse Bakkerstraat waar vijf burgers herdacht werden die daar zestig jaar eerder door de Duitsers waren geëxecuteerd. Onder hen was een dokter (Jan Zwolle). Als medisch journalist wilde Sheldon hier meer over weten. Tijdens zijn zoektocht naar informatie stuitte hij op veel tot nog toe onopgemerkte verhalen van burgers die de slag om Arnhem persoonlijk hebben meegemaakt. Sheldon besloot dat de verhalen van deze gewone mensen, die zich staande hebben gehouden in buitengewone omstandigheden, doorverteld moesten worden. Hij ging aan de slag met het interviewen van meer dan zestig ooggetuigen en heeft deze informatie in dit boek uitgewerkt tot een samenhangend geheel.
 

 
2015 Krakow: Warschau Opstand herdenkingsdienst (Redactie WO2Actueel)
67 jaar geleden begon de Warschau Opstand; een bloedige en heroïsche onderneming van het Poolse verzet tegen de Duitse bezetting. Tussen de 180.000 en 230.000 mensen (vrijheidsstrijders, bezetters en burgers) vonden de dood. Duizenden meer gewond, gevangen of gedeporteerd. Elk jaar wordt het begin van de opstand in Polen herdacht. STIWOT-medewerker Kaj Metz was bij de herdenkingsdienst in Krakow en maakte een fotoverslag.
 
 

 
Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Maisy Battery
Hoe een onbekende Duitse artilleriebatterij tot drie dagen na D-Day Omaha Beach kon beschieten: Op D-Day veroverden de Amerikaanse Rangers, speciaal getrainde elitesoldaten, op spectaculaire wijze Pointe du Hoc, een klif van ruim dertig meter hoog tussen Omaha Beach en Utah Beach. Pointe du Hoc was door de geallieerde opperbevelhebber, General of the Army Dwight Eisenhower, aangewezen als één van de hoofddoelen van de eerste dag van de landing in Normandië, op 6 juni 1944. Volgens de geallieerde inlichtingenbronnen zouden zich op het klif zes 155mm houwitsers bevinden, maar toen de Rangers Pointe du Hoc veroverd hadden, bleek de Duitse artillerie niet aanwezig te zijn. Toch werden Omaha Beach en in mindere mate Utah Beach, nog dagenlang door vijandelijk artillerievuur bestookt. De Amerikaanse aanvallers hadden aanvankelijk geen idee waar de granaten vandaan kwamen.
 


SU-122P
Tijdens de Tweede Wereldoorlog produceerde de Sovjet-Unie tankjagers. Tankjagers als SU-85 en SU-100 kennen de meeste historici en amateur-historici. Veel minder bekend is dat de Sovjet-Unie ook zeldzame prototypes fabriceerde. De SU-122P (??-122?) is daar een goed voorbeeld van. Van die tankjager is slechts één exemplaar gebouwd door Oeral Machinebouw Fabriek NKTP.
 

 
Fotoverslag Weekend at War 2015 (Redactie WO2Actueel)
Net als vorig jaar werd in het weekend van 22 en 23 augustus het Weekend at War evenement georganiseerd door Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij in samenwerking met diverse re-enactment groepen. Bij het station in Simpelveld was een Duits en geallieerd kamp ingericht. Daarnaast was er in Wijlre nog een klein kamp ingericht van voornamelijk Amerikaanse voertuigen. Met de diverse stoomtreinen kon vervolgens een ritje gemaakt worden tussen de plaatsen en verder. In Simpelveld werd een slag om de Siegfriedlinie nagespeelt. Hieronder de foto's van de dag.
 


 
Helmondse oorlogsslachtoffers: De Aabode (Redactie WO2Actueel)
Het is even stil rond ons onderzoek naar de Helmondse oorlogsslachtoffers die vermeld staan in het oorlogsmonument in Helmond. Wij zitten echter niet stil: er komt nog meer aan, nog veel meer. Momenteel zijn we extra bronnen aan het verzamelen en één daarvan is De Aabode.

Helmond werd bevrijd op 25 september 1944 en De Aabode verscheen de volgende dag. "In opdracht van den plaatselijken commandant verschijnt thans dagelijks De Aabode voor Helmond en Omstreken", zo schrijft men in de eerste editie. Lang heeft de naam niet bestaan. Na 10 edities werd de krant Het Helmondsche Dagblad hernoemd. Wij kregen alle edities aangeboden en hebben deze gedigitaliseerd en online geplaatst zodat ze voor iedereen beschikbaar zijn. Dat kan via onze TracesOfWar.com-website.

