Overzicht:

- Woensdag 27 januari 2010: Holocaust Memorial Day
- Bevrijding Auschwitz 65 jaar geleden
- Nieuwe titels Verbum Holocaust Bibliotheek
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl
- Medewerker onder de loep
- Vacature: medewerker Go2War2.nl quiz
- Verhoor Rudolf Höss op Go2War2.nl



Woensdag 27 januari 2010: Holocaust Memorial Day 2010 (Redactie Nieuwsbrief)
 Op 27 januari is het Holocaust Memorial Day. In de week van 25 t/m 31 januari 2010 worden er daarom in verschillende steden in Nederland activiteiten georganiseerd die in het teken staan van de Holocaust en andere genociden. De meeste programmaonderdelen zijn speciaal voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Toegang is gratis.
 
Op 1 november 2005 riep Kofi Annan, toenmalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de bevrijdingsdatum van Auschwitz, 27 januari 1945, uit tot een herdenkingsdag: The Holocaust Memorial Day. Wereldwijd worden op Holocaust Memorial Day de slachtoffers herdacht van de Holocaust en andere genociden (Cambodja, Rwanda, Srebrenica en Darfur). Auschwitz is uitgegroeid tot universeel symbool voor de massavernietiging van burgers.

In Nederland vindt de Holocaust Memorial Day ieder jaar plaats op de laatste zondag in januari; de herdenking wordt gehouden bij het Auschwitz Monument (het Spiegelmonument van Jan Wolkers) in het Wertheimpark in Amsterdam.

Het programma voor de Holocaust Memorial Week is hier te vinden: www.holocaust-memorial-day.nl/programma.




Bevrijding Auschwitz 65 jaar geleden (Redactie Go2War2)
 Op 27 januari is het 65 jaar geleden dat concentratiekamp Auschwitz bevrijd werd. Soldaten van het Rode Leger troffen er die dag enorme hoeveelheden kleding, vrouwenhaar, schoenen, brillen, kinderwagens, koffers en andere eigendommen aan, die ooit hadden toebehoord aan de mannen, vrouwen en kinderen, voornamelijk van Joodse komaf, die omgebracht waren in de gaskamers. Maar verder wees niks er nog op dat op deze locatie bijna drie jaar lang een fabrieksmatige massamoord had plaatsgevonden. Het sneeuwde en er heerste een merkwaardige rust. Van de gaskamers en crematoria restten nog slechts hopen puin. Eén van de gebouwen was op 7 oktober 1944 opgeblazen door in opstand gekomen Joodse gevangenen. De rest was door de kampleiding vernietigd om de sporen van massamoord uit te wissen.
 
Aangetroffen werden nog 7.650 gevangenen, de meesten meer dood dan levend. Onder hen bevonden zich veel kinderen die onderworpen waren geweest aan de gruwelijke experimenten van SS-arts Jozef Mengele. Hij stelde zijn proefpersonen onder meer bloot aan elektrocutie, injecteerde hen met bacteriën en voerde operaties uit zonder verdoving. Tweelingen zoals de meisjes Eva en Miriam Mozes Kor waren zijn favoriete slachtoffers. De tweelingzusjes overleefden het en vlogen op 27 januari hun Sovjet-bevrijders in de armen: “ze omhelsden ons en gaven ons koekjes en chocolade”, zo herinnert Eva zich. “[…] Omdat we zo alleen waren, betekende een omhelzing meer voor ons dan men zich kan voorstellen, omdat die uitdrukking gaf aan de menselijke waardigheid, waar we zo naar hongerden.”
 
Tien dagen eerder, op 17 januari, waren de bewakers begonnen met de ontruiming van het kamp; circa 58.000 gevangenen werden, veelal zonder goed schoeisel en in de bittere kou, te voet naar kampen in het westen gestuurd. Voorkomen moest worden dat ze als getuigen van de massamoord in handen van de Sovjets vielen. Deze zogenoemde Dodenmars liet een spoor achter van lijken van gevangenen die geëxecuteerd waren door hun bewakers, omdat ze door uitputting het tempo niet meer konden bijhouden. “Er stond een harde ijzig koude wind. Maar wij marcheerden zonder morren”, zo schrijft de Joods-Hongaarse gevangene Elie Wiesel, die Auschwitz en de Dodenmars overleefde. “Zo nu en dan klonk er een schot in de duisternis. […] Zodra één van ons een seconde stil bleef staan, werd met een doffe knal een vuile hond neergehaald.” De in het kamp achtergelaten gevangenen waren te zwak geweest om deel te nemen aan de mars. Omdat er geen tijd meer was om hen te vermoorden waren ze zonder eten en drinken achtergelaten. Velen van hen overleden alsnog, vlak voor of na de bevrijding.
 
