Overzicht: 
- Miniquiz: Louis Zamperini & Unbroken
- Auteurs gezocht voor Go2War2.nl
- Verloting: Ik ontsnapte uit Auschwitz door Rudolf Vrba
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl
- Recensie: Masters of the Air
- Medewerker tv-gids gezocht
- In the footsteps of the 82nd Airborne Division 2015
- Verhoor Erich Raeder op Go2War2.nl


 
Miniquiz: Louis Zamperini & Unbroken (Redactie Go2War2.nl)
Sinds 8 januari draait de door Angelina Jolie geregisseerde speelfilm “Unbroken” in de Nederlandse bioscopen. Hierin speelt de Britse acteur Jack O'Connell de rol van Olympiër en oorlogsheld Louis Zamperini. Wij organiseren een miniquiz waarmee u vrijkaarten kunt winnen. Meedoen aan deze miniquiz kan nog tot en met dinsdag 27 januari. Zorg dus dat u er snel bij bent!
 
 
Op Go2War2.nl staan vijf vragen over deze vorig jaar overleden Amerikaanse WO2-veteraan. Onder de goede inzendingen mogen we van Kosmos Uitgevers drie keer 2 vrijkaartjes voor de film + de filmeditie van het boek verloten. Voor Belgische deelnemers: de vrijkaartjes geven enkel toegang tot bioscopen in Nederland. Meedoen kan nog tot en met dinsdag 27 januari. De film draait tot 11 februari in de bioscoop.

Klik hier om deel te nemen aan de quiz!

 
Auteurs gezocht voor Go2War2.nl (Redactie Go2War2)
Erik Hazelhoff Roelfzema, Michael Wittmann, Koningin Wilhelmina, Douglas MacArthur, vernietigingskamp Chelmno, de Hongerwinter, kamp Amersfoort, het bombardement op Dresden, de slagen om El Alamein, de slag om Guadalcanal, de Luger P08 en de conferentie van Jalta. Het zijn zomaar wat onderwerpen die op Go2War2.nl nog onbeschreven zijn.
 
Ben je net als wij gefascineerd door de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en wil je je kennis graag delen met een groot publiek? Dan kunnen we je heel goed gebruiken als auteur voor Go2War2.nl, de grootste Nederlandstalige website over de Tweede Wereldoorlog.
 
Auteurs van historische artikelen schrijven over meestal zelfgekozen onderwerpen over de zeer diverse geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Objectiviteit, een goede bronvermelding en een goed leesbaar en correct taalgebruik zijn enkele belangrijke eisen die wij stellen aan de artikelen. Een beginnende auteur wordt, indien nodig, begeleid door een ervaren auteur.
 
Om te kunnen beoordelen of iemand geschikt is als auteur verlangen we bij aanmelding een proefartikel. Het onderwerp wordt in overleg bepaald. Wil je meer informatie of meteen aan de slag? Stuur dan een mailtje naar: redactie@go2war2.nl.

 
Verloting: Ik ontsnapte uit Auschwitz door Rudolf Vrba (Redactie Go2War2.nl)
Op 27 januari is het 70 jaar geleden dat concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz bevrijd werd. Koning Willem Alexander en koningin Maxima zullen die dag, samen met premier Rutte, de herdenking in Polen bijwonen. Ook elders zijn er herdenkingen op deze datum, die sinds 2006 officieel bekend staat als Holocaust Memorial Day.
 
 
Een opmerkelijke titel tussen de vele boeken die over Auschwitz geschreven zijn, is “Ik ontsnapte uit Auschwitz”. Het is het authentieke verslag van Rudolf Vrba’s kampervaringen en het verhaal van zijn gewaagde ontsnapping uit Auschwitz. Kort na zijn ontsnapping schreef hij mede het Vrba-Wetzlerrapport, dat later bekend is geworden als de Auschwitz-Protocollen. Rudolf Vrba (1924-2006) werd in 1942 gearresteerd en eerst naar Majdanek en vervolgens naar Auschwitz gedeporteerd. Hij is een van de vijf Joden die uit Auschwitz wisten te ontsnappen. Na de oorlog getuigde hij bij vele processen tegen de nazi’s.
 
