Overzicht:
- Go2War2.nl-auteur publiceert boek over crash Wellington Z1321
- Fotospecials op WO2Actueel.nl
- Verloting: deel 1 en 2 van stripboekenserie Slag om Arnhem
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl
- Sloop dreigt voor Auschwitz-barak
- Bezienswaardigheid uitgelicht
- Go2War2.nl recenseert Spoor naar Woeste Hoeve
- Verhoor Seyss-Inquart op Go2War2.nl 


 
Go2War2.nl-auteur publiceert boek over crash Wellington Z1321
Vlaardinger en Go2war2.nl-medewerker Pieter Schlebaum slaagde erin aan de hand van archiefmateriaal, ooggetuigenverslagen en met hulp van nabestaanden het verhaal van de Wellington Z1321 te reconstrueren. Dit geallieerde vliegtuig crashte in de nacht van 25 op 26 maart 1942 binnen de grenzen van de gemeente Vlaardingen. Hierbij kwamen de vier Britse en twee Canadese bemanningsleden om het leven. Het onderzoek leidde in juni 2012 reeds tot de onthulling van een monument. Schlebaums verhaal verschijnt nu ook in boekvorm.
 

 
“Neergestort in de Holierhoekse Polder” is de meest recente uitgave in de reeks ‘Van ’t Oft naar ’t Oofd’, een serie boekjes over de geschiedenis van Vlaardingen, uitgegeven door het Streekmuseum Jan Anderson. Deze publicaties hebben tot doel om de geschiedenis van de stad onder de aandacht te brengen. Mede door initiatieven van Vlaardingse instanties kan de prijs van deze uitgaven zeer laag worden gehouden.

Op woensdagmiddag 26 september zal Schlebaum tijdens de officiële presentatie het eerste exemplaar van zijn boekje overhandigen aan oud Vlaardinger, voormalig Kol. K.L.U. b.d., de heer A.P. de Jong, die de gebeurtenis in 1942 in zijn dagboek beschreef. Na de presentatie is het boekje verkrijgbaar bij het Streekmuseum en in de Vlaardingse boekhandels.

Voor belangstellenden is het ook mogelijk om één of meerdere exemplaren te bestellen bij de auteur. U kunt een e-mail met uw naam, adresgegevens en het aantal gewenste exemplaren sturen naar pieter@go2war2.nl. Binnen Vlaardingen wordt het boekje bezorgt. Voor adressen buiten Vlaardingen worden verzendkosten in rekening gebracht.

Prijs boekje: €3,50
Verzending en verwerking: €2,00 (Bij afname van meerdere exemplaren kan dit afwijken. Neem in dat geval eerst contact op met de auteur)

 
Fotospecials op WO2Actueel.nl (Redactie WO2Actueel.nl)
Op de website WO2Actueel.nl verschenen in de maand september de volgende fotospecials die zeker het bekijken waard zijn:
 
Herdenking Market Garden
 
Concentratiekampen
 
Oorlogsmusea
 
Monumenten
 
Evenementen
 
Een klein visueel voorproefje:
 
 
Wij zijn altijd op zoek naar nieuwe reporters en fotografen om voor STIWOT de landelijke evenementen af te gaan. Interesse? Neem dan contact met ons op!

 
Verloting: deel 1 en 2 van stripboekenserie Slag om Arnhem
Er is veel gefilmd en geschreven over de Slag om Arnhem. In de vorm van strips bestond er nog er weinig. Studio Vaessen brengt hier verandering met een serie van drie stripboeken. Deel één, “De Brug”, verscheen vorig jaar en deel twee, “Hotel Hartenstein”, werd deze maand uitgegeven. Deel drie volgt in 2013. Het eerste deel handelt over de gevechten rond de brug in Arnhem, het tweede deel over de gebeurtenissen in Oosterbeek. Het derde deel gaat over de gevechten van de Polen in Driel en de naweeën van de Slag. De stripboeken zijn te verkrijgen in de (online) boekhandel en op de website van de uitgever.
 
 
Een recensie van het eerste deel is te vinden op Go2War2.nl. Het tweede deel zal ook spoedig behandelt worden. Om te verloten onder de lezers van de STIWOT-nieuwsbrief stelt Studio Vaessen twee keer de eerste twee delen van de serie beschikbaar. Om kans te maken op deze prijs hoeft u enkel een e-mail te sturen aan quiz@go2war2.nl onder vermelding van “Verloting Slag om Arnhem”. Vergeet niet ook uw adres te vermelden. Meedoen kan nog tot 7 oktober a.s. De twee winnaars worden in de volgende nieuwsbrief bekend gemaakt.