De geschiedenis van het kamp begon ongeveer 5 jaar eerder. In het voorjaar van 1940 werd in opdracht van SS-leider Heinrich Himmler in het Poolse stadje Oswiecim een voormalige legerkazerne omgebouwd tot concentratiekamp. De eerste gevangenen waren voornamelijk Poolse politieke gevangenen, die het omliggende moerasland moesten ontginnen, zodat de omgeving van Auschwitz gekoloniseerd kon worden door Duitse boeren. De geschiedenis nam een andere wending toen in 1941 besloten werd tot de bouw van een tweede onderdeel van het kamp in het plaatsje Birkenau, op drie kilometer afstand van het oorspronkelijke kamp. Auschwitz-Birkenau werd het grootste vernietigingskamp van de nazi’s, waar in totaal naar schatting meer dan een miljoen Joden en zigeuners in gaskamers systematisch vermoord werden met het pesticide Zyklon-B. De SS’ers voerden deze opdracht plichtgetrouw uit. “Wij SS’ers werden niet geacht om over zaken na te denken; dat kwam niet eens in ons op”, zo verklaarde kampcommandant Rudolf Höss na de oorlog in krijgsgevangenschap. “Wij vonden het vanzelfsprekend dat de Joden overal de schuld van waren.”
 
Een derde afdeling van het kamp werd in 1942 opgericht in het nabijgelegen Monowitz, waar het Duitse chemieconcern IG Farben een fabriekcomplex bouwde voor de productie van synthetisch rubber. Bij de bouw van de fabriek stierven circa 35.000 dwangarbeiders, waaronder veel Joden. Eén van de dwangarbeiders in Auschwitz-Monowitz was de Joods-Italiaanse  schrijver Primo Levi. 24 januari 1945 lag hij uitgeput en verzwakt in een bed in een barak te wachten op de naderende bevrijding, terwijl vele lotgenoten van hem bezweken door ziekte en zwakte. “De berg lijken tegenover ons raam was nu over de randen van de kuil heen gezakt”, zo schrijft hij. “Ondanks de aardappelen waren we allemaal uiterst zwak; niemand in het kamp werd beter, velen kregen longontsteking en diarree; wie zich niet hadden kunnen roeren of de energie daarvoor niet hadden opgebracht, lagen wezenloos in bed, stijf van de kou en niemand merkte het als ze stierven.” Primo Levi was één van de weinige gevangenen die nog in leven was toen het Rode Leger het kamp op 27 januari bevrijdden en hij overleefde de oorlog.
 
Hoeveel doden er vielen in de drie Auschwitz-kampen, plus het stelsel van kleinere nevenkampen in de omgeving, is niet meer exact te bepalen. Geschat wordt dat er meer dan 1 miljoen Joden omgebracht werden. Vanuit Nederland werden ruim 68.000 Joden gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau, waar het merendeel vermoord werd. Naast Joden werden ook circa 150.000 Polen, 23.000 Roma en Sinti, 15.000 Sovjet-krijgsgevangenen en tienduizenden politieke gevangenen van andere nationaliteiten naar het kamp gedeporteerd, waar velen omkwamen door vergassing, dwangarbeid, ziekte, individuele executie of medische experimenten. Na de oorlog werd kampcommandant Rudolf Höss door een Pools tribunaal ter dood veroordeeld en op 16 april 1947 in zijn eigen kamp opgehangen. Tijdens twee grote processen in Krakau en Frankfurt am Main, respectievelijk in 1947 en van 1963 tot 1965, werden tientallen andere leden van de kampstaf veroordeeld. Het merendeel van de circa 7.000 kampbewakers ontsnapte echter aan berechting en leefde na de oorlog in vrijheid.
 
