Overzicht: 
- Auteurs gezocht voor Go2War2.nl
- Recensie: Het commando-Pieters door Stijn Wiegerinck
- Winnaars miniquiz Moordenaars in toga & De laatste getuige
- Interview: slachtoffers van het bombardement op Rotterdam gezocht
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl
- Recensie: Kinderen van foute ouders door Chris van der Heijden
- Verhoor Albert Kesselring op Go2War2.nl


 
Auteurs gezocht voor Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Martin Bormann, Adolf Hitler, Jagdpanther, PzKpfw IV, Molotov-Ribbentrop Pact, overval op de zender Gleiwitz en John Frost. Het zijn zomaar wat onderwerpen van artikelen die op Go2War2.nl herschreven moeten worden, omdat ze niet langer voldoen aan onze wensen.
 
Ben je net als wij gefascineerd door de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en wil je je kennis graag delen met een groot publiek? Dan kunnen we je heel goed gebruiken als auteur voor Go2War2.nl, de grootste Nederlandstalige website over de Tweede Wereldoorlog.
 
Als auteur kun je ons helpen met het vernieuwen van verouderde artikelen op onze website. Objectiviteit, een goede bronvermelding en een goed leesbaar en correct taalgebruik zijn enkele belangrijke eisen die wij stellen aan de artikelen. Een beginnende auteur wordt, indien nodig, begeleid door een ervaren auteur. Schrijf je liever over een zelf gekozen onderwerp? Ook dan is je bijdrage uiteraard van harte welkom!
 
Om te kunnen beoordelen of iemand geschikt is als auteur verlangen we bij aanmelding een proefartikel. Het onderwerp wordt in overleg bepaald. Nadere informatie of aanmelding: projectleider Kevin Prenger (kevin@go2war2.nl).

 
Recensie: Het commando-Pieters door Stijn Wiegerinck (Fred Bolle)
Zoals de subtitel “Hollandse SS-ers in Brummen en Loosdrecht april-mei 1945” aangeeft, speelt het onderwerp van dit boek zich af in een periode waarin een deel van Nederland al was bevrijd en waarin de rest van het land verlamd werd door de nasleep van de Hongerwinter en door een vernietigende frontlijn die steeds verder richting Duitsland verschoof. De auteur, journalist bij de NOS en historicus Stijn Wiegerinck, werd op het spoor van deze geschiedenis gezet doordat hij op het internet op een lijst was gestuit van oorlogsmisdadigers die na de Tweede Wereldoorlog op last van de Nederlandse Justitie ter dood waren veroordeeld en geëxecuteerd. Bij zijn speurwerk naar het wedervaren van deze laatste Nederlandse veroordeelde stuitte hij op vier volle archiefdozen waarin hij verklaringen aantrof van de slachtoffers en van getuigen van de oorlogsmisdaden. Grote gedeelten van deze verklaringen worden aangehaald in de tekst die daardoor een sterk documentair karakter heeft gekregen. Ook vond hij in een van de dozen een levensbeschrijving van de veroordeelde die kennelijk op instigatie van Justitie door hemzelf werd geschreven.
 

 
De hoofdpersoon van het boek is de in 1916 in Nederlands-Indië geboren Nederlander Andries Jan Pieters, zoon van een zendeling, die vóór de Tweede Wereldoorlog beroepsmilitair was geworden. In de loop van de oorlog kreeg hij een baan bij de Duitse Spoorwegen, de Reichsbahn. Gedurende een verlof deed hij een halfslachtige poging om via een kennis naar Zweden te ontkomen om zich daarna in Engeland te melden voor militaire dienst. Dit mislukte en hij keerde terug in Duitsland en trad toe tot de Waffen-SS, een leger onderdeel van de Duitsers, met een Duits uniform en voor de Nederlandse leden Nederlandse onderscheidingstekens en de "Prinsenvlag". Nadat Pieters aan het Oostfront bij Leningrad gewond was geraakt, trad hij na zijn herstel periode in februari 1943 toe tot de officiersopleiding van de SS in Bad Tölz. Hij werd SS-Untersturmführer (2de luitenant) en meldde zich uiteindelijk eind 1944 aan voor de SS-Jagdverbände van SS-Obersturmbannführer (luitenant kolonel) Otto Skorzeny.
 
