Overzicht: 
- Heeft u al meegedaan aan onze quiz?
- Verslag STIWOT Reizen Battlefield Tour "Diogenes en Fliegerhorst Deelen"
- Recensie: KL - een geschiedenis van de naziconcentratiekampen
- Fotoverslag De Aanval: 5 dagen strijd om Rotterdam
- Nieuw artikel op Go2War2.nl
- Fotoverslag Santa Fe Event 2015
- Recensie: Strijd om de Grebbeberg
- Verhoor Wilhelm Keitel op Go2War2.nl
 

 
Heeft u al meegedaan aan onze quiz? (Redactie Go2War2.nl)
Sinds 1 april kunt u op Go2War2.nl weer deelnemen aan een nieuwe WO2-quiz. Test opnieuw uw kennis van de Tweede Wereldoorlog in quiz nummer 43! Er staan weer 25 lastige vragen (en een mooie prijs voor de winnaar) op u te wachten. U kunt deelnemen aan deze quiz tot en met tot en met 1 augustus 2015. Veel succes!
 
De winnaar is degene met de meeste antwoorden goed. Indien er meerdere personen zijn, dan zal er een winnaar worden geloot. Door S.I. Publicaties is voor de winnaar een prijzenpakket beschikbaar gesteld, bestaande uit het volgende:
 
• Een jaarabonnement op het kwartaalblad ‘40- ‘45 Toen en Nu
• Het Album van de Eerste Wereldoorlog door G. de Vries
 


 
Verslag STIWOT Reizen Battlefield Tour "Diogenes en Fliegerhorst Deelen" (STIWOT Reizen)
Op zaterdag 6 juni 2015, inderdaad een gedenkwaardige datum, vond een STIWOT Reizen Battlefield Tour naar bunker Diogenes en Fliegerhorst Deelen plaats. De inschrijving voor deze Battlefield Tour verliep voorspoedig en al snel was het maximum aantal van 25 deelnemers bereikt. De gelukkige deelnemers die een plekje hadden weten te bemachtigen verzamelden zich ’s ochtends bij eetcafé Stal Mansour in Schaarsbergen. Daar kregen zij na ontvangst met een kop koffie of thee allereerst uitleg van Willem Kleijn van de Deelen Research Group over de rol van de luchtoorlog tijdens de Tweede Wereldoorlog.
 

 
Na deze gedegen inleiding verplaatsten de deelnemers zich te voet naar bunker Diogenes, officieel Grossraum Gefechtsstand Diogenes (met D van Deelen), aan de Koningsweg in Schaarsbergen. Aan de bouw van de grootste bestaande Duitse bunker in Nederland werd in 1942 begonnen. De bunker meet 60 x 40 x 16 meter en de voor de bouw door de Conba (Combinatie Barakkenbouw Arnhem) benodigde 33.000 m3 beton werd via een speciaal veldspoor aangevoerd. De arbeiders van de Conba realiseerden de bunker binnen een jaar.
 
Lees hier het complete verslag: WO2Actueel.nl

 
Recensie: KL - een geschiedenis van de naziconcentratiekampen (Kevin Prenger)
Hans Beimler, Wilhelm Müller en Ágnes Rózsa hadden weinig met elkaar gemeen. Beimler was een fanatieke communist uit München die in 1932 als lid van de Duitse communistische partij een zetel bemachtigde in de Reichstag, het Duitse parlement. Zijn landgenoot Müller uit Duisburg klom nooit zo hoog op de maatschappelijke ladder. Hij was langdurig werkloos en om zijn karige uitkering aan te vullen, bedelde hij soms op straat. Anders dan beide mannen was Rózsa niet afkomstig uit Duitsland, maar uit een stad in Roemenië die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Hongarije geannexeerd werd. Ze was lerares en van Joodse afkomst.
 