Het voormalige kamp wordt tegenwoordig jaarlijks door ongeveer 1 miljoen mensen bezocht. De plek is uitgegroeid tot symbool van de Holocaust en andere genociden. 27 januari, de bevrijdingsdag van het kamp, is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Holocaust Memorial Day. Op die dag worden de slachtoffers herdacht van de Holocaust en ander genociden, zoals die van Cambodja, Rwanda, Srebrenica en Darfur. Op de eerste zondag na 27 januari vindt in Nederland jaarlijks de Auschwitzherdenking plaats bij het Auschwitzmonument (het Spiegelmonument van Jan Wolkers) in het Wertheimpark in Amsterdam. Dit jaar is dat op 31 januari om 11:30 uur. Iedereen is welkom de herdenking bij te wonen.



Nieuwe titels Verbum Holocaust Bibliotheek (Redactie Go2War2)
In 2010 is het 65 jaar na de oorlog en dat wordt door uitgeverij Verbum herdacht met acht nieuwe titels in de Holocaust Bibliotheek. In januari 2010 verschijnt Enzo Traverso: De oorsprong van het nazigeweld, een Europese genealogie. Volgens de bekende Holocaustexpert Saul Friedländer is dit een ‘zeer origineel, provocerend en van het begin tot het einde briljant’ boek. Een essay dat antwoord geeft op al uw onbeantwoorde vragen. In januari wordt ook Bittere tranen, Jodenvervolging in Tiel en omgeving gepubliceerd van Tjeerd Vrij. Een bijzondere ‘case study’.
 
In april 2010 verschijnt Selma, de vrouw die Sobibor overleefde van Ad van Liempt. Selma Wijnberg ontsnapt in Sobibor tijdens de beruchte opstand. Door het proces van Demjanjuk is er terecht veel belangstelling voor Sobibor dat lang in de schaduw van Auschwitz stond.
Ook het ontroerende debuut van Paul Glaser Tante Roosje, het oorlogsgeheim van mijn familie verschijnt in april 2010. Literaire non-fictie over het leven van een ondernemende vrouw die alles meemaakte, ook het ondenkbare, aldus Jan Terlouw.
 
Een speciaal boek is Stilstaplekken, sporen van naziterreur in Nederland van Andreas Pflock. Dit boek is mede een initiatief van kamp Amersfoort en kamp Vught. In mei 2010 volgt het beklemmende onderduikverhaal van Benno Benninga, Ondergedoken, met angst voor verraad. Verdienen onderduikgevers gevangenisstraf? Tevens verschijnt het unieke fotoboek De nationaalsocialistische volkenmoord op Sinti en Roma in mei 2010, een initiatief van Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma.
 
Na de zomer verschijnt een nieuwe titel, Ik heb dat alles opgeschreven… de oorlogsherinneringen van Max Cahen, een belangrijk document voor de geschiedenis van kamp Vught.
 
Meer informatie over de Verbum Holocaust Bibliotheek kunt u vinden op www.verbum.nl. Recensies van bovengenoemde boeken zullen verschijnen op Go2War2.nl.



Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Een selectie van recent op Go2War2.nl artikelen:
 
- Stangl, Franz: Franz Stangl wordt door velen gezien als het schoolvoorbeeld van de gezagsgetrouwe en de in iedere situatie gehoorzame politieambtenaar. Op grond van zijn opvoeding in een autoritair gezin en zijn opleiding waarin absolute gehoorzaamheid op de eerste plaats kwam, heeft hij stipt en met toewijding bevelen uitgevoerd waarvan vele honderdduizenden het slachtoffer werden. Het leven van Stangl was dat van een onopvallende ambtenaar die willens en wetens een rader werd in de machinerie van de Holocaust.
 
- Japanse luchtaanval op Broome: over hoe Japanse gevechtsvliegtuigen op 3 maart 1942 het stadje Broome in noordwest Australië aanvielen. In Broome bevond zich een vliegveld van de Royal Australian Air Force, dat een belangrijk opvangpunt was voor evacués vanuit Nederlands-Indië. In totaal vielen bijna 100 slachtoffers bij de luchtaanval op Broome. Hiervan waren er 48 van Nederlandse afkomst waaronder 32 vrouwen en kinderen.
 
- Ontsnapping van Hr. Ms. Abraham Crijnssen: na het verliezen van de slag om de Javazee moest voorkomen worden dat de Abraham Crijnssen in Japanse handen zou vallen. Het schip had zich zeer goed voorbereid voor zij een poging waagde naar Australië te ontsnappen. De scheepshuid was zodanig met verf bewerkt dat een vertekenend effect werd verkregen. Verder werd het schip helemaal gecamoufleerd met takken, bladeren en ander groen zodat het van boven af of van zee uit gezien veel leek op een tropisch eiland.
 