Skorzeny had naam gemaakt door met een geselecteerde groep commando’s de gevangen gezette Mussolini te bevrijden en hem mee te nemen naar Wenen. Dat was een stunt waar in die tijd grote bekendheid aan werd gegeven voornamelijk uit propaganda-oogpunt. Daardoor kreeg Skorzeny de opdracht commando-groepen op te zetten die bestonden uit Grenadiere die verschillende talen spraken en zodoende als ‘vijfde kolonne’ ingezet konden worden achter de frontlijn. Tijdens het Ardennenoffensief hebben deze groepen grote verwarring weten te stichten in de Amerikaanse gelederen. Zo geraakte Pieters in april 1945 terug in Nederland als compagniecommandant van een z.g. Jagdkommando onder het bevel van Jagdkommando Niederlande. Daar kwam hij in Zutphen in contact met de SD die hem vroeg om te assisteren bij het opsporen van verzetsmensen die Duitse posities doorgaven aan de Canadezen, die tot aan de oostelijke oever van de IJssel opgetrokken waren. (De bevrijding van het westen van Nederland werd als een lagere prioriteit van de geallieerden beschouwd door hun haast om Duitsland binnen te trekken en zo het einde van de oorlog te bewerkstelligen.)

 
Winnaars miniquiz Moordenaar in toga & De laatste getuige (Redactie Go2War2.nl)
Tot 1 juni 2014 kon u op Go2War2.nl deelnemen aan een miniquiz over nazi-rechter Roland Freisler en Hitlers lijfwacht Rochus Misch. Uitgeverij Just Publishers stelde voor de twee winnaars een boekenpakket beschikbaar bestaande uit de boeken “Moordenaar in toga” en “De laatste getuige”, waarin beide genoemde personen centraal staan.
 
Van de 65 deelnemers waren er 42 die de quiz foutloos invulden. Als winnaars zijn uitgeloot: Rob Jansen en Leen Leijdens. Zij hebben het boekenpakket inmiddels met de post ontvangen. Gefeliciteerd!
 
Wilt u ook kans maken op een leuke prijs? Tot 1 augustus kunt u nog deelnamen aan de Go2War2.nl WO2-quiz #40, waarbij de winnaar een mooi prijzenpakket ontvangt van S.I. Publicaties, bestaande uit een boek en een abonnement op het tijdschrift 40-45 Toen & Nu. Veel succes!

 
Interview: slachtoffers van het bombardement op Rotterdam gezocht (Vincent Krabbendam)
In 2015 zal op een nader te bepalen locatie in Rotterdam de tentoonstelling ‘De Aanval – Rotterdam onder vuur, 10-14 mei 1940’ te zien zijn. Onderdeel van de expositie zijn de namen, gezichten en verhalen van zoveel mogelijk van de circa 850 mensen die omkwamen bij het bombardement van 14 mei 1940. Namens Museum Rotterdam houdt conservator en projectleider Liesbeth van der Zeeuw zich met het verzamelen van die namen bezig.
 

 
“De tentoonstelling zal gaan over de enorme strijd die er in die dagen in mei 1940 is gevoerd in Rotterdam”, vertelt Van der Zeeuw. “Dat er zo zwaar is gevochten is weten een heleboel mensen niet, dus dat verhaal willen we graag vertellen. Onderdeel daarvan is de zoektocht naar de gezichten en verhalen van de slachtoffers van het bombardement.”
 
Hoe is het idee ontstaan om die namen te gaan achterhalen?
 “Als het over het bombardement van Rotterdam gaat, dan gaat het vaak over de stad zelf die kapot ging en weer opgebouwd werd, zodat er een nieuwe stad ontstond. Het ging altijd over het uiterlijk van de stad maar voor het menselijke verhaal is nooit heel veel aandacht geweest. Onze insteek is dat we door op zoek te gaan naar die gezichten achter de cijfers zorgen voor dat menselijke perspectief op het verhaal.”
 
Het klinkt als een idee waar de afgelopen zeventig jaar vast wel eens iemand op is gekomen. Desondanks zijn jullie de eersten die dit gaan doen?
 “Ik heb het idee een paar jaar geleden al eens geopperd en toen werd gezegd dat er geen beginnen aan was. De urgentie of noodzaak om dit te doen werd niet gezien of erkend. Twee jaar geleden is het Stadarchief de overlijdensaktes uit die periode gaan scannen. Dat leverde wel wat reacties op maar vervolgens bleef het liggen. Nu kunnen we het goed combineren met de grote tentoonstelling die 75 jaar na dato wordt gehouden. En ergens is het wel absurd dat er in die 75 jaar nooit eerder werk is uitgezocht wie die slachtoffers eigenlijk waren. Er zijn die dag hele families omgekomen en dat laat toch zijn sporen na.”
 