Uitgeverij Kosmos Go2War2.nl bracht dit jaar een nieuwe druk van dit boek uit, dat € 10,- kost. Go2War2.nl mag van twee exemplaren van dit boek verloten. Het enige dat u hoeft te doen is het onderstaande bericht op Twitter of Facebook respectievelijk te retweeten of liken. Deze berichten vindt u vastgepind bovenaan onze Twitter- en Facebookpagina. Voor vragen: quiz@go2war2.nl.
 
Twitter:
Op 27 januari herdenken we bevrijding van #Auschwitz. Boekentip: http://www.go2war2.nl/book.asp?bookid=2254  Retweet dit bericht en maak kans op een exemplaar.
 
Facebook:
Op 27 januari herdenken we de 70ste bevrijdingsdag van concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Boekentip: Ik ontsnapte uit Auschwitz van Rudolf Vrba. Zie: http://www.go2war2.nl/book.asp?bookid=2254 Like dit bericht en maak kans op een exemplaar.
 
Volgt u ons nog niet op Twitter en Facebook? Meld u zich dan gauw aan en doe ook mee aan deze verloting. De winnaars worden 7 februari uitgeloot en ontvangen het boek vervolgens per post.

 
Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Scheepsbewegingen in Nederland, mei 1940
In de vroege ochtenduren van vrijdag 10 mei 1940 overschreden Duitse troepen de Nederlandse grenzen. Tegelijkertijd wierpen Duitse vliegtuigen magnetische mijnen af voor de havenmonden in Hoek van Holland, IJmuiden, Den Helder en Vlissingen. Omdat de Kriegsmarine alle beschikbare schepen nodig had bij de strijd in Noorwegen (operatie Weserübung), waren er vrijwel geen Duitse oorlogsschepen betrokken bij Fall Gelb, zoals de Duitsers hun veldtocht in het westen aanduidden. Alleen de kleine onderzeeboten U-7, U-9 en U-13 werden achter de hand gehouden om ingezet te worden bij Fall Gelb.
 
 
 
Radiotoespraak van Stalin (03-07-1941)
Op 22 juni 1941, de dag waarop de asmogendheden de Sovjet-Unie binnenvielen, richtte niet Joseph V. Stalin, maar Vyacheslav M. Molotov, de volkscommissaris van Buitenlandse Zaken, zich tot het Sovjetvolk in een radiotoespraak (zie Radiotoespraak van Molotov van 22 juni 1941). Stalin verkeerde de eerste dagen van de invasie in diepe verwarring, apathie en ongeloof en liet pas elf dagen later, op 3 juli 1941, publiekelijk van zich horen met de onderstaande radiotoespraak, die dezelfde dag in Pravda verscheen.
 
 
 
Pierre Sweerts
De na de oorlog in zijn vaderland ter dood veroordeelde Belg Pierre Marie Ernest Sweerts werd na afloop van de oorlog aanvankelijk niet opgepakt omdat hij, werkzaam binnen het Reichssicherheitshauptamt (RSHA; de politie- en veiligheidsafdeling van de SS), zijn diensten had aangeboden aan de Britten. Na de oorlog werd hij door de Britten als ondervrager tewerkgesteld in speciale kampen, die te maken hadden met het oprollen van weerwolforganisaties (nazi-ondergrondse weerstandsgroepen) en het opsporen van Abwehr- en SD-leden in gevangen- en vluchtelingenkampen. Daarna kwam hij in dienst bij de Nederlandse Fiscale Recherche, waar hij zich bezighield met het opsporen van kapitaal dat door collaborateurs en nazi's was verduisterd.
 

 
Recensie: Masters of the Air (David Izelaar)
Op 6 juni 1944 verschenen er grote groepen Amerikaanse bommenwerpers boven de kust van Normandië om de Duitse stellingen onder vuur te nemen en de grondtroepen luchtsteun te geven. Tijdens de verdere geallieerde opmars tot en met de val van Berlijn speelde de Amerikaanse luchtmacht een belangrijke rol in het terugdringen van de vijand.
 
Minder bekend is dat de bommenwerpers van de Amerikaanse Achtste Luchtmacht (The Mighty Eighth) al vanaf halverwege 1942 ingezet werden boven Europa in de strijd tegen nazi-Duitsland. Zij werden ingezet omdat luchtmachtcommandanten dachten dat dit de latere gevechten op de grond een stuk minder bloederig zou maken. Ook dacht de leiding dat escortejagers niet nodig zouden zijn, vanwege de behoorlijke vuurkracht van de bommenwerpers.
 
