Overzicht:

- Repor
tage STIWOT Meeting
- Nieuw design Go2War2.nl
- Verhoor Baldur von Schirach op Go2War2.nl
- Gesurft en gewogen
- Paul Warfields Tibbets Jr.
- Boeken en filmnieuws
- Medewerker onder de loep
- Ooggetuigenverslagen op Go2War2.nl



 
Reportage STIWOT Meeting (Egbert van de Schootbrugge)

Op 22 januari 2007 bestond STIWOT, Stichting Informatie Wereldoorlog Twee, vijf jaar. STIWOT groeide in die vijf jaar van een klein clubje enthousiaste vrijwilligers uit tot een volwaardige stichting met 6 lopende projecten. Dit heugelijke feit moest natuurlijk gevierd worden en dat gebeurde dan ook met een speciale meeting op zaterdag 3 november 2007.

Al maanden voor het begin van de meeting werd een begin gemaakt met de voorbereidingen. De locatie stond al snel vast, namelijk het Liberty Park te Overloon. De complete reportage is vanaf dit moment na te lezen op de STIWOT Reizen website!
 


 
Nieuw design Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)

Trouwe bezoekers is het vast niet ontgaan dat onze website Go2War2.nl in oktober in een nieuw jasje gestoken is. Na ruim vier jaar van dienst was het design aan vernieuwing toe. Het nieuwe ontwerp is moderner en sluit geheel aan bij de Stiwot-huisstijl.

 


Wanneer u dat nog niet gedaan heeft, nodigen wij u van harte uit om een bezoek te brengen aan de vernieuwde website. Op- en aanmerkingen over de designverandering zijn van harte welkom op info@go2war2.nl.

 

 
Verhoor Baldur von Schirach op Go2War2.nl (redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een stuk uit een verhoor van het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we een passage geselecteerd uit het verhoor van Baldur von Schirach, de leider van de Hitlerjugend. Ter sprake komt de vraag in hoeverre de Hitlerjugend de jeugd voorbereidde op de oorlog.

Dr. SAUTER: […] Getuige, ik ga nu verder met uw ondervraging. U bent ervan beschuldigd de jeugd te hebben voorbereid op de oorlog, psychologisch en pedagogisch. Er wordt van u beweerd te hebben deelgenomen aan een daartoe strekkende samenzwering, een samenzwering waardoor de Nationaal-Socialistische beweging in Duitsland de absolute macht zou verkrijgen en die uiteindelijk voorbereidingen trof voor een agressieve oorlog en die ook voerde. Wat kunt u daarover zeggen?

VON SCHIRACH: Ik heb niet aan enige samenzwering deelgenomen. Ik kan mijn lid worden van de Nationaal-Socialistische Partij niet als deelname aan een samenzwering beschouwen. Het programma van die Partij was aanvaard, het was gepubliceerd. De Partij was bevoegd deel te nemen aan verkiezingen. Hitler noch een van zijn medewerkers had ooit gezegd: “Ik wil door een staatsgreep aan de macht komen”. Keer op keer verklaarde hij in het openbaar, niet eenmaal maar honderden keren: “Ik wil dit parlementaire systeem met legale middelen afschaffen want het voert ons jaar na jaar dieper in de ellende.” En ik, als jongste afgevaardigde van de Reichstag vertelde mijn 60.000 kiezers ongeveer hetzelfde op verkiezingsbijeenkomsten.

Er was niets dat als bewijs voor een samenzwering kon dienen, niets dat achter gesloten deuren werd besproken. Over wat we wilden legden we openlijk verantwoording af aan de natie en voor zover rond de aardbol het gedrukte woord wordt gelezen had iedereen in het buitenland geïnformeerd kunnen worden over onze wensen en doelstellingen.

Waar het voorbereiding op oorlog betreft moet ik verklaren dat ik niet deelnam aan enige vergadering of het uitvaardigen van bevelen die een aanwijzing zouden kunnen zijn voor voorbereiding op een agressieve oorlog. Dat kan men meen ik opmaken uit het verloop der gebeurtenissen voor dit Hof tot nu toe.

