Overzicht: 
- Go2War2.nl themaquiz Oorlogsklassiekers
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl
- Recensie: Doorn in het vlees - Foute Nederlanders in de jaren 50 en 60
- Auteurs gezocht voor Go2War2.nl
- Joodse onderduikers overleefden Holocaust 344 dagen in grot
- Recensie: Eenige wakkere jongens
- Verhoor Erhard Milch op Go2War2.nl 


 
Go2War2.nl themaquiz Oorlogsklassiekers (Redactie Go2War2.nl)
De Go2War2.nl themaquiz Oorlogsklassiekers is inmidels afgelopen. Onder de vele inzendingen hebben wij de volgende 5 winnaars uitgeloot:
 
E.W. Ernes (Gulpen NL)  
Peter van der Linden (Sliedrecht NL)
Malcolm van Oosterom (Berghem NL)
Ivo Swinnen (As BE)
W.G.T. Verhoeven (Ravenstein NL)

Winnaars, van harte gefeliciteerd! Jullie ontvangen de twee DVD-boxen Oorlogsklassiekers (deel III en IV). Met dank aan Double Motion voor het beschikbaar stellen van de boxen.  
 


 
Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Hieronder een overzicht van de artikelen die recent verschenen zijn. In het nieuwe jaar zullen onze auteurs weer hun best doen om interessante en objectieve artikelen te publiceren over diverse onderwerpen. Heb je belangstelling om zelf ook te schrijven voor Go2War2.nl? Neem dan contact op met kevin@go2war2.nl.
 
Festungsfront Oder-Warthe-Bogen
De Festungsfront Oder-Warthe-Bogen (in de volksmond Ostwall genoemd) was nazi-Duitslands meest geavanceerde gefortificeerde verdedigingslinie in Europa. De verdedigingslinie lag op een afstand van ongeveer 120 kilometer ten oosten van Berlijn en werd tussen 1934 en 1938 gebouwd. De Festungsfront Oder-Warthe-Bogen werd in 1944 uitgebreid, in een poging om de opmars van het Rode Leger een halt toe te roepen. De linie bestond uit ongeveer 106 werken, waarvan de meeste verbonden waren door middel van een ondergronds tunnelstelsel, en liep tussen Nietkowice aan de rivier de Oder in het zuiden en Brzozowiec aan de rivier de Warthe (Pools: Warta) in het noorden. De totale lengte van de ondergrondse gangen wordt geschat op tussen 32 en 35 kilometer. De Festungsfront Oder-Warthe-Bogen zag hevige strijd eind januari en begin februari 1945. Tegenwoordig zijn (ondergrondse) delen van de verdedigingslinie te bezoeken als toeristische attractie.
 
 
Nederlandse gemilitariseerde hulpschepen
Door ver doorgevoerde bezuinigingen op defensie in de jaren `20 en `30 van de vorige eeuw was de Koninklijke Marine bij lange na niet op sterkte toen voor Nederland op 10 mei 1940 de Tweede Wereldoorlog werkelijkheid werd. Maar zelfs al had de Nederlandse zeemacht wel over voldoende oorlogsschepen beschikt, om haar vastgelegde taken in oorlogstijd uit te voeren, dan had zij nog een beroep moeten doen op de koopvaardij om schepen te leveren voor vooral logistieke taken. De koopvaardijschepen die door de Koninklijke Marine gevorderd, gemilitariseerd en vervolgens in dienst werden genomen, werden allemaal als hulpschepen geclassificeerd omdat zij geen directe gevechtstaak hadden. De Koninklijke Marine beschikte echter ook over schepen, die wel als oorlogsschepen werden aangemerkt en bemand waren door marinepersoneel, maar eveneens geen directe gevechtsstaak hadden. Dit waren bijvoorbeeld torpedo-inschietvaartuigen, communicatievaartuigen, opnemingsvaartuigen of opleidingsschepen. Ook deze schepen werden aangeduid als hulpschepen.
 