In de praktijk bleken de bommenwerpers kwetsbaar voor de Duitse jagers en het intensieve luchtafweergeschut. Ook moesten de bemanningen op grote hoogte opereren onder extreem lage temperaturen. Er werden enorme verliezen aan manschappen en vliegtuigen geleden; de Achtste Luchtmacht verloor tijdens de oorlog meer mensen dan het Amerikaanse Korps Mariniers. Daarnaast leken de bombardementsvluchten vaak zelfmoordmissies en kampten veel bemanningen met psychische klachten.
 
In het verloop van de oorlog werd de strategie aangepast, waardoor de luchtstrijd minder bloederig werd. Zo werden precisiebombardementen, die heel lastig uit te voeren waren, ingeruild voor oppervlaktebombardementen op steden en industriegebieden. Uiteindelijk leverde de luchtoorlog een essentiële bijdrage aan het verzwakken en vernietigen van de Duitse oorlogsindustrie.
 
 
"Masters of the Air" vertelt het verhaal van de Achtste Luchtmacht tijdens de campagne boven West-Europa tussen 1942 en 1945. De auteur van dit boek is de Amerikaan Donald L. Miller (1944). Miller is professor in de geschiedenis en bekleedt de John Henry MacCracken-leerstoel aan het Lafayette College in Pennsylvania. Hij heeft al 8 andere boeken op zijn naam staan.
 
Donald Miller trof bij zijn opa op zolder het vliegerjack uit de Tweede Wereldoorlog van zijn vader aan. Later bezocht Miller met zijn familie films over de Achtste Luchtmacht, waardoor zijn interesse steeds verder gewekt werd. De auteur was al aan dit verhaal bezig toen hij in contact kwam met diverse veteranen van de Achtste Luchtmacht. Zij waren voor hem de inspirerende factor om dit boek te schrijven. Miller heeft gebruik gemaakt van Amerikaans en Duits archiefmateriaal, ooggetuigenverslagen en meer dan 250 interviews met betrokkenen.
 
In 1993 verscheen ‘Band of Brothers’, een boek over een onderdeel van de Amerikaanse 101e Luchtlandingsdivisie tijdens de Tweede Wereldoorlog van de hand van historicus Stephen Ambrose. Nadat de Amerikaanse regisseur Steven Spielberg het boek gelezen had, toonde hij onmiddellijk interesse in de filmrechten van ‘Band of Brothers’. In 2001 kwam de gelijknamige serie uit als coproductie van Spielberg en Tom Hanks. Beide mannen werken nu weer samen aan een verfilming van Millers boek in een serie over de Achtste Luchtmacht. Het is nog niet bekend wanneer de serie, die ook ‘Masters of the Air’ zal gaan heten, in première gaat.
 
Lees verder op Go2War2.nl

 
Medewerker tv-gids gezocht (Redactie WO2Actueel)
Op de televisie zijn vaak programma’s te zien die de Tweede Wereldoorlog als onderwerp hebben. Denk aan Apocalypse: WOII, Nazi Megastructures en de NPS-serie de oorlog. Bepaalde geschiedkundige programma’s zoals Andere Tijden, behandelen regelmatig een onderwerp dat nauw samenhangt met WOII. Dan worden de (fictionele) series die zich afspelen tijdens deze periode nog geen eens genoemd. Bijvoorbeeld Allo Allo, Dad’s Army, Band of Brothers en The pacific.
 
STIWOT zou haar lezers graag weer een overzicht aanbieden van al het WOII-gerelateerde aanbod (van documentaires, dramaseries tot speelfilms) op de televisie. Hiervoor zoeken wij een medewerker die per week alle tv-programma’s gerelateerd aan de tweede Wereldoorlog opzoekt en invoert zodat STIWOT de tv-tips kan opnemen in de kalender. Geïnteresseerd? Stuur een bericht naar info@stiwot.nl.

 
In the footsteps of the 82nd Aiborne Division 2015 (Redactie WO2Actueel)
De datum voor de 2015 editie van "In the footsteps of the 82nd Airborne Division" is bekend: zaterdag 21 februari 2015. Ook de 33ste editie van deze mars is weer georganiseerd door de "82nd Airborne All American Jeep Group Society". Ditmaal zal deze bijzondere en vaak winterse mars het spoor volgen van het 504th Parachute Infantry Regiment, 82nd Airborne Division.
 