Ik kan alleen dit verklaren: ik heb niet deelgenomen aan een samenzwering. Ik geloof ook niet dat er sprake was van een samenzwering; het idee van een samenzwering staat lijnrecht tegenover dat van de dictatuur. Een dictatuur smeedt geen complotten, een dictatuur beveelt.

Dr. SAUTER: Getuige, wat deed de leiding van de Hitlerjugend om de jeugd voor te bereiden op oorlog en hen te oefenen voor oorlogstaken?


VON SCHIRACH: Voor ik die vraag beantwoord moet ik meen ik eerst het verschil uitleggen tussen militaire training en premilitaire training. Militaire training is naar mijn mening training met oorlogswapens en alle training die door militair personeel wordt gegeven, dat wil zeggen door officieren, met of zonder oorlogswapens. Premilitaire opvoeding, premilitaire training is in de ruimste zin van het woord alle training die voor de militaire dienst plaatsvindt, in bijzondere gevallen is het een aparte voorbereiding op de militaire dienst. Wij in de HJ waren tegenstanders van enige militaire exercitie door de jeugd. We vonden dergelijke exercities niet passend voor de jeugd. Ik geef hier niet mijn persoonlijke mening maar die van duizenden van mijn medewerkers.



Het is een feit dat ik de Wehrjugend (Jeugddefensie) afwees, die eerder al in Duitsland bestond en heb niet toegestemd in voortzetting van het werk van de Wehrjugend binnen de HJ. Ik was altijd sterk gekant tegen het soldaatje spelen in een jeugdorganisatie. Ondanks al mijn hoge achting voor het beroep van officier, beschouw ik een officier nog altijd niet in staat om de jeugd te leiden want op een of andere manier zal hij voor de jeugd altijd de toon van het exercitieveld aanslaan en de formaliteiten van de militaire leiding aan de jeugd opleggen. Dat is de reden waarom ik als mijn assistenten binnen de HJ geen officieren had. Juist vanwege mijn weigering, officieren in te zetten als jeugdleiders werd ik bij gelegenheid door de Wehrmacht ernstig bekritiseerd. Ik zou willen benadrukken dat dit niet van het OKW afkomstig was, Veldmaarschalk Keitel in het bijzonder had veel begrip voor mijn opvattingen. Binnen de Wehrmacht was echter zo nu en dan kritiek te horen vanwege de in het algemeen negatieve houding van de Jugendführung tegen het gebruik van officieren als leiders van een jeugdorganisatie. Het principe ”jeugd wordt door jeugd geleid” werd in Duitsland nooit geweld aangedaan.

Als ik nu definitief antwoord moet geven op de vraag of de jeugd voorbereid werd op oorlog en of zij in militaire zin werd geoefend moet ik samenvattend zeggen dat de belangrijkste inspanningen van al het jeugdwerk in Duitsland uitmondden in handelsconcurrentie, in de handelsscholen, in kamperen en in sportwedstrijden. Lichamelijke opvoeding, die misschien op een bepaalde manier gezien kan worden als voorbereiding op militaire dienst, nam slechts een klein deel van onze tijd in beslag.

Ik zou hier een voorbeeld willen geven: Een ‘Gebiet’ of district van de HJ, bijvoorbeeld het Gebiet Hessen-Nassau, ongeveer hetzelfde als een Gau van de Partij, besteedde in 1939 de fondsen als volgt: Voor trektochten en kamperen 9/20ste, voor cultureel werk 3/20ste, voor sport en lichamelijke oefening 3/20ste, voor de Landdienst, andere taken en de kantoren 5/20ste deel. Hetzelfde Gebiet spendeerde in 1944 –één jaar voor het einde van de oorlog- aam cultureel werk 4/20ste, aan sport en defensieve training 5/20ste, voor de Landdienst en andere taken 6/20ste en voor de evacuatie van kinderen naar het platteland 5/20ste deel.

