Overzicht: 
- Voorproefje reportage Flying Legends vliegshow
- Nieuw artikel op Go2War2.nl: bombardement op Dresden
- Open dagen Collection '39 - '45: 15 en 16 augustus 2015
- Recensie: Hell from the Heavens
- Helmondse oorlogsslachtoffers: Natan Andriesse
- Verhoor Hans Fritzsche op Go2War2.nl
 

 
Voorproefje reportage Flying Legends vliegshow (Redactie WO2Actueel.nl)
Op 11 en 12 juli 2015 werd de Flying Legends vliegshow op Duxford weer gehouden. Over enkele weken verzorgt STIWOT op haar website WO2Actueel.nl een uitgebreide fotoreportage van dit evenement. Hierbij al vast een voorproefje:
 


 
Nieuw artikel op Go2War2.nl: bombardement op Dresden (Peter ter Haar)
Dresden is de hoofdstad van het oude rijk Sachsen. In de loop van de tijd werd deze stad bekend als het Florence aan de Elbe, Elbflorenz, een internationaal gerenommeerde cultuurstad. In vredestijd telde de stad 630.000 inwoners en was daarmee de zevende stad van Duitsland. Deze stad was tot begin 1945 het tragische lot van steden zoals Hamburg, Essen, Berlijn en Keulen bespaard gebleven. Er was niet veel industrie en wat er was, had geen hoge prioriteit voor de geallieerde luchtmacht.
 
 
Hoewel al eerder woonwijken in andere Duitse steden waren vernield en er tijdens de grote bombardementen op Hamburg in juli 1943 al ,bij toeval, een vuurstorm was gecreëerd , waren wapenfabrieken, U-Bootwerven, munitiefabrieken, hoogovens, olieraffinaderijen en installaties voor synthetische brandstof officieel het doelwit met prioriteit. Die doelen waren er niet in Dresden. Wel waren er honderdduizenden vluchtelingen. Het rangeerterrein was het drie na grootste rangeerterrein in Duitsland. De spoorlijnen uit Berlijn, Praag, Breslau, Warschau, Leipzig en Neurenberg kruisten elkaar hier. Door het kleiner worden van het naziterritorium werden de diverse stations en rangeerterreinen nog belangrijker. De USAAF, de Amerikaanse luchtmacht, had al enkele raids op de diverse emplacementen uitgevoerd.
 
Hoewel de strategische objecten officieel het doelwit waren van de geallieerden, bleek de praktijk een stuk simpeler. Voor Bomber Command gold: "Het moet met nadruk worden gezegd dat – met uitzondering van Essen – we nooit een specifieke industriële firma aanvielen. De vernietiging van industriële installaties leek ons steeds een soort bonus. Ons doel was altijd het stadscentrum." Harris in Bomber Command, 1948.
 
Dresden was volgestroomd met vluchtelingen uit Pommeren, Silezië en Oost Pruisen. Deze Duitsers waren op de vlucht voor het Rode Leger. De bevolking was toegenomen tot 1,3 miljoen. De Duitsers hadden de luchtverdediging, de Flak, al in december en januari 1945 verplaatst naar elders in Duitsland. Hiermee was Dresden praktisch een onverdedigde stad geworden. Op het nabij gelegen Fliegerhorst 38/III Klotzsche waren nog enkele jagers en 18 Me 110 nachtjagers gestationeerd maar die hadden brandstofgebrek. De opleiding van piloten van de Luftwaffe liet in dit stadium van de oorlog heel veel te wensen over.
 
In februari 1945 stond nazi-Duitsland te wankelen van alle klappen die het te verwerken had gekregen. Het Ardennenoffensief was mislukt. Op 8 februari begon de geallieerde campagne tegen het Reichswald met operatie Veritable en later Blockbuster en Grenade en aan het Oostfront had het Rode Leger een van zijn meest succesvolle offensieven afgesloten, het Weichsel-Oder offensief, dat de Sovjets tot op 70 km van Berlijn had gebracht. Naast zware verliezen die de Wehrmacht had geleden, was vooral het verlies van het industriegebied Silezië een harde klap voor de Duitse oorlogsindustrie. Verder naar het zuiden liep het front op ruwweg 100 km van Dresden. Hiermee was de metropool aan de Elbe verzorgingsgebied of Hinterland voor het front geworden. Transporten naar het front gingen via het spoor door Dresden.
 
Het Rode Leger maakte zich op om de laatste aanval op Berlijn in te zetten. Volgens een geheim rapport van het Joint Intelligence Committee, dat aan Churchill werd gepresenteerd op 21 januari 1945, zou de oorlog, bij slagen van het Sovjet offensief, rond midden april beëindigd kunnen worden. Bij falen daarvan zou de oorlog tot november kunnen duren.
 
Churchill dacht dat de zware bommenwerpers de Russen in belangrijke mate konden helpen. Hij overlegde de inzet met Secretary of State for Air Sir Archibald Sinclair. Zo kon hij laten zien dat ze een goede bondgenoot waren geweest en zo kon hij de communisten laten zien wat Bomber Command in zijn mars had. Op de conferentie van Jalta van 4 tot 11 februari 1945 stemde Stalin in met de Britse plannen. Vóór die conferentie had Air Marshall Arthur Harris al opdracht gekregen om de missie voor te bereiden.
 