 
Het startpunt van de 23 kilometer lange mars is La Gleize. Hier kunnen de deelnemers het inschrijfgeld van € 6,00 voldoen en vanaf 9.00 uur starten. De deelnemers zullen vanaf het startpunt de route van het 504th Parachute Infantry Regiment volgen langs de dorpjes Brume, Rahier, Cheneux, Monceau en de La Vaux Renard hoeve en zullen weer eindigen in La Gleize. Warme soep wordt verstrekt in Rahier en het is hier tevens mogelijk om drank en hamburgers te kopen bij de mobiele veldkeuken. Bij de finish is er gluhwein en ontvangen alle deelnemers een certificaat
 

 
Verhoor Erich Raeder op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een passage uit een verhoor van het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we een passage geselecteerd uit het verhoor van Erich Raeder, opperbevelhebber van de Kriegsmarine van 1936 tot 1943. Ter sprake komen zijn aftreden/ontslag in januari 1943 en de meningsverschillen met Hitler die hieraan ten grondslag lagen. 
 
Dr. SIEMERS: (tot de beklaagde): Beschrijft u alstublieft hoe het kwam dat u in januari 1943 aftrad […]?
 
RAEDER: […] In de loop van de oorlog was onze samenwerking die tot dan toe, afgezien van dergelijke incidenten, altijd prettig geweest omdat de Führer altijd moeite deed mij zijn respect te tonen, in de loop van de oorlog raakte onze relatie sterk gespannen. De Führer werd steeds nerveuzer als ik verslag uitbracht; kreeg een woede uitbarsting wanneer er verschillen van mening waren of wanneer er incidenten waren geweest zoals bijvoorbeeld een technisch mankement aan of slechte prestaties van een schip. Het gebeurde steeds weer dat zijn gevolg hem beïnvloedde voordat ik de zaken echt aan hem kon uitleggen en ik werd dus regelmatig bij hem geroepen om de zaken recht te zetten. Op die manier ontstonden onplezierige tonelen die me erg uitputten.
 
Een punt waarop de Führer bijzonder gevoelig was waren de grote schepen. Hij voelde zich altijd erg ongemakkelijk wanneer onze grote schepen op volle zee waren en aanvallen op scheepvaart deden. Het verlies van een schip, zoals de Graf Spee of later de Bismarck vond hij een enorm verlies van prestige en dergelijke zaken wonden hem daarom enorm op. Dat ging zo door tot eind 1942. Toen kwam – en dat maakte in het bijzonder op mij grote indruk – mijn nederlaag in het overleg met de Führer over kwesties betreffende Noorwegen, Frankrijk en vooral Rusland. Uiteindelijk luisterde hij altijd meer naar partijmensen als bijvoorbeeld Terboven dan naar een ervaren officier. Dat leidde tot een situatie die niet voor lange tijd kon worden geaccepteerd. Een van de basis karaktertrekken van de Führer was een groot wantrouwen tegen alles en iedereen maar in het bijzonder tegen oude officieren die afkomstig waren uit de oude Reichswehr en van wie hij altijd aannam – ondanks alle goede bedoelingen – dat zij in hun hart niet de gevoelens deelden die hij van ze eiste. In het bijzonder de kwestie Rusland leidde tot zoveel conflicten met hem dat onze relatie daar sterk door werd beïnvloed. De man die al deze oorlogsdagboeken en notulen verzamelde, Admiraal Assmann, vatte het bij een gelegenheid aan het slot van een dergelijke discussie samen met de woorden: “De Opperbevelhebber van de Marine is het in deze kwestie volledig oneens met de Führer,”
 