In dat verband zou ik kort willen opmerken dat hetzelfde Gebiet, in de periode tussen 1936 en 1943 geen kosten maakte voor rassenpolitieke opvoeding; in 1944 stond er onder de kop ‘rassenpolitieke opvoeding’ een uitgave van 20 Mark voor aanschaf van een platenboek over erfelijkheid en geslachtsziekten. In dat zelfde Gebiet werd in één enkele stad echter 200.000 Mark uitgegeven om de jeugd naar het theater te kunnen laten gaan.

De vraag betreffende militaire of premilitaire training kan ik niet beantwoorden zonder de klein-kaliber schietoefeningen te noemen. Klein-kaliber schieten was een sport onder de Duitse jeugd. Het werd beoefend volgens de regels die internationaal waren vastgelegd voor de schietsport. Klein-kaliber schieten was op grond van Artikel 177 van het Verdrag van Versailles niet verboden. In dat artikel van het verdrag staat duidelijk vermeld dat het voor schietverenigingen, sport- en kampeerorganisaties verboden is, hun leden te oefenen in het omgaan met en het gebruik van oorlogswapens. Voor onze schietsport gebruikten we een geweer dat gelijk was aan het Amerikaanse .22 kaliber. Het werd gebruikt met de .22 kaliber Flobert patronen voor de lange en korte afstand.

Ik zou hier willen zeggen dat alles over onze hele scherpschutterstraining en andere zogeheten premilitaire training verzameld was in een handboek getiteld “Dienst bij de HJ.” Dat boek werd niet alleen in Duitsland gedrukt en verkocht maar was ook in het buitenland verkrijgbaar.

De Britse Commissie van Onderwijs beoordeelde in 1938 dat boek in haar Opvoedkundig Bericht, nummer 109. Met toestemming van het Tribunaal zou ik in het kort willen citeren wat daarover in dit bericht wordt gezegd. Ik citeer in het Engels:

“Er kan eerlijkheidshalve niet van worden gezegd dat het in essentie meer militaristisch is dan welk diepgaand, uitgebreid en grondig handboek voor de Padvindersopleiding zou zijn. Zeker, er worden ongeveer 40 pagina’s gewijd aan theorie en praktijk van het schieten met klein-kaliber geweer en luchtbuks maar er staat niets in waartegen redelijkerwijs bezwaar kan worden gemaakt en het ergste dat men ervan kan zeggen is dat ze met vertrouwen kunnen worden aanbevolen aan elke Padvinder die zijn scherpschuttersmedaille wil halen.” Wat de geestelijke instelling van de HJ betreft kan ik alleen maar zeggen dat die absoluut niet militaristisch was.

Lees het complete verhoor
.
 



 
Gesurft en gewogen (René ten Dam)

In een tijd waarin het mode lijkt historische zaken in een canon te benoemen, blijft het NIOD niet achter met een Bezettingscanon. Daarbij kiest het NIOD er voor om zich niet te richten op individuen, maar op zaken en gebeurtenissen. Het NIOD gaat echter wel een stapje verder dan de meeste canons en ziet de Bezettingscanon niet als statisch geheel, maar stelt de canon openlijk ter discussie. Als bezoeker ben je vrij een nieuw onderwerp aan te dragen of een bestaande af te wijzen. Enkele thema’s die nu in de canon staan zijn ‘Jodenvervolging’, ‘Arbeidsinzet’ en ‘Kultuurkamer’. Maar aandacht is er ook voor de oorlog in de Oost met ‘Slag in de Javazee’ en ‘Japanse interneringskampen'.

Naast de aanwezigheid van een aantal naoorlogse zaken als bijvoorbeeld ‘De Drie van Breda’ en ‘Plekken van herinnering’ zijn ook de thema’s ‘Onafhankelijkheid van Indonesië’ en ‘Koloniale oorlog’ opvallend. Het geeft maar weer eens aan dat geschiedenis niet bestaat uit opzichzelfstaande gebeurtenissen, maar dat er een causaal verband zit tussen deze gebeurtenissen.