 
Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2war2.nl)
 
Slag om Westerplatte
 De slag om het Poolse schiereiland Westerplatte bij de Vrije Stad Danzig kan gezien worden als de allereerste veldslag in de Tweede Wereldoorlog. De Poolse soldaten op dit schiereiland verdedigden Westerplatte een week lang en sloegen verschillende Duitse aanvallen af. De slag om Westerplatte werd een inspiratiebron voor het gehele Poolse Leger en Poolse bevolking tijdens de Duitse invasie in Polen. Zelfs tegenwoordig wordt de slag nog gezien als symbool van weerstand tijdens de invasie en staat ook bekend als het ‘Poolse Verdun’.
 
 
 
Bombardement op vliegbasis Hörnum, 19-20 maart 1940
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bestond R.A.F. Bomber Command uit vijf Groups. Het Command had vier types bommenwerpers tot haar beschikking waarmee, met uitzondering van het uiterste oosten, elk deel van Duitsland kon worden bereikt. Toch bleef de rol van Bomber Command tijdens de eerste zes maanden voornamelijk beperkt tot het uitvoeren van verkenningsvluchten, aanvallen op schepen op zee en het afwerpen van propagandafolders. Het zou tot maart 1940 duren alvorens er voor het eerst een grootschalige operatie op een doel op Duits grondgebied werd ondernomen. In de nacht van 19 op 20 maart 1940 voerde Bomber Command een bombardement uit op de vliegbasis bij Hörnum op het Duitse Noordzee-eiland Sylt. Het was een vergeldingsaanval voor het bombardement van de Luftwaffe op de marinebasis Scapa Flow op de Orkney-eilanden, en werd uitgevoerd op bevel van de Britse regering.
 
 
 
Jack Baldwin (1892-1975)
Air Marshal Sir Jack Baldwin voerde gedurende meer dan drie jaar het bevel over No.3 Group van RAF Bomber Command. Hij was een bevelhebber die populair was onder zijn manschappen. Toch is hij vooral bekend om de korte interimperiode waarin hij de functie waarnam van bevelhebber van Bomber Command. Baldwin had na het vertrek van Richard Peirse vierenveertig dagen de bommenwerpervloot onder zijn hoede, aangezien de opvolger van Peirse, Arthur Harris, niet direct beschikbaar was. Juist op dat moment vond de ‘Channel Dash’plaats, de ontsnapping van drie grote Duitse oorlogsschepen uit de haven van Brest. 242 bommenwerpers werden door Baldwin ingezet om de schepen te onderscheppen, de grootste operatie bij daglicht tot dan toe. Deze gebeurtenis gaf de periode van Baldwin als bevelhebber van Bomber Command enige bekendheid.
 
 
 
Edgar Ludlow-Hewitt (1886-1973)
Air Chief Marshal Sir Edgar Ludlow-Hewitt geniet geen grote bekendheid vanwege zijn rol in de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1937 voerde hij het bevel over RAF Bomber Command en hij deed dit ook tijdens de eerste acht maanden van de oorlog. In die periode bracht hij echter een uiterst belangrijke discussie op gang, wat hem later de bewondering van Sir Arthur Harris zou opleveren. Bovendien is Ludlow-Hewitt degene die het langst de rang van Air Chief Marshal droeg in de historie van de Royal Air Force.
 
 
 
Richard Peirse (1892-1970)
De naam van Marshal of the Royal Air Force Sir Arthur Harris is onlosmakelijk verbonden met R.A.F. Bomber Command en de Tweede Wereldoorlog. Zijn voorganger, Air Chief Marshal Sir Richard Peirse, geniet daarentegen veel minder bekendheid. Tussen oktober 1940 en januari 1942 had hij Bomber Command veertien maanden lang onder zijn hoede. De resultaten van zijn strategie, de Duitse oorlogsindustrie schade toebrengen door middel van precisiebombardementen, vielen echter tegen en dus werd Peirse vervangen. Hij verdween vrij geruisloos van het toneel en moest plaats maken voor Harris en zijn tactiek van 'area bombing', wat gepaard ging met grootschalige verwoestingen en grote aantallen burgerslachtoffers.
 