 
Een overeenkomst tussen eerdergenoemde personen is echter dat ze alle drie gevangen zaten in een naziconcentratiekamp. Hans Beimler belandde hierin als eerste, namelijk al in april 1933, kort nadat Hitler aan de macht gekomen was. De vooraanstaande communist was een prijsgevangene voor de nazi’s en werd gevangen gezet in Dachau, het kamp vlakbij München dat als voorbeeld zou dienen voor toekomstige concentratiekampen. Hij werd er gefolterd en om hem tot zelfmoord aan te zetten werd hem het bebloede lichaam getoond van een vriend die de mishandelingen niet had kunnen verdragen en zogenaamd zijn polsen zou hebben doorgesneden, terwijl hij in werkelijkheid waarschijnlijk door de SS gedood was. In tegenstelling tot zijn vriend en andere communisten die gedurende de beginperiode van de kampen omkwamen in Dachau of elders provisorisch opgerichte kampen, wist Beimler te ontsnappen uit het kamp en er niet meer terug te keren.
 
Terwijl Beimler als ideologische opponent van de nazi’s beschouwd kon worden als een bedreiging voor de prille nazistaat, kon dat van de werkloze Wilhelm Müller niet gezegd worden. Hij werd in juni 1938 afgevoerd naar concentratiekamp Sachsenhausen in de buurt van Berlijn. Op dat moment was vrijwel alle binnenlandse oppositie uitgeschakeld en was de nazistaat oppermachtig. De concentratiekampen leken zichzelf overbodig gemaakt te hebben. Omstreeks 1937 werd de kamppopulatie in opdracht van SS-leider Heinrich Himmler echter uitgebreid met maatschappelijke verschoppelingen, zoals zigeuners en homoseksuelen, maar ook werklozen en bedelaars zoals Müller. Ze werden aangeduid als "asocialen" en in oktober 1938 bestond 70% van de totale kamppopulatie in het Derde Rijk uit deze groep gevangenen. Ze stonden in de kampen vaak laag in de rangorde en werden niet enkel geminacht door hun bewakers maar ook door medegevangenen.
 
Het waren de Europese Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog het voornaamste doelwit werden van de SS. De nazi-ideologie beschouwde het Joodse ras als inferieur en stelde de uitroeiing van deze bevolkingsgroep tot doel. Joodse gevangenen belandden niet enkel in de vernietigingskampen in Polen, zoals Sobibor en Treblinka, waar ze direct na aankomst vergast werden, maar ook in de concentratiekampen in Duitsland en daarbuiten, waar ze echter eveneens vaak de dood vonden als gevolg van zware arbeid, ondervoeding en een slechte leefomstandigheden. Ágnes Rózsa zou echter de oorlog overleven als dwangarbeider in diverse kampen, waaronder Auschwitz , waar ze in juni 1944 arriveerde. In haar dagboek, dat ze in het geheim bijhield, beschreef ze wat ze allemaal te verduren kreeg. Zo moest ze met vier andere vrouwen slapen onder een met urine doordrenkt laken in een smerige barak in Auschwitz en maakte ze werkdagen van 15 uur in een werkkamp in Neurenberg.
 
De drie hierboven geïntroduceerde kampgevangenen figureren alle drie in het vuistdikke boek "KL - een geschiedenis van de naziconcentratiekampen" van Nikolaus Wachsmann (1971). De auteur doceert nieuwe Europese geschiedenis aan de Birkbeck University in Londen en schreef eerder het positief onthaalde "Hitlers gevangenissen", over hoe het Duitse gevangeniswezen onderdeel werd van het naziterreurapparaat. Je kunt je afvragen waarom Wachsmann een veel behandeld onderwerp als de naziconcentratiekampen (KL is de afkorting voor Konzentrationslager) koos voor zijn nieuwe boek. De kenner weet echter dat een up-to-date wetenschappelijk overzichtswerk over de concentratiekampen nog ontbrak naast de vele boeken die zich beperken tot afzonderlijke kampen, de ervaringen van individuele gevangenen en andere meer gedetailleerde onderwerpen.

 
Fotoverslag De Aanval: 5 dagen strijd om Rotterdam (Redactie WO2Actueel.nl)
Aan de zuidelijke oever van de Nieuwe Maas in de Rotterdamse Stadshavens bevindt zich de Onderzeeboodsloods van de voormalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM). De 4.600 m2 grote productiehal, waar eens in totaal 16 onderzeeërs gebouwd werden, wordt tegenwoordig benut voor culturele activiteiten. Van 30 april tot 25 oktober 2015 is hier een expositie opgesteld over de Duitse aanval op Rotterdam (van 10 tot 14 mei 1940), getiteld “De Aanval”. Een Heinkel-bommenwerper vormt het middelpunt van de tentoonstelling.
 