Voor velen zal de website niet nieuw zijn, maar de Bezettingscanon mag best nog eens onder de aandacht gebracht worden. Het is een te waarderen initiatief dat het NIOD de discussie over de oorlogsjaren levend wil houden, niet alleen uit educatief oogpunt.
 


 
Paul Warfield Tibbets Jr. (Egbert van de Schootbrugge)
Paul Warfield Tibbets Jr. de piloot van de ‘Enola Gay’, (de naam van het vliegtuig dat de eerste atoombom in de geschiedenis boven de Japanse stad Hiroshima afwierp) is op 1 november 2007 overleden. De NOS berichtte hierover: “De piloot van het Amerikaanse vliegtuig dat de eerste atoombom afwierp, Paul Warfield Tibbets jr., is op 92 jarige leeftijd overleden. De oud-vlieger van de B-29 bommenwerper Enola Gay overleed donderdag in zijn huis in de Amerikaanse staat Ohio, maakte zijn manager en uitgever Paul Newhouse bekend. Tibbets was dertig jaar oud toen hij het naar zijn moeder vernoemde toestel Enola Gay op 6 augustus 1945 naar Hiroshima leidde.” Volgens zijn kleindochter Kia Tibbets was het overlijden het gevolg van een achteruitgaande gezondheid die zijn lichaam de laatste maanden sloopten.



Het toestel waarmee Tibbets en zijn mannen de atoombom af zouden werpen, vertrok op 6 augustus 1945 van Tinian naar Japan, met Tibbets als piloot en gezagvoerder over de twaalfkoppige bemanning. Aan boord was een vijf ton zware atoombom die Little Boy werd genoemd. Omstreeks kwart over acht in de ochtend (plaatselijke tijd) werd deze boven Hiroshima afgeworpen. Bij de explosie kwamen tachtigduizend mensen om, en door stralingsziekten verloren later nog eens zestigduizend mensen het leven. In zijn boek “The Tibbets Story” schrijft hij over de zojuist ontplofte atoombom:the awesome sight that met our eyes as we turned for a heading that would take us alongside the burning, devastated city. The giant purple mushroom, which the tail-gunner had described, had already risen to a height of 45,000 feet, 3 miles above our own altitude, and was still boiling upward like something terribly alive.” Ook zei hij over deze missie: “I was anxious to do it, I wanted to do everything that I could to subdue Japan. I wanted to kill the bastards. That was the attitude of the United States in those years.” “I have been convinced that we saved more lives than we took,” he said, referring to both American and Japanese casualties from an invasion of Japan. “It would have been morally wrong if we’d have had that weapon and not used it and let a million more people die.”

Tibbets zou in de loop der jaren meer en meer bekend worden als dé man die de atoombom op Hiroshima had afgeworpen. Zelfs de overige bemanningsleden worden vaak vergeten. Tibbets heeft niet vaak na de oorlog willen meewerken aan een interview meestal verwees hij naar zijn boek. In 1975 heeft hij echter wel eens meegewerkt aan een interview waarbij hij de volgende opmerking maakte: "dat het zijn vaderlandslievende plicht was en dat hij had gedaan wat juist was. Ik ben er niet trots op dat ik tachtigduizend mensen heb gedood, maar ik ben er wel trots op dat ik de missie uit het niets kon plannen en met zoveel succes heb uitgevoerd."

Met hoeveel succes de missie ook uitgevoerd mocht zijn, na de Tweede Wereldoorlog verscheen er een Nederlandse documentaire over de “atoomvluchten.” Welke te bekijken is de website van de VPRO: Hierin worden aanvankelijke problemen in de eenheid voor, tijdens en na de vluchten belicht. Hieruit blijkt dat de eensgezindheid die vaak verwacht wordt niet aanwezig is.