 
 
Wilt u op de hoogte blijven van de nieuwste artikelen op Go2War2.nl? Volg ons dan via Twitter of Facebook!

 
Sloop dreigt voor Auschwitz-barak (Redactie WO2Actueel.nl)
Een barak die heeft toebehoord aan het concentratiekamp Auschwitz-Monowitz in Polen dreigt afgebroken te worden. Het bouwwerk werd na de oorlog door lokale bewoners verplaatst en in gebruik genomen als schuur. De huidige eigenaar schijnt het erg vervallen houten gebouw nu af te willen breken.
 

 
Auschwitz-Monowitz, ook wel Auschwitz III genoemd, bevond zich op zes kilometer afstand van het hoofdkamp Auschwitz (Auschwitz I in Oswiecim). Het werkkamp werd in oktober 1942 gevestigd in het dorpje Monowice en bood plaats aan ruim tienduizend gevangenen. De gevangenen, waaronder voornamelijk Joden, werden door de SS ingezet als dwangarbeiders voor het nabijgelegen industriecomplex van het Duitse chemieconcern IG Farben.
 
Ruim 20.000 gevangenen stierven in Monowitz als gevolg van de erbarmelijke omstandigheden in het kamp en de zware dwangarbeid. In tegenstelling tot het hoofdkamp en het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau (Auschwitz II), waarvan de restanten tegenwoordig te bezichtigen zijn, resteert van Monowitz vrijwel niets. De fabrieken werden na de oorlog door de Polen overgenomen en het kamp werd afgebroken en het terrein bebouwd. Het dorp is na 1945 op de plattegrond van het kamp gebouwd, voornamelijk met materiaal van het kamp.

De barak waarvoor nu sloop dreigt was oorspronkelijk een wasruimte voor gevangenen in de ziekenafdeling van Monowitz. De oorspronkelijke Duitse teksten (“So wirst Du rein!”) zijn nog duidelijk leesbaar op de balken. Het gebouwtje wordt behandeld in het boek “Auschwitz-Oswiecim, Oswiecim-Auschwitz” van Hans Citroen en Barbara Starzyñska. Het echtpaar bezocht gezamenlijk vele malen het Poolse plaatsje Oswiecim om op zoek te gaan naar sporen van Auschwitz buiten de museumterreinen.
 


Een lid van het STIWOT-forum besloot aan de hand van het boek van Hans Citroen en Barbara Starzyñska de barak zelf te bezichtigen. De eigenaar stond hem toe foto's te maken en het interieur te bezichtigen. De man zou hem verteld hebben dat de barak spoedig gesloopt gaat worden. Het Auschwitz Museum is hierover geïnformeerd, maar een reactie is tot dusver uitgebleven. Hoewel het bouwwerk in zeer slechte staat verkeerd, zou het een indrukwekkend en authentiek museumstuk kunnen zijn. De houten barakken in Auschwitz-Birkenau zijn grotendeels reconstructies.
 


Bezienswaardigheid uitgelicht (Redactie Oorlogsmusea.nl)
De website Oorlogsmusea.nl bevat duizenden entries. Al deze bezienswaardigheden hebben hun eigen verhaal, het ene verhaal bekender dan het andere. In deze rubriek wordt maandelijks een van deze entries uitgelicht. Deze maand is dat Concentratiekamp Soldau in Polen.
 
Het kamp was in gebruik vanaf september 1939 t/m oktober 1945 en had in die jaren de verschillende functies van: Krijgsgevangenkamp, 'Selbschutz' kamp, Doorvoerkamp, Werk- en strafkamp tot NKVD kamp. Een kamp met een bloedige geschiedenis en duizenden slachtoffers tot gevolg.
 

 
15.000 kamp slachtoffers liggen in 11 massagraven begraven op het kerkhof van Dzialdowo. Verder zijn er nog een groot aantal monumenten en gedenkstenen in Dzialdowo, Komorniki, Bialut en Ilowie geplaatst ter nagedachtenis aan de verschrikkingen van Concentratiekamp Soldau.