De Onderzeebootloods maakte onderdeel uit van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM). Dit eens toonaangevende bedrijf bouwde van 1902 tot 1996 335 schepen, zowel voor de koopvaardij als de marine. Bekende schepen die hier van de helling liepen, zijn de passagiersschepen ss Nieuw Amsterdam en ss Rotterdam en de onderzeeboten van de Walrusklasse van de Koninklijke Marine. Tegenwoordig heeft het werfterrein van het ter ziele gegane bedrijf een educatieve en culturele functie. Het is bereikbaar met de waterbus/aqualiner naar Heijplaat-RDM en Bus 68 vanuit Zuidplein naar RDM-campus

De expositie is een samenwerkingsproject van het Militär Historisches Museum Flugplatz Berlin-Gatow, Museum Rotterdam en Stadsarchief Rotterdam. Behalve in het Nederlands is de tentoonstelling ook in het Duits en Engels. De entree bedraagt €10,-.
 
Lees hier het complete verslag: WO2Actueel.nl

 
Nieuw artikel op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Operatie Neptune was de maritieme tegenhanger van Operatie Overlord, de geallieerde landing in Normandië die op 6 juni 1944 begon, de dag die beter bekend staat als D-Day. Alle maritieme operaties bij Normandië vanaf 6 juni tot 90 dagen daarna, zoals het transport van de troepen en voertuigen, het escorteren van de landingsvaartuigen, het beschieten van de Duitse posities, het vegen van mijnen, de amfibische landingen zelf, de afleiding van de Duitse marine en luchtmacht en de verdere bevoorrading over zee werden aangeduid met de codenaam Neptune. De Nederlandse bijdrage aan Operatie Neptune bestond uit de deelname van vier oorlogsschepen, twee tankers, twaalf vracht- en transportschepen, twaalf sleepboten, acht visserstrawlers en tientallen kustvaartuigen.
 

 
Fotoverslag Santa Fe Event 2015 (Redactie WO2Actueel.nl)
Net als in 2012 en in 2013 werd er dit jaar weer een Santa Fe Event georganiseerd in het Oorlogsmuseum Overloon door de Vereniging Santa Fe. Uiteraard was er weer veel te doen, de militariamarkt was er weer, alhoewel een stuk kleiner dan bij Militracks dit jaar. Er waren wederom mockbattles, rondritten, wapendemonstraties, voertuig parades en nog veel meer. Je kon zelfs je schoenen laten poetsen en je door een echte barbier laten scheren. Voor beide was uw reporter niet echt in, maar we konden gelukkig wel een andere vrijwilliger vinden.
 

 
Lees hier het complete verslag: WO2Actueel.nl

 
Recensie: Strijd om de Grebbeberg (John Smeets)
Het recenseren van stripboeken heeft een andere dynamiek dan het recenseren van ‘gewone’ boeken, al helemaal wanneer er historische gebeurtenissen worden beschreven. Naast de feitelijke inhoud, het gebruik van woorden/zinnen en de historische adequaatheid zijn de tekeningen ook aan smaak gebonden. Toch is het ‘stripboek’ een uitgelezen medium om vooral de jeugd op een boeiende manier deel te laten worden van de geschiedenis.
 
 
 
De strijd om de Grebbeberg is jarenlang een onderbelicht hoofdstuk geweest in de vaderlandse geschiedenis. Zeer onterecht. Bijna twee jaar heeft striptekenaar Hennie Vaessen uit Oosterbeek gewerkt aan zijn vierde historische stripboek, dat nu over de Grebbeberg gaat, waar 75 jaar geleden hard werd gevochten. Dit beeldverhaal is een van de manieren waarop Stichting 75 jaar Slag om de Grebbeberg dit jaar stilstaat bij de gebeurtenissen van mei 1940.
 
Stripverhalen zijn uitermate geschikt voor historische kennisoverdracht aan jongeren. Daarom verschijnt het boek in twee versies: de (gekuiste) versie 'Slag om de Grebbeberg' voor leerlingen uit groep 7 en 8 en de 'Strijd om de Grebbeberg' voor volwassenen. In deze recensie wordt het laatste boek beschreven.
 