 
Tip: via Twitter en Facebook blijft u dagelijks op de hoogte van de nieuwste artikelen en recensies op Go2War2.nl.

 
Recensie: Doorn in het vlees - Foute Nederlanders in de jaren 50 en 60 (Marie-Cécile van Hintum)
Over de positie van ‘foute’ Nederlanders in het naoorlogse Nederland zijn tot nu toe talloze persoonlijke getuigenissen van (kinderen van) ex-NSB'ers verschenen, waarin het particuliere leed van deze groep centraal staat. Behalve de standaardwerken "In plaats van bijltjesdag" van "A.D. Belinfante (1978) en "Snel, streng en rechtvaardig" van Peter Romijn (1989) over de juridische en politieke implicaties van de bijzondere rechtspleging waren er nog geen wetenschappelijke studies die dit leed in een breder historisch perspectief plaatsen en de nodige context bieden bij de persoonlijke en vaak emotionele verhalen.
 
Dit hiaat beoogt het NIOD met het onderzoeksproject "Erfenissen van collaboratie" te vullen. In samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Brussel werd het tussen 2008 en 2012 onder leiding van historica en politicologe Ismee Tames (1976) uitgevoerd. Hoe ging de opsluiting van collaborateurs na de bevrijding nu precies in zijn werk? Hoe verliep hun integratie in de samenleving na bestraffing en internering? En wat zeggen de manieren waarop dat alles in zijn werk ging over de naoorlogse ideeën ten aanzien van ‘goed burgerschap’? Dat waren de vragen die in dit grootschalige onderzoek centraal stonden.
 

 
In haar proefschrift "Van landverraders tot goede vaderlanders" ontrafelt Historica Helen Grevers (1986) de interneringspraktijk tussen 1940 en 1950. Eind jaren veertig waren bijna alle geïnterneerde Nederlanders weer op vrije voeten; hoe het deze tienduizenden ex-collaborateurs tussen 1950 en 1970 verging, beschrijft Ismee Tames in "Doorn in het vlees. Foute Nederlanders in de jaren vijftig en zestig".
 
Tames, die onder meer met "Besmette jeugd. Kinderen van NSB’ers na de oorlog" (2009) al eerder over 'foute' Nederlanders publiceerde, rekent in haar boek af met een aantal hardnekkige generalisaties over de re-integratie van deze groep. Zo laat zij op basis van niet eerder bestudeerd archiefmateriaal, verhalen van betrokkenen, privédocumenten en eigentijdse publicaties in diverse media overtuigend zien dat ex-NSB’ers niet massaal met de nek aangekeken werden en een nieuwe plek in de samenleving konden verwerven.
 
Lees verder op Go2War2.nl


Auteurs gezocht voor Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Martin Bormann, Adolf Hitler, Jagdpanther, PzKpfw IV, Molotov-Ribbentrop Pact, overval op de zender Gleiwitz en John Frost. Het zijn zomaar wat onderwerpen van artikelen die op Go2War2.nl herschreven moeten worden, omdat ze niet langer voldoen aan onze wensen.
 
Ben je net als wij gefascineerd door de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en wil je je kennis graag delen met een groot publiek? Dan kunnen we je heel goed gebruiken als auteur voor Go2War2.nl, de grootste Nederlandstalige website over de Tweede Wereldoorlog.
 
Als auteur kun je ons helpen met het vernieuwen van verouderde artikelen op onze website. Objectiviteit, een goede bronvermelding en een goed leesbaar en correct taalgebruik zijn enkele belangrijke eisen die wij stellen aan de artikelen. Een beginnende auteur wordt, indien nodig, begeleid door een ervaren auteur. Schrijf je liever over een zelf gekozen onderwerp? Ook dan is je bijdrage uiteraard van harte welkom!
 
Om te kunnen beoordelen of iemand geschikt is als auteur verlangen we bij aanmelding een proefartikel. Het onderwerp wordt in overleg bepaald. Nadere informatie of aanmelding: Projectleider Kevin Prenger (kevin@go2war2.nl).