Go2War2.nl recenseert Spoor naar Woeste Hoeve (René ten Dam)
De Tweede Wereldoorlog kent ontelbare tragedies, van klein tot groot. Zo ook de represailles naar aanleiding van de zogenoemde aanslag op SS-Obergruppenführer Hanns Rauter, destijds de hoogste SS-generaal in Nederland. 117 mannen werden doodgeschoten op de plek waar een dag eerder Rauter levensgevaarlijk gewond was geraakt (zie ook: onbedoelde aanslag op Rauter). Elders in het land vonden nog veel meer fusillades plaats. Onder de slachtoffers bij Woeste Hoeve was een Poolse vlieger, Czeslaw Oberdak, van wie pas ruim 60 jaar na de oorlog definitief zijn identiteit kon worden vastgesteld. “Spoor naar Woeste Hoeve” is het verslag van journalist Richard Schuurman over de zoektocht naar deze laatste ongeïdentificeerde gefusilleerde.
 

 
Schuurman kreeg in 1991 bij toeval een brief onder ogen, afkomstig van een Poolse vrouw die na de val van de Muur eindelijk kans zag om achter de laatste rustplaats van haar broer te komen. Czeslaw Oberdak, vlieger bij de geallieerde luchtmacht, was in de Tweede Wereldoorlog door een noodlanding in Nederland terecht gekomen. Destijds wist Schuurman na enkele weken onderzoek een aantal zaken over Oberdak boven water te krijgen, maar wat er precies gebeurd was en waar hij lag begraven bleef ongewis. Tot in 2008 de Pool definitief werd geïdentificeerd als een van de slachtoffers van de represailles bij Woeste Hoeve in maart 1945. Nota bene lag hij begraven op het Nederlands Ereveld in Loenen, als onbekend (Nederlands) slachtoffer.
 
De zoektocht naar Oberdak is feitelijk een moeizame reconstructie van wat er in de oorlogsjaren gebeurd is met de jonge Poolse piloot, maar ook wat er gebeurd is met wat uiteindelijk zijn stoffelijke resten blijken te zijn. Na jaren van onderzoek weten medewerkers van de Nationale Recherche en de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht in oktober 2008 een onbekende dode op Ereveld Loenen te identificeren als Czeslaw Oberdak. Schuurman is dan zelf buiten beeld geraakt, maar is aanwezig als Oberdak in 2009 met militaire eer wordt herbegraven in Krakow. Daarmee is de cirkel weer rond.
 

 
Verhoor Seyss-Inquart op Go2War2.nl
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een stuk uit een verhoor van het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we gekozen voor een fragment uit het verhoor van Arthur Seyss-Inquart, de Duitse rijkscommissaris in Nederland. Hij wordt onder andere verhoord over de beschuldiging dat hij tijdens de Slag om Arnhem meubels en kleding uit de ontruimde stad had laten afvoeren naar Duitsland.
 