Na de oorlog heeft Tibbets vele malen kritiek gekregen. Een pro-communistisch blad noemde hem in 1965: “’s werelds grootste moordenaar” en in 1976 haalde hij de woede op de hals van de burgemeester van Hiroshima omdat hij het afwerpen van de atoombom simuleerde met een B-29. Tibbets zelfs ziet het anders: “I viewed my mission as one to save lives, I didn’t bomb Pearl Harbor. I didn’t start the war, but I was going to finish it.” Tibbets is op eigen verzoek gecremeerd, waarna zijn as op een onbekende plaats is uitgestrooid, om zodoende protestanten of grafschenners niet de mogelijkheid te geven zijn graf te onteren.  

 
Boeken- en filmnieuws (Redactie Go2War2.nl)
Sinds eind oktober draait de Duitse speelfilm “Der Fälscher” in de Nederlandse filmtheaters. De film speelt zich af in het Derde Rijk en vertelt het verhaal van de Duitse valsemunter Sorowitsch. Als gevangene in concentratiekamp Sachsenhausen raakt hij betrokken bij een geheime nazi-operatie. Hij en een groepje zorgvuldig uitgezochte professionals moeten buitenlands geld vervalsen. Met dit geld willen de nazi’s de economie van de geallieerden ondermijnen. Tegelijk met het uitkomen van deze film bracht uitgeverij Luitingh het boek “Monstervervalsing” van Lawrence Malkin uit. Dit boek behandelt dezelfde geheime operatie als de film. Malkin beschrijft het waargebeurde, ijzingwekkende verhaal van de mannen van Barak 19, die met de dood in de ogen de enorme hoeveelheid valse biljetten moesten produceren. Als ze te snel werkten en het plan van de nazi's zou slagen, werden ze ter dood gebracht om het complot stil te houden. Als ze te langzaam werkten, werden ze als saboteurs vergast. Ze konden alleen maar hopen dat ze op tijd bevrijd zouden worden... (Bron: Uitgeverij Luitingh)

Uitgeverij Kok bracht in oktober het boek “Wie is wie in de Tweede Wereldoorlog” uit. Het 268 bladzijden tellende naslagwerk geeft een overzicht van belangrijke personen in de Tweede Wereldoorlog. Van hoofdrolspelers als Adolf Hitler, Josef Stalin, Franklin D. Roosevelt en Winston Churchill tot belangrijke figuranten als Anne Frank en Kurt Waldheim. Daarnaast wordt er bijzondere aandacht besteed aan de belangrijkste figuren uit Nederland in de Tweede Wereldoorlog, zoals de verzetshelden Frits de Zwerver en Johannes Post en de voorman van het Nederlands nationaal-socalisme, Rost van Tonningen. (Bron: Uitgeverij Kok)

Tot slot wijzen we u nog op de documentaire “I Have Never Forgotten You” die onlangs op dvd is uitgebracht door TDM Entertainment. De documentaire vormt een intieme kijk in het leven en de nalatenschap van Simon Wiesenthal, de beroemde nazi-jager en humanitair. De documentaire is ingesproken door Nicole Kidman en bevat interviews met diverse regeringsleiders, maar ook nog nooit eerder geïnterviewde vrienden, familie en medestrijders voor gerechtigheid. Veel ongezien beeldmateriaal en foto’s vertellen het bijzondere levensverhaal van deze legendarische en onbaatzuchtige man. Wat was de drijvende kracht achter zijn werk? Wat dreef hem tot zijn standvastigheid in het veroordelen van de oorlogscriminelen terwijl de kansen op het ‘pakken’ van deze nazi’s heel klein waren? Wat is zijn nalatenschap vandaag nog, meer dan zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog? (Bron: TDM Entertainment).

Beide boeken en de documentaire worden binnenkort op Go2War2.nl gerecenseerd.