Deze strip begint bij een herdenking van de gevallen soldaten, na de Tweede Wereldoorlog. Wij duiken in de gedachten van een veteraan, die terugdenkt aan toen. Op 29 augustus 1939 is er in Nederland een algehele mobilisatie. Vanwege de dreigende Duitse invasie wordt 280.000 man onder de wapenen geroepen om Nederland te verdedigen. De dienstplichtige soldaten Johannes Eibergen (Hannes), Gerard Roodhart (de Rooie) en Jozef Schoenmaker (Bolle) worden gelegerd in de Gelderse vallei, bij de familie Akkerman, in een klein huisje. De mannen leggen zelf, in de zomer en de herfst van 1939, de Grebbelinie aan. In de daaropvolgende strenge winter van 1940 moeten ze ijshakken om de inundaties open te houden.
 
Op 10 mei 1940 valt nazi-Duitsland Nederland aan. De soldaten, waaronder de Rooie, Hannes en Bolle, verdedigen hun stellingen. De bevolking, waaronder de familie Akkerman, wordt geëvacueerd naar het westen, aan boord van een kleine vloot kolenschepen. De volgende dag breekt een harde en vaak heroïsche strijd uit op de Grebbeberg, waarbij de oppermachtige vijand de Nederlandse linies één voor één oprolt. Het boek eindigt met het bombardement van Rotterdam, de capitulatie en de naweeën van de Slag op de Grebbeberg. Van de drie soldaten overleeft er maar één de Strijd om de Grebbeberg.
 

 
Verhoor Wilhelm Keitel op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een stuk uit een verhoor van het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we gekozen voor een fragment uit het verhoor van Wilhelm Keitel, de chef van het Opperbevel van de Duitse Strijdkrachten (OKW). Hieronder wordt hij door zijn raadsman Otto Nelte ondervraagd over zijn kennis van Hitlers besluit om op 22 juni 1941 de Sovjet-Unie binnen te vallen (operatie Barbarossa).
 