Dr. STEINBAUER: In Document RF-137, getuige, wordt de beschuldiging geuit dat het wegvoeren van meubels en kleding uit Arnhem door u werd goedgekeurd.
SEYSS-INQUART: De beschuldiging is juist. De kwestie was als volgt: Het front lag direct ten zuiden van Arnhem. Er waren drie of vier verdedigingslinies in Arnhem zelf aangelegd. De stad was geheel ontruimd. De stad werd beschoten en huizen en goederen gingen in de loop van de winter geleidelijk aan kapot. De Führer gaf toen via Bormann bevel dat in het bijzonder textiel vanuit Nederland naar Duitsland moest worden overgebracht om Duitse gezinnen te helpen die schade hadden geleden bij bombardementen. Ongetwijfeld zouden meubels en textiel in Arnhem waarschijnlijk gestolen worden, beschadigd door het weer of verbrand zijn tijdens de slag om Arnhem. Hoewel dit niet binnen mijn gebied lag maar aan het front en de uitvoerende macht dus bij de strijdkrachten lag, gaf ik toestemming dat onder die omstandigheden meubels en textiel naar het Roergebied moesten worden overgebracht. Ik gaf meteen ook bevel dat de goederen moesten worden geregistreerd met het oog op eisen tot schadevergoeding. Ik denk dat Dr. Wimmer dit als getuige kan bevestigen.
Dr. STEINBAUER: Ik denk dat we dit kunnen afsluiten.
SEYSS-INQUART: Tegen mij wordt ook de beschuldiging geuit dat ik brandkasten opblies. Ik heb hier fel tegen geprotesteerd. Als mij een dergelijk geval werd gerapporteerd liet ik mijn bevoegde autoriteiten de aanklacht opstellen en een arrestatiebevel.
Dr. STEINBAUER: Ik kom nu aan de volgende vraag, het opblazen en verwoesten van havens, dokken, sluizen en mijnen in Nederland.
SEYSS-INQUART: Op het moment dat Nederland weer oorlogsgebied werd, werden er weer dingen opgeblazen. Wat betreft haveninstallaties en scheepswerven is het volgende van belang: De haven van Antwerpen viel vrijwel onbeschadigd in handen van de Geallieerden. Ik meen dat dat van beslissend belang was voor de verdere ontwikkeling van het offensief. Daarom begon het bevoegde militaire gezag in Nederland uit voorzorg met het opblazen van dergelijke installaties. Ik ben slechts op de hoogte van de feiten, niet van de bijzonderheden; en ik weigerde het opblazen bij te wonen. Maar mijn commissaris en ik overlegden met de strijdkrachten en ik meen dat in Rotterdam de helft van de installaties niet werd opgeblazen. Dit wordt aangetoond door de Nederlandse rapporten. Ik had met deze kwestie niets te maken, behalve dan deze tussenkomst.
Toen de Engelsen Limburg bereikten werd er bevel gegeven de mijnen op te blazen omdat die van vitaal belang voor de oorlog waren. Ik overlegde hierover met Reichsminister Speer en hij gaf bevel ze niet op te blazen maar ze 3 of 4 maanden lang buiten gebruik te stellen. Er werden dienovereenkomstige bevelen uitgevaardigd. Ik hoop dat die niet werden overtreden.
Dr. STEINBAUER: We hebben tijdens dit Proces gehoord over de tactiek van de verschroeide aarde. Gold die ook voor Nederland?
SEYSS-INQUART: Ik kreeg een "verschroeide aarde" bevel van Bormann. Zonder dat er een militaire noodzaak voor bestond moesten alle technische installaties worden opgeblazen. Dat betekende de feitelijke verwoesting van Nederland, dat wil zeggen, het westelijke deel. Als er daar op 14 of 16 verschillende plaatsen zaken werden opgeblazen, zou het land binnen 3 of 4 weken geheel onder water staan. Ik voerde het bevel eerst niet uit; in plaats daarvan nam ik contact op met Reichsminister Speer. Ik had op 1 april een persoonlijke ontmoeting met hem in Oldenburg. Speer vertelde mij dat hetzelfde bevel was gegeven voor het Reich; maar dat hij dit tegenwerkte, dat hij in deze kwestie de volledige zeggenschap had en dat hij erin toestemde dat het bevel in Nederland niet zou worden uitgevoerd. Het werd ook niet uitgevoerd.
Dr. STEINBAUER: Nu een ander onderwerp. Er vonden inundaties plaats. Had u daar iets mee te maken?
SEYSS-INQUART: Ik weet hiervan en in bepaald opzicht had ik er iets mee te maken. Er waren door de strijdkrachten eerder inundaties voorbereid voor defensieve doeleinden en dit waren de zogenoemde tactische inundaties, die tijdens het verloop van de oorlog ineens noodzakelijk werden. De opzettelijke inundaties werden in nauwe samenwerking met mijn ministerie en de Nederlandse autoriteiten uitgevoerd. Door hun tussenkomst werd ongeveer de helft van het opgeëiste gebied gespaard. Het onder water zetten werd grotendeels met zoet water gedaan zodat er minder schade zou ontstaan en de buitendijken gespaard bleven.
Er vonden op bevel van de commandant van Nederland twee tactische inundaties plaats. De Wieringermeer werd in het bijzonder genoemd. Er bestond toen groot gevaar voor een landing van troepen vanuit de lucht waardoor die om de Nederlandse verdedigingslinie heen zouden kunnen trekken. Ik werd feitelijk niet op de hoogte gesteld van het uitvoeren van deze tactische inundaties. De commandant had er van de ene dag op de andere toe besloten.
Toen ik op 30 april met Luitenant-generaal Bedell Smith sprak, Generaal Eisenhower's Chef van de Generale Staf, vertelde hij ons: "Alles wat tot nu toe onder water is gezet kan vanuit militair oogpunt worden gerechtvaardigd; als er meer onder water wordt gezet kan dat niet langer." Na 30 april vonden er geen inundaties meer plaats.
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

12de jaargang, 9e editie
  september 2012



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.