Lees meer...

 
Belgische tv-makers treden in voetsporen bevrijders (Redactie WO2Actueel.nl)
Na hun reis langs de frontlijn van de Eerste Wereldoorlog beginnen de vrienden Arnout, Jonas en Mik aan een nieuwe tocht. In de tweede reeks van Ten oorlog trekken ze, zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, naar het hart van Duitsland: Berlijn. Onderweg verzamelen ze verhalen van mensen die de Tweede Wereldoorlog zelf hebben meegemaakt.
 
 
Net als het Amerikaanse leger, dat samen met de Sovjetsoldaten een einde maakte aan de oorlog, vertrekken de drie vrienden in Londen. Ze volgen de bevrijdingsroute door Frankrijk, België en Luxemburg, en eindigen in het Duitse Torgau Am Elbe. Daar stonden de Amerikanen in 1945 oog in oog met het Rode Leger.
 
Arnout, Jonas en Mik volgen ook de tocht van het Rode Leger. Ze starten in het legendarische Stalingrad en doorkruisen de Russische steppen. Ze reizen door Oekraïne, Wit-Rusland en Polen, en komen uiteindelijk aan in Berlijn, het einddoel van hun reis.
 
Onderweg praat Arnout met mensen die de Tweede Wereldoorlog aan den lijve ondervonden. Hun verhalen haalden de geschiedenisboeken niet, maar tonen een puur en onversneden beeld van de oorlog. Soms ontroerend, altijd verrassend en beklijvend.
 
Later dit najaar op de Belgische televisiezender Eén.


Verhoor Albert Speer op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een passage uit een verhoor van het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we een passage geselecteerd uit het verhoor van Albert Speer, Hitlers favoriete architect en tijdens de oorlog minister van Bewapening en Oorlogsproductie. Hij wordt hier door zijn advocaat ondervraagd over de inzet van dwangarbeiders in de oorlogsindustrie.
 