- Howard, John: Major John Howard zou in de Tweede Wereldoorlog wereldberoemd worden. Er werd uiteindelijk een straatnaam naar hem vernoemd, hij werd de hoofdpersoon in een boek van Stephen Ambrose en zijn personage kwam voor in de film “The Longest Day”. Dit alles heeft de Brit te danken aan het leiden van de openingsaanval op D-Day, de verovering van de Pegasus Bridge.
 
- Stalen mijnenvegers van de Jan van Amstel-klasse: deze klasse zou bestaan uit acht schepen die alle in 1936 op stapel werden gezet. De schepen waren groot en relatief zwaar bewapend zodat zij ook als mijnenleggers en voor konvooi begeleiding ingezet konden worden. De kanonnen van 7,5cm waren afkomstig van de uit dienst gestelde pantserdekschepen.
De helft van de Jan van Amstel-klasse, VAM-klasse, VAMmen of ABC-klasse, zoals de schepen ook wel genoemd werden, was bestemd voor de Oost en de andere helft voor de Nederlandse wateren.
 
Binnenkort verschijnen artikelen over o.a. de volgende onderwerpen: de Hitlerjugend, operatie Charnwood, Norman Cota en de torpedobootjagers van de Admiralenklasse.


Medewerker onder de loep (Redactie Nieuwsbrief)
Naam: Peter Kimenai
 
Hoe ben je bij STIWOT terechtgekomen?
Voordat ik artikelen schreef voor Go2war2 schreef ik, als hobby, stukken voor mezelf. Op zoek naar informatie kwam ik terecht bij STIWOT en Go2war2.
 
Wat doe je zoal voor STIWOT?
Ik schrijf artikelen voor Go2war2.
 
Hoe lang werk je al voor STIWOT?
Mijn eerste artikel verscheen op 29 november 2009 maar ik maak bij het schrijven van mijn artikelen gebruik van de informatie die ik in de loop der jaren verzameld heb. Je kunt dus gerust zeggen dat ik indirect al jaren voor STIWOT werk.
 
Hoeveel tijd ben je per week kwijt aan STIWOT?
Ik werk momenteel in ploegendienst en heb dus soms hele dagen tijd voor STIWOT en soms helemaal niet. Maar gemiddeld kom ik wel uit op een uurtje of twee per dag.
 
Wat is het leukste dat je tot nu toe met STIWOT hebt meegemaakt?
Het allerleukste was dat er eindelijk werk van mij gepubliceerd werd bij het verschijnen van het eerste artikel. Ook als hobby schrijver wil je toch gelezen worden.
 
Met welke STIWOT medewerkers heb je het meeste contact?
Ik heb het meeste contact met Kevin Prenger, projectleider van Go2war2.
 
Wat doe je naast STIWOT op WO2 gebied?
Veel lezen en zoveel mogelijk plaatsen bezoeken die een binding hebben met de Tweede Wereldoorlog.
 
Wat doe je naast STIWOT op persoonlijk gebied (werk/studie)?
Ik werk in ploegendienst bij een bedrijf in Tilburg als proces technician. Verder ben ik druk met mijn gezin. Ik ben gelukkig getrouwd en heb twee kanjers van zonen.
 
Welk aspect van WO2 interesseert je het meest?
Ik ben van 1982 tot en met 1987 in dienst geweest bij de marine en mijn interesse gaat dus vooral uit naar oorlogsschepen, scheepvaart, havens en amfibische operaties.
 
Wat vind je omgeving van je hobby?
Zij vinden dat ik vaak bezig ben met schrijven maar het werkt aanstekelijk. Afgelopen herfstvakantie waren we in Normandië en mijn vrouw en kinderen waren net zo geïnteresseerd in de landingsstranden, oorlogskerkhoven en musea als ik.
 
Wat is je favoriete internet site (gelieve geen STIWOT site te noemen)?
Ik heb meerdere favoriete internetsites maar ze hebben allemaal te maken met de Tweede Wereldoorlog en oorlogsschepen.
 
Op welke dag in de week is het even geen wo2?
Als ik eens een boek lees over bijvoorbeeld de Falklandoorlog.
 