 
Joodse onderduikers overleefden Holocaust 344 dagen in grot (Kevin Prenger)
Een groep Joodse onderduikers verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog ononderbroken 344 dagen in een grot in Oekraïne en ontsnapte zo aan vervolging door de nazi’s. Het bijzondere overlevingsverhaal werd ontdekt door de Amerikaanse speleoloog Chris Nicola. Een artikel hierover is opgenomen in het januarinummer van het magazine Wereld in Oorlog.
 
 
Speleoloog Chris Nicola bekijkt in de Grot van de Priester een kandelaar die toebehoord heeft aan de Joodse onderduikers. Bron: Chris Nicola
 
In 1993, twee jaar na de val van de Sovjet-Unie,  bezocht Chris Nicola voor het eerst de gipsgrot in het westen van Oekraïne waarin de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken zaten. Boven de grond is er niets te zien van het gigantische ondergrondse labyrint. De ingang bevindt zich in een met onkruid begroeid zinkgat, te midden van uitgestrekte tarwevelden waarmee dit deel van Oekraïne bezaaid is. In de volksmond staat de grot bekend als Popowa Yama, oftewel Grot van de Priester. De ingang van het ondergrondse gangenstelsel, dat met een lengte van meer dan 124 kilometer het op veertien na grootste ter wereld is, bevond zich voorheen namelijk op het land van een lokale priester.
 
Na afgedaald te zijn door een schacht die toegang geeft tot het ondergrondse gangenstelsel werd Nicola door lokale gidsen meegenomen naar een deel van de grot dat “Khatki” (klein huisje) genoemd wordt. Tot verbazing van de Amerikaan waren op deze moeilijk toegankelijke plaats onmiskenbare sporen van langdurige menselijke bewoning aanwezig. Op de bodem trof hij oude schoenen en knopen aan. Een molensteen en deels intacte gemetselde muren bewezen hem dat het hier niet ging om achtergelaten spullen van collega-speleologen, die dit deel van de grot in 1963 in kaart brachten. Zijn gidsen vertelden hem dat hier tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden ondergedoken zaten, toen Oekraïne sinds 1941 bezet werd door nazi-Duitsland. Bijna 1 miljoen Joden werden in het land vermoord door de nazi’s.
 
Het verhaal van de Joodse onderduikers hield Nicola na zijn terugkeer in New York in zijn greep. Hij zou de daarop volgende jaren de grot verschillende malen bezoeken en kwam uiteindelijk in 2002 ook in contact met enkele overlevenden uit de grot. Hun onderduikersgemeenschap had in totaal 38 personen geteld, inclusief een tweejarig jongetje en een 75-jarige grootmoeder. Ze hadden in de periode 1943-1944 344 dagen in de Grot van de Priester geleefd. Dat is ruimschoots boven de 205 dagen die de Franse speleoloog Michel Siffre in 1972 in de Midnight Cave in Texas verbleef, wat wordt beschouwd als het recordaantal dagen dat een mens ononderbroken in een grot geleefd heeft. Eerder hadden meerdere van de onderduikers ook al 150 dagen in een vlakbij gelegen grot geleefd, maar daar waren ze ontdekt door de Duitsers en dus niet langer veilig.
 
Alleen de mannelijke onderduikers hadden de grot tijdens de onderduikperiode regelmatig moeten verlaten om voedsel en andere voorraden te verzamelen. Ze werden daarbij geholpen door een lokale houtvester bij wie ze hun bezittingen konden omruilen voor bijvoorbeeld bakolie, zeep en lucifers. Ook stalen ze aardappelen en tarwe van de akkers in de omgeving. De vrouwen hielden zich bezig met koken, wassen en reparatie van kleding. De meeste tijd besteedden de grotbewoners echter aan slapen. Net zoals het geval is bij dieren in winterslaap paste hun biologische klok zich gaandeweg aan het ontbreken van daglicht aan. Gemiddeld sliepen ze 18 tot 22 uur waardoor ze energie spaarden. Na de komst van het Rode Leger konden de onderduikers, waarvan ten minste 19 het overleefd hadden, de grot op 12 april 1944 definitief verlaten.
 