 
Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
7TP
InleidingDe 7TP (siedmiotonowy polski) lichte tank was een Poolse tank, gebaseerd op de Britse Vickers Mk.E. tank. De 7TP kende twee varianten, namelijk de ‘dw’ (dwuwiezowy) en de ‘jw’ (jednowiezowy). Het verschil tussen deze twee varianten was gelegen in het feit dat de ‘dw’ voorzien was van twee tankkoepels en de ‘jw’ van slechts één. Ook de bewapening verschilde. De ‘jw’ was de laatste variant en werd gezien als de beste van de twee. Om die reden zijn er meer van dit type tanks gebouwd en werden veel 7TP ‘dw’ varianten gemodificeerd naar de ‘jw’ versie. De 7TP tank zag strijd tijdens de Duitse invasie in Polen, in september 1939, en vervolgens in Frankrijk en Noorwegen in het Duitse leger.
 
 
 
1e Poolse Korps
Het 1e Poolse Korps was tussen 1940 en 1947 een Pools tactisch legeronderdeel dat oorspronkelijk opgericht was om de Schotse kust te beschermen tegen een mogelijke Duitse invasie. Later is het korps zich steeds meer gaan richten op het trainen en het leveren van strijdbare eenheden aan het westfront. Het heeft echter nooit als een enkele eenheid, een ‘korps’, aan het westfront gevochten. Pas tussen 1945 en 1947 maakte het als een echt legerkorps deel uit van de geallieerde bezettingsmacht in West-Duitsland. In 1947 werd het korps ontbonden.
 
 
 
Amerikaanse vliegdekschepen van de Essex-klasse
De vliegdekschepen van de Essex-klasse waren de opvolgers van zowel de Yorktown-klasse, die bestond uit USS Yorktown (CV-5), USS Enterprise en USS Hornet (CV-8) als het lichte vliegdekschip USS Wasp (CV-7).
 
 
 
Duitse Panzer-Regiment Hermann Göring
Het in februari 1943 ingestelde Panzer-Regiment Hermann Göring maakte deel uit van de Panzer-Division Hermann Göring. In juli 1944 werd de eenheid omgevormd tot Fallschirm-Panzer-Regiment Hermann Göring.
 
 
 
3e Karpatische Infanteriedivisie
De 3e Karpatische Infanteriedivisie (3 Dywizja Strzelców Karpackich) (ook wel bekend als de ‘Christmas Tree Division’ naar het embleem van de eenheid) werd in 1942 in Palestina uit verschillende Poolse eenheden opgericht. De divisie vocht tussen 1944 en 1945 in Italië onder bevel van het 2e Poolse Korps en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de verovering van Monte Cassino, Ancona en Bologna, alsmede aan het doorbreken van de Gustavlinie, de Hitlerlinie en Gotenlinie. De divisie werd uiteindelijk in 1947 in Groot-Brittannië ontbonden. In 1966 werd een aantal eenheden van de 3e Karpatische Infanteriedivisie onderscheiden met de hoogste Poolse militaire onderscheiding: de Order Virtuti Militar voor verdiensten tijdens de Italië-campagne.
 

 
Recensie: Kinderen van foute ouders door Chris van der Heijden (Marie-Cécile van Hintum)
Wanneer Koos Snijder (1945), geboren in interneringskamp Westerbork, als kind wel eens aan zijn moeder vroeg waar zijn pappa was, kreeg hij geen of slechts ontwijkende antwoorden. "Dat vertel ik je nog wel een keer maar niet nu", placht zijn moeder te antwoorden. Het duurde ruim veertig jaar tot Koos de waarheid over zijn foute vader achterhaalde.
 

 
Dit verhaal en vele andere levensverhalen van kinderen, van wie de (groot)ouders tijdens de Tweede Wereldoorlog de kant van de Duitsers kozen en daarvoor na de bevrijding verantwoording moesten afleggen, tekent historicus Chris van der Heijden (1954), zelf zoon van een foute vader, op in "Kinderen van foute ouders - Hun verhaal". Het is een verzameling ervaringen van een groep, die aan de keuzes van hun ouders part noch deel had, maar die er wel de gevolgen van ondervond. "Hun verhaal" getuigt niet zelden van grote treurigheid en tragiek.
 