Dr. NELTE: Wanneer werd het u duidelijk dat Hitler vastbesloten was, de Sovjet Unie aan te vallen?
KEITEL: Voor zover ik me herinner was dat begin maart. Het plan was dat de aanval ongeveer half mei zou kunnen plaatsvinden. Daarom moest de beslissing over het transport van de troepen per spoor half maart worden genomen. Om die reden werd in de eerste helft van mei een vergadering van generaals bijeengeroepen, dat wil zeggen een briefing van de generaals op Hitler’s hoofdkwartier en de uitleg die hij toen gaf had duidelijk tot doel de generaals te vertellen dat hij vastbesloten was die troepen in te zetten hoewel er nog geen bevel voor was gegeven. Hij opperde een groot aantal ideeën en gaf bepaalde instructies over zaken die in deze richtlijnen staan voor de speciale onderdelen van Fall Barbarossa. Dat is document 447-PS en dit zijn de richtlijnen die uiteindelijk ook door mij zijn ondertekend. Hij gaf ons toen een richtlijn voor deze leidende principes en ideeën zodat de generaals al ingelicht waren over de inhoud, wat mij dan weer noodzaakte ze schriftelijk in deze vorm te bevestigen want er stond niets nieuws in voor degenen die aan de discussie hadden deelgenomen.
Dr. NELTE: Het lijkt mij echter dat wat Hitler de generaals in zijn toespraak vertelde wel iets nieuws was; en het lijkt mij ook dat u die zich bezig hield met deze kwesties, die ze uit moest werken, begreep of moest begrijpen dat er nu een volkomen abnormale methode van oorlogvoeren op het punt stond te beginnen, tenminste gezien vanuit uw traditionele opvatting als soldaat.
KEITEL: Dat is juist. Er werden visies geuit betreffende het bestuur en de economische exploitatie van de gebieden die veroverd of bezet moesten worden. Er was een geheel nieuw idee voor het benoemen van Rijkscommissarissen en burgerlijke besturen. Er was een definitieve beslissing om de Gedelegeerde voor het Vierjarenplan te belasten met de hoogste leiding op economisch gebied; en wat voor mij het meest belangrijk was, en wat me het meest aangreep was het feit dat naast het recht van de militaire commandant het hoogste gezag over de bezettingsmacht uit te oefenen, er hier een beleid gevoerd moest worden waarin duidelijk werd gesteld dat aan Reichsführer SS Himmler uitgebreide volmachten moesten worden gegeven betreffende alle politionele acties in deze gebieden die later bekend werden. Ik was hier fel op tegen omdat het mij onmogelijk leek dat er twee gezaghebbers naast elkaar zouden bestaan. In de richtlijn staat: “Het gezag van de Opperbevelhebber van de Wehrmacht wordt hierdoor niet aangetast.”
Dat was een complete illusie en zelfmisleiding. Er gebeurde precies het tegenovergestelde. Zo lang het met mijn functies verenigbaar was, bestreed ik dit. Ik denk dat ik moet zeggen dat ik hiervoor geen andere getuigen heb dan Generaal Jodl die deze ervaringen met mij deelde. Uiteindelijk werkte Hitler die richtlijnen min of meer zelf uit en gaf ze de bedoeling die hij wenste. Zo ontstonden die richtlijnen.
Dat ik niet de bevoegdheid had bevelen te geven voor de zaken die in deze richtlijnen staan wordt duidelijk uit het feit dat er staat, ’de Reichsmarschall krijgt deze taak,.... de Reichsführer SS krijgt die taak, enzovoort’. Ik had geen enkele bevoegdheid hen orders te geven.
Dr. NELTE: Werd er nooit echt over gesproken dat wanneer men een aanval op de Sovjet Unie zou willen doen, er eerst diplomatieke stappen moesten worden ondernomen, of anders een oorlogsverklaring gestuurd of een ultimatum?
KEITEL: O ja, dat heb ik besproken. Al in de winter van 1940-1941, met andere woorden, in december-januari wanneer er besprekingen waren over de sterkte van de Russische troepen aan de demarcatielijn, vroeg ik Hitler een nota aan de Sovjet Unie te sturen om de situatie te verduidelijken, als ik dat zo mag zeggen. Ik kan er nu aan toevoegen dat hij de eerste keer helemaal niets zei en de tweede keer weigerde hij, hij beweerde dat het onnodig was omdat hij slechts als antwoord zou krijgen dat dit een binnenlandse aangelegenheid was en dat het ons niets aanging of iets dergelijks. Hoe dan ook, hij weigerde. Ik probeerde het op een later tijdstip nog een keer, dat wil zeggen, ik deed het verzoek dat er een ultimatum gesteld moest worden voordat we een actie ondernamen zodat er op een of andere manier een basis werd gelegd voor wat wij een preventieve oorlog noemden, een aanval.
KEITEL: U zei “preventieve oorlog.” Wat was de militaire situatie toen de uiteindelijke beslissingen werden genomen?
KEITEL: Ik kan me dat het beste herinneren hoe wij, of liever gezegd het leger de situatie beoordeelden aan de hand van een studie of een memorandum. Ik denk dat het Document 872-PS is, gedateerd eind januari of begin februari; een rapport aan Hitler, opgesteld door de Chef van de Generale Staf van het leger over de staat van de operationele en strategische voorbereidingen. En in dit document vond ik de gegevens die we toen hadden over de sterkte van het Rode Leger en andere, ons bekende informatie die in dit document uitvoerig worden behandeld.
Afgezien daarvan moet ik zeggen dat de inlichtingendienst van het OKW - Admiraal Canaris – maar weinig materiaal aan mij of aan het leger ter beschikking stelde omdat het Russische gebied goed was afgegrendeld tegen Duitse inlichtingendiensten. Met andere woorden, er zaten tot op een bepaald punt gaten in. Alleen de zaken die in Document 872-PS vermeld zijn waren bekend.
Dr. NELTE: Zou u kort willen zeggen wat er in stond, om uw beslissing te rechtvaardigen?
KEITEL: Ja, er lagen – Halder rapporteerde dat er 150 Sovjet divisies aan de demarcatielijn lagen. Er waren luchtfoto’s van een groot aantal vliegvelden. Kort gezegd, er heerste een staat van paraatheid aan Russische zijde die op ieder moment tot militaire actie kon leiden. Alleen de werkelijke gevechten later maakten duidelijk hoe goed de vijand wel was voorbereid. Ik moet zeggen dat we ons al deze zaken pas tijdens de werkelijke aanval volledig realiseerden.
 
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

15de jaargang, 6e editie
  juni 2015



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.