Wat zou je nog een keer willen bezoeken/zien of meemaken?
Ik zou graag de museumschepen in de Verenigde Staten willen bezoeken. Hier liggen een groot aantal slagschepen uit de Tweede Wereldoorlog waaronder de vier schepen van de Iowa-klasse.
 
Wil je nog wat kwijt?
Ik hoop dat er nooit een Derde Wereldoorlog komt.


Vacature: medewerker Go2War2.nl quiz (Redactie Go2War2)
 Na vier jaar actief betrokken geweest te zijn bij de samenstelling en organisatie van de Go2war2.nl quiz heeft Auke de Vlieger besloten het stokje over te dragen. We willen Auke hartelijk bedanken voor  alle tijd en inspanning die hij gestoken heeft in de quiz.
 
Om het team van quizsamenstellers te versterken zijn we op zoek naar een gemotiveerde quizmedewerker. De Go2War2 Quiz, met voor de winnaar altijd een mooie prijs, wordt al acht jaar lang samengesteld. Het quizteam stelt eens per vier maanden een quiz samen van 25 vragen over de Tweede Wereldoorlog. Het is de bedoeling om iedere keer een afwisselende, interessante en uitdagende quiz te maken, met niet al te moeilijke, maar ook niet al te makkelijke vragen. Onderschat dit niet; je bent maar drie maal per jaar met deze taak bezig, maar het is wel de bedoeling dat er geen twijfel kan ontstaan over wat het juiste antwoord is, wat dus enig onderzoek vereist. Tevens is het de bedoeling dat andermans vragen telkens kritisch nagekeken worden.

Lijkt dit je wat of wil je graag meer informatie? Mail dan naar info@go2war2.nl.

Functievereisten:
• Een uitstekende beheersing van de Nederlandse taal
• De leeftijd van 16 jaar en ouder
• Redelijke kennis over de Tweede Wereldoorlog
• Een zekere mate van zelfstandigheid
• Goed te bereiken via e-mail, PB of MSN

Medewerkers verrichten hun werkzaamheden op vrijwillige basis.


Verhoor Rudolf Höss op Go2War2.nl (Redactie Go2War2)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een passage uit een verhoor van het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Omdat het op 27 januari a.s. 65 jaar geleden is dat concentratiekamp Auschwitz bevrijd werd, hebben we dit keer een stuk geselecteerd uit het getuigenverhoor van kampcommandant Rudolf Höss. Nadat hij in Neurenberg had getuigd over de misdaden in Auschwitz werd hij zelf ter dood veroordeeld door een Pools tribunaal. De executie werd voltrokken op 16 april 1947.
 