Neem de broertjes Alwin en Leo, die jarenlang emotioneel klem zitten tussen een streng katholieke moeder en een fanatieke nationaalsocialistische vader. Zij worden voor, tijdens en na de bezetting ernstig gepest. Of Tanja van Woud, die na de oorlog haar aanstaande schoonvader bij hun kennismaking hoort zeggen: "Zo, daar hebben we een klein NSB’ertje". En wat te denken van dat kind, dat met haar foute moeder op zoek naar onderdak bij oma, zonder pardon door dezelfde aan de Binnenlandse Strijdkrachten uitgeleverd wordt. "Ik heb hier nog een paar NSB’ers voor jullie!" schreeuwt oma haar (klein)kinderen nog na. En Nette tenslotte, die haar leven beschouwt als een lange aaneenschakeling van fouten, veroorzaakt door die rotoorlog. Begin 2014 overleed ze, door euthanasie "vanwege ondraaglijk lijden."
 
Legio zijn de verhalen over Dolle Dinsdag, vlucht, thuiskomst en bevrijding – waarna voor velen de ellende pas echt begint. Openlijke vernedering en arrestatie van vader, soms ook moeder, misstanden in interneringskampen, het verblijf in kindertehuizen en pleeggezinnen, een jeugd in armoedige en verziekte familieverhoudingen waar (ver)zwijgen vaak de norm was, pesterijen op school en in de buurt – ze bieden bepaald geen garanties voor een onbekommerd volwassenenbestaan.
 

 
Verhoor Albert Kesselring op Go2War2.nl (redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een stuk uit een verhoor van het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we een passage geselecteerd uit het verhoor van Generalfeldmarschall Albert Kesselring van de Luftwaffe. Kesselring werd als getuige opgeroepen. In de onderstaande passage wordt hij ondervraagd over de Duitse campagne in de Sovjet-Unie, die op 22 juni 1941 van start ging. De ondervrager is de Duitse verdediger van het in Neurenberg aangeklaagde opperbevel van de Wehrmacht. Vandaar dat Kesselring niet scherp wordt ondervraagd over oorlogsmisdaden aan het Oostfront.
 
Dr. LATERNSER: Was u van juni tot november 1941 commandant van een Luftflotte aan het Oostfront?
KESSELRING: Ja.
Dr. LATERNSER: Hoorde u iets over uitroeing van Joden in het Oosten?
KESSELRING: Nee.
Dr. LATERNSER: Hoorde u iets over de Einsatzgruppen van de SS?
KESSELRING: Niets. Ik kende de namen van die eenheden niet eens.
Dr. LATERNSER: Kwam u iets te weten over de betreurenswaardige order dat Russische politieke commissarissen na hun gevangenname moesten worden gefusilleerd?
KESSELRING: Ja, ik hoorde aan het einde van de oorlog over deze order. De luchvloot, die niets te maken had met grondgevechten had in feite met deze kwestie niets te maken. Ik denk dat ik gerust kan zeggen dat de Luftwaffe hier absoluut niets van wist. Hoewel ik zeer regelmatig persoonlijk te maken had met Feldmarschall Von Bock, met commandanten van legers en van pantsereenheden, heeft geen van deze heren mij ooit over een dergelijke order verteld.
Dr. LATERNSER: Wist u van het Kommandobefehl?
KESSELRING: Ja, dat wist ik.
Dr. LATERNSER: En wat dacht u van deze order?
KESSELRING: Ik beschouwde een dergelijke order, die ik ontving als opperbevelhebber in de Middellandse Zee, waar ik een dubbelfunctie had, als niet bindend voor mij maar als raamwerk van een order die mij de vrije hand liet bij de uitvoering. Over deze kwestie huldigde ik het standpunt dat het aan mij als opperbevelhebber was, te beslissen of een commando actie in strijd was met internationale regelgeving of dat die tactisch gerechtvaardigd was. Het standpunt dat meer en meer door de legergroep werd ingenomen, een standpunt dat dor mij was ingegeven, was dat personeel in uniform, dat uitgestuurd was met een specifieke tactische taak, behandeld en beschouwd moest worden als soldaten in overeenstemming met de bepalingen van de Haagsche Conventie voor de Oorlogvoering te Land.
 