 

 
Medewerker onder de loep (Redactie Nieuwsbrief)
Naam: Ewoud van Eig
E-mailadres: ewoud@stiwot.nl

Hoe ben je bij STIWOT terechtgekomen?
Om een lang verhaal kort te houden, kwam ik ooit terecht op Go2War2.nl. Ik vond het een erg interessante website en vond dat de layout wel aan verbetering toe was. Na wat correspondentie met Frank van der Drift en Jeroen Koppes mocht ik een layout ontwerpen voor de voormalig webshop van STIWOT, Wo2shop.nl. Sindsdien ben ik werkzaam als grafisch vormgever van STIWOT.

Wat doe je zoal voor STIWOT?
Ik heb voor STIWOT de meeste projecten voorzien van een nieuwe layout. Daarnaast verzorg ik ook de overige grafische werkzaamheden voor STIWOT.
Sinds september 2007 ben ik aangesteld als nieuwe projectleider voor Oorlogsmusea.nl. Ik vind dit een uitdaging en heb dan ook nog veel nieuwe plannen voor Oorlogsmusea.nl voor het volgend jaar.

Hoe lang werk je al voor STIWOT?
Ik ben in het najaar van 2003 in contact gekomen met STIWOT. Dat is dan al weer zo’n 4 jaar geleden. Sinds die tijd ben ik ook al een vertrouwd donateur van de stichting.

Hoeveel tijd ben je per week kwijt aan STIWOT?
Dit variert heel erg. Aangezien ik meerdere werkzaamheden verricht binnen STIWOT kan het op sommige momenten erg hectisch zijn. Als projectleider ben ik wel iedere dag bezig met Oorlogsmusea.nl. Ik ben daardoor vrijwel iedere dag actief voor STIWOT.

Wat is het leukste dat je tot nu toe met STIWOT hebt meegemaakt?
De Battlefield Tour naar Eben-Emael en Margraten was erg gezellig. Ook was de meeting in het Liberty Park een geslaagde dag! Het is dan ook wel eens leuk om voor de verandering mensen persoonlijk te spreken in plaats van via internet.

Met welke STIWOT medewerkers heb je het meeste contact?
Het meeste contact heb ik met Barry van Veen en Jeroen Koppes.

Wat doe je naast STIWOT op WO2 gebied?
Momenteel vrij weinig. Af en toe maak ik een uitstap naar een museum of andere bezienswaardigheid. Ik richt mij momenteel volledig op een projectleiderschap om zo een aantal zaken op orde te stellen. Tot die tijd heb ik vrij weinig tijd voor andere WO2 gerelateerde activieiten.

Wat doe je naast STIWOT op persoonlijk gebied (werk/studie)?
Naast STIWOT ben ik full-time student Werktuigbouwkunde aan de Technische Universiteit Delft. Na het afronden van mijn Bachelor wil ik waarschijnlijk een Master in Bio-Mechanical Engineering gaan volgen.

Welk aspect van WO2 interesseert je het meest?
Wat mij het meest fascineert zijn de technische ontwikkelingen in algemene zin die voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog plaatsvonden. Oorlog is dan wel een verschrikkelijke gebeurtenis, maar het zorgt wel voor een vermogen-injectie in de technische industrie. Simpele voorbeelden hiervoor zijn de radar en de straalmotor.

Wat vind je omgeving van je hobby?
Zij vinden het allemaal erg interessant, ik krijg altijd er veel belangstelling voor mijn activiteiten voor STIWOT.

Wat is je favoriete internet site (gelieve geen STIWOT site te noemen)?
Dat is Google. Erg fijn zo’n zoekmachine.

Op welke dag in de week is het even geen wo2?
Vrijwel geen enkele. Ik ben als projectleider iedere dag wel direct of indirect actief voor STIWOT.

Wat zou je nog een keer willen bezoeken/zien of meemaken?
Ik zou nog wel eens reis willen maken langs de concentratiekampen in Polen. Deze verschrikkelijke plekken zijn voor mij een symbool voor de waanzin van een bepaalde ideologie.