Dr. KAUFFMANN: Wanneer was u commandant in Auschwitz?
HOESS: Ik was commandant van Auschwitz vanaf mei 1940 tot december 1943.
Dr. KAUFFMANN: Wat was het hoogste aantal mensen, gevangenen dat ooit in dezelfde periode in Auschwitz heeft vastgezeten?
HOESS: Het hoogste aantal gevangenen in dezelfde periode in Auschwitz bedroeg ongeveer 140.000 mannen en vrouwen.
Dr. KAUFFMANN: Is het waar dat u in 1941 naar Berlijn bent ontboden om Himmler te ontmoeten? Geeft u alstublieft in het kort aan wat daar werd besproken.
HOESS: Ja. In de zomer van 1941 werd ik bij Reichsführer SS Himmler in Berlijn ontboden om persoonlijk bevelen te ontvangen. Hij zei zoiets als -ik kan me de juiste woorden niet meer herinneren- de Führer had bevel gegeven voor een definitieve oplossing van het Joden vraagstuk. Wij van de SS moesten dat bevel uitvoeren. Als dat nu niet gebeurt dan zullen de Joden later het Duitse volk uitroeien. Hij had Auschwitz gekozen vanwege de goede bereikbaarheid per spoor en ook omdat de uitgestrekte locatie ruimte bood voor maatregelen ter isolatie.
Dr. KAUFFMANN: Vertelde Himmler u gedurende die vergadering dat de te nemen actie behandeld moest worden als staatsgeheim (Geheime Reichssache)?
HOESS: Ja. Hij legde er de nadruk op. Hij vertelde me dat het me zelfs niet was toegestaan, er met mijn onmiddellijke meerdere, Gruppenführer Glücks over te praten. Deze vergadering ging alleen ons beiden aan en ik moest de strengste geheimhouding in acht nemen.
Dr. KAUFFMANN: Welke functie had Glücks die u zojuist noemde?
HOESS: Gruppenführer Glücks was, om het zo te zeggen, de inspecteur van de concentratiekampen en hij stond direct onder de Reichsführer.
Dr. KAUFFMANN: Betekent de uitdrukking: "Geheime Reichssache" dat niemand tegenover buitenstaanders er zelfs ook maar de geringste zinspeling over mocht maken zonder zijn eigen leven in gevaar te brengen?
HOESS: Ja. Geheime Reichssache betekent dat het niemand was toegestaan met wie dan ook over deze zaken te spreken en dat iedereen op zijn leven zwoer de grootst mogelijke geheimhouding te betrachten.
Dr. KAUFFMANN: Hebt u die belofte wel eens gebroken?
HOESS: Nee, niet tot het einde van 1942.
Dr. KAUFFMANN: Waarom noemt u die datum? Hebt u na die datum er met buitenstaanders over gesproken?
HOESS: Aan het eind van 1942 werd de nieuwsgierigheid van mijn vrouw gewekt door opmerkingen van de toenmalige Gauleiter van Opper Silezië met betrekking tot gebeurtenissen in mijn kamp. Ze vroeg me of het de waarheid was en ik gaf toe dat het zo was. Dat was de enige keer dat ik de belofte brak die ik de Reichsführer had gedaan. Anders heb ik er nooit met wie dan ook over gesproken.
Dr. KAUFFMANN: Wanneer ontmoette u Eichmann?
HOESS: Ik ontmoette Eichmann ongeveer 4 weken nadat ik die order van de Reichsführer had gekregen. Hij kwam naar Auschwitz om met mij de details te bespreken hoe het bevel moest worden uitgevoerd en ik zou alle verdere instructies van hem krijgen.
Dr. KAUFFMANN: Wilt u in het kort vertellen of het juist is dat het kamp Auschwitz geheel afgelegen lag en de genomen maatregelen beschrijven om de aan u gegeven taak met een zo groot mogelijke geheimhouding uit te voeren.
HOESS: Het kamp Auschwitz als zodanig lag zo'n 3 kilometer van de stad verwijderd. Ongeveer 80 vierkante kilometer van het omliggende land was geheel ontruimd en het gehele gebied was slechts toegankelijk voor SS personeel of burger arbeiders met speciale passen. Het eigenlijke kamp dat Birkenau heette, waar later het vernietigingskamp werd gebouwd, lag zo'n 2 kilometer van het kamp Auschwitz. De kampinstallaties zelf, dat wil zeggen de tijdelijke installaties die eerst werden gebruikt, lagen geheel buiten zicht diep in de bossen. Bovendien was dit gedeelte tot verboden gebied verklaard en zelfs leden van de SS die geen speciale pas hadden, konden er niet in. Dus was het voor iedereen behalve bevoegde personen onmogelijk, voor zover men dat kon beoordelen, het gebied te betreden.
Dr. KAUFFMANN: En toen kwamen de transporten per trein aan. Gedurende welke periode arriveerden deze transporten en hoeveel mensen zaten er ruwweg in zo'n trein?
HOESS: Gedurende de hele periode tot aan 1944 werden in de verschillende landen op onregelmatige tijden bepaalde operaties uitgevoerd zodat men niet kan spreken van onafgebroken binnenkomende transporten. Het was altijd een kwestie van 4 tot 6 weken. In die 4 tot 6 weken arriveerden dagelijks 2 tot 3 treinen met elk ongeveer 2.000 personen. Deze treinen werden allereerst naar een opstelplaats in het gebied van Birkenau gerangeerd en de locomotieven gingen dan terug. De bewakers die het transport hadden begeleid moesten het gebied onmiddellijk verlaten en de personen die waren binnengebracht werden door bewakers van het kamp overgenomen. Ze werden daar door twee medische officieren van de SS onderzocht op hun geschiktheid voor werk. De gevangenen die in staat waren te werken marcheerden direct af naar Auschwitz of naar het kamp in Birkenau en zij die niet in staat waren tot werken werden eerst naar de tijdelijke installaties gebracht, later naar de nieuw gebouwde crematoria.
 






STIWOT Nieuwsbrief

10de jaargang, 1e editie
  januari 2010













De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.