[…]
 
Dr. LATERNSER: U was in het Oosten opperbevelhebber van een Luftflotte. Wat kunt u zeggen over de behandeling van de Russische burgerbevolking tijdens de campagne?
KESSELRING: Ik was tot eind november in Rusland en ik kan alleen maar zeggen dat de bevolking en de troepen het uitstekend met elkaar konden vinden en dat de veldkeukens overal werden gebruikt ten behoeve van de armen en de kinderen; ook dat de moraal van de Russische vrouwen, die zoals bekend is op een hoog peil ligt, in hoge mate werd gerespecteerd door de Duitse soldaten. Ik weet dat mijn artsen tijdens hun spreekuren regelmatig geraadpleegd werden door de Russische bevolking. Ik herinner me dit omdat de artsen mij spraken over de kracht die ze toonden bij het verdragen van pijn. De oorlog raasde zo snel over de vlakten tot aan Smolensk aan toe dat het hele gebied een zeer vredige aanblik bood; boeren waren aan het werk, er graasden redelijk grote kudden vee en toen ik het gebied bezocht trof ik de kleine dorpen onbeschadigd aan.
Dr. LATERNSER: Hoorde u over excessen, in het Oosten gepleegd door Duitse soldaten? Wanneer er gevallen van schendingen van internationale wetgeving aan u werden gemeld, ondernam u dan actie met alle u ten dienste staande middelen?
KESSELRING: Dat probeerde ik tenminste. Al was het alleen maar om de reputatie van de Duitse Wehrmacht hoog te houden en ook in het belang van de betrekkingen tussen de Wehrmacht en onze Italiaanse bondgenoten. Ik vond het daarom gepast om streng op te treden tegen iedere Duitse soldaat die een overtreding beging. Omdat ik mij bewust was van het feit dat oorlog een wrede aangelegenheid is en wreder wordt naarmate die langer duurt, zeker wanneer de leiders en ondergeschikten hun taken niet langer aankunnen, nam ik mijn toevlucht tot preventieve maatregelen. De preventieve regelingen die, ik weet het zeker, op vele plaatsen door de Geallieerden zijn gezien tijdens hun opmars door Italië, mijn diverse aankondiging van opgelegde straffen die algemeen bekend werden, vormen het beste bewijs voor wat ik zojuist heb gezegd.
Als preventieve maatregel liet ik hele steden, of wanneer dat niet mogelijk was, tenminste de centra zuiveren van militaire en bestuurlijke diensten en soldaten en liet ze afzetten. Verder, voor zover luchtbeschermingsmaatregelen dat toelieten, werden soldaten samengebracht en gehuisvest in afgesloten gebieden. Ik gelastte ook gedetacheerde individuele soldaten – die gewoonlijk de oorzaak zijn van dergelijke moeilijkheden – bijvoorbeeld soldaten die met verlof gingen of daarvan terugkwamen- zich in groepen te verzamelen en niet-militaire voertuigen konvooien te laten vormen. Voor controle doeleinden liet ik militaire politie, de Feldgendarmerie en gendarmes cordons opzetten met daaraan toegevoegd mobiele rechtbanken en vliegende brigades. Het opkopen van Italiaanse goederen – gedeeltelijk de oorzaak van de moeilijkheden – moest worden beperkt door het in samenwerking met de Italiaanse regering opzetten van winkels langs de routes en daar konden de soldaten iets kopen om mee naar huis te nemen. Dit werd gehandhaafd door straffen. Ik liet Duitse overtreders, die door de Italianen aan mij waren gemeld, vervolgen of ik ondernam zelf stappen tegen hen. Waar plaatselijke operaties mijn persoonlijke tussenkomst onmogelijk maakten, zoals bijvoorbeeld bij Siena, lichtte ik de Wehrmacht in dat ik de zaak op een latere datum door een krijgsraad zou laten behandelen. In andere gevallen, waar de situatie kritiek was, vaardigde ik een noodverordening uit en legde de doodstraf op wegens plundering, diefstal, moord en dergelijke. De doodstraf bleek echter nauwelijks een afschrikwekkend effect te hebben. Ik ondernam stappen tegen officieren die, van nature geneigd hun mannen te beschermen, een te grote mildheid hadden getoond.
Ik begrijp dat alle dossiers hier beschikbaar zijn zodat alle details uit de notities op de rapporten kunnen worden gehaald die door de militaire politie zijn ingezonden.
 
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

14de jaargang, 6e editie
  juni 2014



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.