In 2007 waren nog veertien van de bewoners van de Grot van de Priester in leven. Chris Nicola nam in oktober 2010 enkele overlevenden mee terug naar de grotten waaraan ze hun leven dankten. De oudste, Shulim Stermer, was op dat moment 92. Het was voor hem en zijn broer Shlomo niet mogelijk om af te dalen in de Grot van de Priester, hoewel Shlomo daartoe wel een dappere poging deed. Het lukte de bejaarde broers wel om Verteba te bezoeken, de eerste grot waar ze ondergedoken zaten. Ontroerende beelden hiervan zijn te zien in het docudrama “No Place on Earth” van Janet Tobias uit 2012. Als leider van het Priest’s Grotto Heritage Project zet Chris Nicola zich in om het verhaal levend te houden en genocide in de toekomst te voorkomen.
 
 
Een uitgebreid artikel over dit opmerkelijke overlevingsverhaal, geschreven door Go2War2.nl-medewerker Kevin Prenger, verschijnt in het januarinummer van Wereld in Oorlog. Het tweemaandelijks verschijnende magazine vertelt opmerkelijke, aangrijpende en dramatische verhalen achter belangrijke gebeurtenissen, ontwikkelingen en militaire operaties in de recente oorlogsgeschiedenis. De nadruk ligt op de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Meer informatie op: www.wereldinoorlog.com.


Recensie: Eenige wakkere jongens (Pieter Schlebaum)
Over de geschiedenis van de Royal Air Force (RAF) is de afgelopen decennia een grote hoeveelheid publicaties uitgebracht. Het gros hiervan gaat over de verschillende luchtoperaties, zoals de Slag om Engeland of de bombardementen op Duitsland. Minder aandacht was er tot nu toe voor de buitenlandse oorlogsvliegers, die samen met hun Britse bondgenoten ten strijde trokken onder de vlag van de RAF. Dit gold ook voor de Nederlandse oorlogsvliegers in dienst van de RAF. Met de nieuwste uitgave van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, ‘Eenige wakkere jongens’, komt deze aandacht er alsnog. In dit boek behandelt Erwin van Loo de geschiedenis van de Nederlandse oorlogsvliegers in de Britse luchtstrijdkrachten tijdens de Tweede Wereldoorlog.
 
 
Erwin van Loo werkt bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van de Koninklijke Luchtmacht en haar voorgangers. Eerder schreef hij al (in sommige gevallen als co-auteur) diverse andere boeken over dit onderwerp, waaronder ‘Crossing the border’ (2003), ‘Luchtmachtbevelhebbers geportretteerd’ (2006) en ‘Vliegvelden in oorlogstijd’ (2009). Naast zijn werkzaamheden als auteur en bij het NIMH is Van Loo tevens bestuurslid van de Studiegroep Luchtoorlog. Met ‘Eenige wakkere jongens’ promoveerde hij tot doctor aan de Universiteit van Amsterdam.
 
Van Loo startte zijn onderzoek naar de ruim 650 Nederlandse oorlogsvliegers in Britse dienst al in 1997. In de jaren die volgde interviewde hij ruim veertig veteranen. Gezien de geringe aandacht voor dit onderwerp in de geschiedschrijving waren deze interviews en andere bronnen uit de eerste hand, zoals dagboeken en brieven, van grote waarde voor het onderzoek. Gelukkig is Van Loo erin geslaagd deze waardevolle informatie te elfder ure bij de steeds kleiner wordende groep veteranen te verzamelen. Door hier ook veelvuldig uit te citeren is de auteur erin geslaagd om een verhaal te schrijven met een narratieve benadering, wat het prettig leesbaar maakt.
 