Aan het einde van 1942, juist nadat ik een einde had moeten maken aan de hele affaire Noorwegen, vond er een incident plaats dat tot het einde leidde. Er had een aanval moeten worden gelanceerd op een konvooi dat vanuit Engeland naar Moermansk of Archangel voer. Het was in december in een periode waarin in dat noordelijke gebied slechts een of twee uur daglicht is en dus geen gunstig weer voor gevechten door grote schepen met grote aantallen destroyers tegenover zich. De schepen waren samen met de destroyers aan hun reis begonnen en hadden het konvooi bereikt toen het nog licht was. Maar omdat het daglicht snel verdween en de duisternis inviel en het konvooi door veel destroyers werd beschermd oordeelde de admiraal het verstandig zijn schepen uit de strijd terug te trekken. Dat was de enig juiste beslissing omdat hij ze wellicht allemaal door torpedoaanvallen zou hebben verloren. Dit feit en ten tweede het feit dat de radioverbinding tussen de admiraal en de SKL helaas werd bemoeilijkt en van tijd tot tijd geheel werd verbroken door storingen maakte dat de Führer in zijn hoofdkwartier bijzonder opgewonden raakte toen ik hem rapporteerde wat ik zelf had ontdekt. De hele dag verliep met vragen over en weer en zelfs tegen de avond kon ik hem geen helder beeld geven. Dit wond hem enorm op. Via Admiraal Krancke liet hij me alle mogelijke verwijten overbrengen en eiste dat ik onmiddellijk verslag aan hem uitbracht; ik kon wel zien dat er ernstige wrijvingen zouden ontstaan. Ik regelde het zo dat ik pas zes dagen later, op 6 januari aan hem hoefde te rapporteren zodat de lucht eerst wat kon opklaren. Op 6 januari kon ik met een volledig verslag naar hem toe gaan en ‘s avonds, tijdens een discussie waarbij ook Feldmarschall Keitel aanwezig was hield hij een rede van ongeveer een uur waarin hij kwetsende opmerkingen maakte over ongeveer alles wat de marine tot dan toe had gedaan, in directe tegenstelling tot ieder oordeel wat er tot dan toe over de marine was geveld. Uit dit alles kon ik opmaken dat hij op een breuk aanstuurde.
 
Persoonlijk was ik vast besloten om deze gelegenheid te benutten af te treden, zeker omdat het steeds duidelijker werd dat deze oorlog een pure U-bootoorlog ging worden en daarom voelde ik dat ik op dat moment met een helder geweten kon aftreden.
 
Nadat de Führer zijn rede had beëindigd verzocht ik toestemming alleen met hem te spreken. Feldmarschall Keitel en de stenografen gingen weg en ik vertelde hem dat ik hem om mijn ontslag vroeg omdat ik uit zijn woorden begreep dat hij volkomen ontevreden met mij was en dat het daarom het goede moment voor mij was om te vertrekken. Zoals altijd probeerde hij mij ervan te weerhouden maar ik hield voet bij stuk en zei hem dat een nieuwe opperbevelhebber van de marine, die de volledige verantwoordelijkheid zou krijgen, zeker moest worden benoemd. Hij zei dat het een grote last voor hem zou zijn wanneer ik nu zou vertrekken want ten eerste was de situatie bijzonder kritiek – Stalingrad stond op het punt te vallen – en ten tweede omdat hij er al van was beschuldigd zoveel generaals te hebben ontslagen. In de ogen van de buitenwereld zou het hem beschadigen wanneer ik op dit punt zou vertrekken. Ik zei hem dat ik alles zou doen om dat te verhinderen. Als hij het tegenover de buitenwereld wilde doen voorkomen dat ik niet vanwege een botsing was afgetreden, dan kon hij me benoemen tot inspecteur-generaal met een of andere honoraire titel, wat de indruk zou wekken dat ik nog steeds bij de marine was en dat mijn naam nog steeds aan de marine was verbonden. Dit sprak hem direct aan en ik zei hem op 6 januari dat ik op 30 januari ontslagen wilde worden. Op dat tijdstip had ik 10 jaar dienst gedaan als opperbevelhebber van de marine onder hem. Hij stemde met dit voorstel in en vroeg me twee opvolgers voor te dragen zodat hij een keuze kon maken.
 
Op 30 januari ontsloeg hij me toen persoonlijk door me te benoemen tot Admiral-inspektor der Kriegsmarine. Hij zei dat hij mij bij gelegenheid nog wel om advies zou vragen maar dat gebeurde nooit. Ik werd slechts twee keer op pad gestuurd, een keer naar Bulgarije toen de koning van Bulgarije werd begraven en een keer naar Hongarije, naar de Hongaarse regent Horthy om hem een cadeau van de Führer te brengen.
 
Lees het complete verhoor
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

15de jaargang, 1e editie
  januari 2015



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.