Wil je nog wat kwijt?
Dat STIWOT de afgelopen 5 jaar een geweldige prestatie heeft geleverd. Ik hoop dan ook dat STIWOT de aankomende jaren deze lijn voortzet!
 


 
Ooggetuigenverslagen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Het team van Go2War2.nl is voortdurend op zoek naar ooggetuigenverslagen van de Tweede Wereldoorlog. Ooggetuigenverslagen maken de geschiedenis meer tastbaar en tonen welke invloed grote historische gebeurtenissen hadden op het leven van het individu. We willen de geschiedenis zo breed mogelijk benaderen en kunnen er dus niet omheen om ook verhalen van NSB-leden en collaborateurs te publiceren. We beseffen goed dat collaboratie nog altijd een gevoelig onderwerp is, maar desalniettemin is het verhaal van deze mensen ook een deel van onze geschiedenis. Op onze website kunt u nu het verhaal lezen van Johannes Pilippus Sopar. Hij was lid van de NSB en vocht tijdens de oorlog in de Waffen-SS. Na de oorlog ruilde hij het leger van Hitler om voor het Leger des Heils. Hieronder een korte passage uit zijn opmerkelijke verslag:

“Toen de NSB zich in de begin dertiger jaren opwierp als de redder van het vaderland en vooral van de armen, heb ik mij bij die partij aangesloten. Arme Drentse en Zeeuwse boeren deden dat ook. Niet omdat die boeren en ik allemaal echt pro-Duits gezind waren, maar wel omdat Colijn met zijn stinkend rijke gereformeerde rotkliek ons in de merode hield [Bargoens voor in de tang of klem houden (red.)] en de armoede op alle fronten liet doorrotten. Man, wat heb ik een hekel aan die Colijn gehad.

Voor de NSB heb ik me werkelijk uitgesloofd. Ik geloofde heilig in de idealen die Mussert op het kleed bracht. Mussert was een eenvoudig man met naar mijn smaak een goede kijk op het dagelijks leven, een pragmaticus, die precies wist wat het overgrote deel van de bevolking nodig had. Jammer genoeg was hij niet een krachtdadige figuur, want dan was de NSB nog veel groter geworden. Op een bepaald moment had de NSB 140.000 aanhangers. De zalen waren vaak veel te klein voor vergaderingen, want de opkomst was groot. Op de hoogtijdagen in Lunteren [hier hield de NSB openluchtbijeenkomsten, de zogenoemde hagespraken. (red.)] waren er soms wel 120.000 mensen. Daar waren veel intellectuelen bij, zoals doktoren, professoren, rechters, politiecommissarissen en andere hoogwaardigheidsbekleders. Zelfs na de val van Stalingrad waren er nog zeker 80.000 leden. Oorspronkelijk kom ik voort uit een van geslacht op geslacht voortgebouwde soldatenfamilie, afstammend van de Franse Hugenoten. Onze stamvader droeg de naam Chaupard, die naderhand is verbasterd tot Sopar. Zoals ik al zei, we hebben het nooit breed gehad. In gestichten werd ik groot gebracht. Het was een leerschool voor het leven. Veel goeds leerde ik er niet. Wel raffinement, de wil om te overleven en het wegwerken van angst. Dat heeft misschien later mijn leven aan het Oostfront wel gered.

Op vrij jeugdige leeftijd werd ik timmerman. Kon ik tenminste met hard werken een stukje brood verdienen. Niet dat ik mij nou direct een geweldige ambachtsman vond hoor, maar je had wat om handen en het werd gewaardeerd door de omgeving. Net of ik het kon helpen dat ik uit een armoeizooitje afstamde. Niemand kiest zijn eigen ouders uit, eigenlijk een groot en grof stuk onrecht in onze natuur.”

Lees het complete ooggetuigenverslag.

 

 

 

STIWOT Nieuwsbrief
7de jaargang, 7e editie
november 2007



 

 


De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.