 
Verhoor Erhard Milch op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een stuk uit een verhoor van het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we gekozen voor een kort stuk uit het verhoor van Erhard Milch. Van 1933 tot 1945 was hij staatssecretaris van het Rijksluchtvaartministerie en sinds 1940 Generalfeldmarschall in de Luftwaffe. Hij werd tijdens het IMT opgeroepen als getuige, maar stond van 2 januari tot 17 april 1947 zelf terecht voor het Amerikaanse militaire tribunaal in Neurenberg. Hij kreeg  levenslange gevangenisstraf. In het onderstaande fragment wordt hij door hoofdaanklager Jackson ondervraagd over een bewering die hij gedaan zou hebben over Hitler.
 
Mr. JACKSON: Ik meen dat u tijdens uw ondervraging hebt gezegd dat Hitler na 5 maart 1943 niet langer normaal was. Hebt u dat gezegd?
 MILCH: Ik heb gezegd dat naar mijn mening de Hitler van de latere jaren niet de Hitler van de eerdere periode was, vanaf 1933 tot aan het uitbreken van de oorlog en dat er na de veldtocht in Frankrijk zich een verandering bij hem voltrok. Ik kwam tot die mening, die een zuiver persoonlijke was, omdat wat hij later deed lijnrecht stond tegenover datgene wat hij eerder had gedaan en dat kon ik niet als normaal beschouwen.
 Mr. JACKSON: En u wilt ons doen geloven dat Göring vanaf die periode bleef fungeren als de tweede man in het Reich en bevelen bleef ontvangen van een niet normale man? Is dat uw verhaal?
 MILCH: De abnormaliteit was niet zodanig dat men kon zeggen “die man is niet bij zijn verstand,” of “Die man is krankzinnig,” zover zou het niet hoeven komen. Het gebeurt vaak dat abnormaliteiten zodanig zijn dat zij zowel het publiek als de naaste medewerkers ontgaan. Ik geloof dat een arts beter in staat zou zijn informatie over dat onderwerp te geven. Ik heb er destijds met medici over gesproken.
 Mr. JACKSON: En was het hun mening dat hij abnormaal was?
 MILCH: Dat er een mogelijkheid van abnormaliteit bestond werd toegegeven door een arts die ik goed kende.
 Mr. JACKSON: Een vooraanstaand arts in Duitsland?
 MILCH: Nee, hij is niet erg bekend. Hij heeft het nooit iemand anders verteld. Dat zou niet verstandig geweest zijn.
 Mr. JACKSON: Als hij had gedaan, zou hij in een concentratiekamp zijn opgesloten, neem ik aan?
 MILCH: Of erger.
 Mr. JACKSON: En als u als uw mening had gegeven dat hij abnormaal was, zou u daar waarschijnlijk ook zijn opgesloten, niet waar?
 MILCH: Ik zou onmiddellijk zijn geëxecuteerd.
 Mr. JACKSON: U durfde dus nooit uw mening over Hitler aan Göring te vertellen?
 MILCH: Ik heb slechts een keer de gelegenheid gehad mijn mening over de oorlog aan Hitler te vertellen. Dat was de enige keer.
 Mr. JACKSON: U lichtte Göring in over uw mening?
 MILCH: Ik heb met Göring gesproken. Wat ik net noemde was een gesprek dat ik met Hitler heb gehad.
 Mr. JACKSON: Nou, u meent toch niet, ik denk dat u mij verkeerd begrepen hebt - u bedoelt toch niet dat u tegen Hitler zei dat u hem abnormaal vond; dat meent u zeker niet.
 MILCH: Nee, dat heb ik Göring ook niet verteld.
 Mr. JACKSON: Dat zei ik. U wist toch dat Göring, die uw onmiddellijke meerdere was, de anti-Joodse wetten van de Reichsregierung uitvaardigde?
 MILCH: Nee, dat wist ik niet. Voor zover ik weet waren die van een andere bureau afkomstig, van ...
 
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

14de jaargang, 1e editie
  januari 2014



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.