Dr. FLÄCHSNER: Gisteren eindigden we met de bespreking van het gebruik van mankracht in de industrie en nu zullen we de kwestie behandelen hoe de mankracht aan de fabrieken werd geleverd; anders gezegd de kwesties van aantallen en speciale eisen aan arbeiders.
Meneer Speer, in uw getuigenis van 18 oktober 1945 verklaarde u allereerst dat u stelselmatig nieuwe arbeiders van Sauckel vroeg, ten tweede dat u wist dat er zich onder deze arbeiders buitenlanders zouden bevinden, ten derde dat u hebt geweten dat sommige van deze buitenlandse arbeiders tegen hun wil in Duitsland werkten. Wilt u alstublieft iets over deze verklaring zeggen?
SPEER: Deze vrijwillig afgelegde verklaring is helemaal juist. Ik was Sauckel zeer dankbaar voor iedere arbeider die ik tijdens de oorlog van hem kreeg. Vaak hield ik hem verantwoordelijk voor het feit dat door gebrek aan mankracht de wapenindustrie niet die resultaten bereikte die zij had kunnen bereiken maar ik heb altijd de verdiensten benadrukt die hem toekwamen vanwege zijn werk voor de wapenindustrie.
Dr. FLÄCHSNER: Toen u in uw getuigenis van 18 oktober 1945, en nu weer, verwees naar mankracht, bedoelt u mankracht in het algemeen, waaronder Duitse arbeiders, vreemdelingen uit bezette gebieden, vreemdelingen uit geannexeerde gebieden en ook krijgsgevangenen?
SPEER: Ja. Vanaf het midden van 1943 had ik onenigheid met Sauckel over kwesties met betrekking tot productie en over de onvoldoende beschikbaarheid van Duitse arbeidsreserves. Maar dat heeft niets te maken met mijn fundamentele houding ten opzichte van het werk van Sauckel.
Dr. FLÄCHSNER: Welk percentage van het totaal toegewezen arbeiders was Sauckel verplicht u op aanvraag te leveren?
SPEER: U bedoelt het totaal aan mankracht, geen vreemdelingen?
Dr. FLÄCHSNER: Ja.
SPEER: Tot aan augustus 1944 – anders gezegd, tot aan het moment waarop ik de wapenproductie voor de Luftwaffe overnam – ongeveer 30 of 40 % van het totaal. De overgrote meerderheid daarvan bestond natuurlijk uit Duitse arbeiders. Toen ik in augustus 1944 de wapenproductie voor de Luftwaffe overnam had ik nauwelijks behoefte aan arbeiders omdat de bombardementen op het transportstelsel in Duitsland een gestage daling van de wapenproductie tot gevolg hadden.
Dr. FLÄCHSNER: Was uw behoefte aan arbeiders onbeperkt?
SPEER: Nee. De omvang van de wapenproductie en van onze totale productie en mijn overeenkomstige behoefte aan arbeiders was afhankelijk van onze aanvoer van grondstoffen.
Dr. FLÄCHSNER: Dat betekent, de behoefte was beperkt door de beschikbare hoeveelheid grondstoffen?
SPEER: Mijn behoefte aan arbeiders was beperkt door de hoeveelheid grondstoffen.
Dr. FLÄCHSNER: U bereikte een sterke stijging van het productievolume aan wapens. Nam het aantal tewerkgestelde arbeiders ook in verhouding toe om deze stijging te bereiken?
SPEER: Nee. In 1944 werden er 7 maal zoveel wapens geproduceerd als in 1942, 1½ keer zoveel pantserwagens en 6 maal zoveel munitie. Het aantal arbeiders in deze sectoren nam slechts met 30 % toe. Dit succes kwam niet tot stand door een grotere inzet van arbeiders maar eerder door het afschaffen van verouderde productiemethoden en door een verbeterd systeem van controle op wapenproductie.
Dr. FLÄCHSNER: Wat werd bedoeld met het concept "Kriegsproduktion"?
SPEER: De term Kriegsproduktion die hier regelmatig is gebruikt is niets anders dan het normale concept, productie. Dat omvat alles dat door fabrieken of door handwerkslieden wordt geproduceerd waaronder de behoeften voor de burgerbevolking.
Dr. FLÄCHSNER: Wat werd in Duitsland bedoeld met het concept "bewapening"?
SPEER: Het concept "bewapening" was in geen geval beperkt tot het gebied dat beschreven staat in de Geneefse Conventie voor krijgsgevangenen. De moderne opvatting van "bewapening" is een veel bredere. Het omvat een veel groter scala aan activiteiten. Er waren geen basisprincipes vastgelegd voor onze opvatting van "bewapening." Het kenmerk van een wapenindustrie was dat het Heereswaffenamt als bemiddelende autoriteit er de zorg voor had en er toezicht op hield. In Duitsland bijvoorbeeld viel de volledige productie van ruw staal onder de wapenindustrie, alle walserijen, gieterijen en smederijen; de productie van aluminium en moderne synthetische materialen; de chemische productie van stikstof, van brandstof of synthetische rubber; de productie van synthetische wol; de productie van afzonderlijke zaken waarvan het gebruik in wapens op het moment van productie niet kan worden voorspeld zoals kogellagers, tandwielen, kleppen, zuigers enzovoorts, of de productie van werktuigmachines, het opzetten van assemblagelijnen; evenzo de productie van auto's en de bouw van locomotieven, koopvaardijschepen; ook textielfabrieken en fabrieken die artikelen van leer of hout produceren.
In de vragenlijsten die ik naar mijn getuigen heb gestuurd wilde ik hen laten vermelden welk percentage van de Duitse wapenindustrie wapens produceerde zoals die zijn omschreven in de Geneefse Conventie en ik zou u de aantallen willen noemen. Mijn medewerkers zijn het er unaniem over eens dat tussen 40 en 20 % van het bewapeningsprogramma te maken had met de productie van wapens, pantserwagens, vliegtuigen, oorlogsschepen of de algemene uitrusting die voor de diverse onderdelen van de strijdkrachten vereist was. Het merendeel van het materiaal bestond daarom niet uit wapens in de zin van de Geneefse Conventie. De reden voor de verruiming van het concept "bewapening" in Duitsland was naast redenen van productie de voorkeursbehandeling die deze fabrieken genoten; een behandeling die tot gevolg had dat talloze fabrieken stonden te dringen om wapenindustrie genoemd te mogen worden.
 
 
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

15de jaargang, 8e editie
  augustus 2015



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.