 
Open dagen Collection '39 - '45: 15 en 16 augustus 2015 (Redactie WO2Actueel.nl)
Collection ’39 - ’45 herbergt een grote particuliere verzameling van militaire uniformen, uitrustingen, gebruiksartikelen, persoonlijke bezittingen, voertuigen enz. uit de periode 1939-1945. De verzameling omvat diverse items van Canadese, Amerikaanse, Engelse, Nederlandse (verzet) en Duitse militairen in oorlogstijd. Er is ook een doorlopende foto- en filmpresentatie met foto’s en documentaires uit deze tijd.



Net als vorig jaar zijn er voertuigen en een vliegtuig aanwezig en men kan zien hoe de voertuigen gerestaureerd worden. Ook zullen er diverse demonstraties worden gegeven over de techniek uit die tijd. Onze Sherman tank M7B1 “priest” 105mm Howitzer zal ook dagelijks een rit gaan maken.

Lees verder op WO2Actueel.nl

 
Recensie: Hell from the Heavens (Peter Kimenai)
In Charleston in South Carolina, aan de zuidoostkust van de Verenigde Staten, bevindt zich sinds 1975 het Patriots Point Naval & Maritime Museum. De belangrijkste en bekendste attractie van het maritieme oorlogsmuseum is ongetwijfeld het Essex-klasse vliegdekschip USS Yorktown (CV-10). Minder bekend zijn de onderzeeboot USS Clamagore (SS-343) uit 1945 en de torpedobootjager USS Laffey (DD-724) die in 1944 in dienst kwam. Over het laatste genoemde schip is echter het meest interessante en spannendste verhaal te vertellen. Dat is dan ook met overgave door historicus en auteur John Wukovits gedaan met "Hell from the Heavens".
 
 
De USS Laffey is een Allen M. Summer-klasse torpedobootjager die op 8 februari 1944 in dienst gesteld werd. Het ruim 2.200 ton grote schip werd gebouwd door Bath Iron Works te Bath, Maine. De commandant van het schip werd Commander Frederick Julian Becton. Becton was een ervaren marineofficier die eerder in de oorlog getuige was geweest van de ondergang van de eerste USS Laffey (DD-459). Bovendien had hij de ondergang van het eerste schip onder zijn commando meegemaakt. Dit was de torpedobootjager USS Aaron Ward (DD-483) die in april 1943 door Japanse bommenwerpers tot zinken werd gebracht tijdens de Zeeslag bij Guadalcanal. Becton had geleerd dat een torpedobootjager het meest effectief was door een agressieve en aanvallende houding aan te nemen ten opzichte van de vijand. Hij had ook geleerd dat alle aanwezige kanonnen en mitrailleurs van een torpedobootjager ingezet moesten worden tegen vijandelijke vliegtuigen. Niet alleen de 40mm en 20mm luchtafweermitrailleurs, maar ook de primaire batterij. Hij was ervan overtuigd dat een oorlogsschip de grootste overlevingskans had als de geschutbemanning zeer goed getraind was.
 
De 336-koppige bemanning die commandant Becton in 1944 aan boord kreeg van USS Laffey was echter helemaal niet goed getraind. Op een paar oudgedienden na had de bemanning zelfs geen enkele oorlogservaring. Sommige bemanningsleden kwamen rechtstreeks uit de schoolbanken en waren niet ouder dan achttien jaar. Becton wist de individuele, nog onervaren bemanningsleden door eindeloze oefeningen echter in enkele maanden om te vormen tot een geoliede gevechtsmachine. Vooral de geschutbemanningen trainden zoveel mogelijk en verschoten alleen al tijdens de opwerkperiode van het schip duizenden granaten en kogels. De USS Laffey en haar nieuwe bemanning ondergingen hun vuurdoop tijdens de geallieerde landing in Normandië. Vanaf D-Day tot enkele weken daarna, ondersteunde de torpedobootjager de Amerikaanse aanvallen op Utah Beach en Cherbourg. Commandant Becton maakte tijdens deze periode door zijn kalme houding en overzicht veel indruk op zijn bemanningsleden. Dit zorgde voor een wederzijds respect waardoor USS Laffey een ruim boven gemiddelde gemotiveerde en oorlogsvaardige bemanning kreeg.
 
Na Normandië werd de torpedobootjager ingezet in de Pacific. Tijdens de herovering van de Filipijnen kreeg de bemanning van USS Laffey voor het eerst te maken met Kamikazes. De georganiseerde zelfmoordaanvallen zorgden voor grote schade aan boord van Amerikaanse oorlogsschepen die de invasietroepen beschermden en voorraden aanvoerden. De Japanners, die in deze fase van de oorlog in de verdediging gedrongen waren, werden door een gebrek aan gevechtsvliegtuigen en piloten gedwongen over te gaan op radicale maatregelen om de overmachtige Amerikanen tegen te houden. Het Japanse opperbevel maakte misbruik van de loyaliteit en opofferingsbereidheid van de overgebleven piloten. De piloten vonden het op hun beurt een grote eer voor zichzelf en voor hun familie als ze hun leven gaven voor het vaderland. Door de Kamikazes werden eenvoudige gevechtsvliegtuigen met onervaren piloten omgevormd tot afschrikwekkende wapens. Ze brachten tientallen geallieerde schepen, vooral Amerikaanse, tot zinken en beschadigden er bovendien enkele honderden. Vele duizenden opvarenden verloren hierbij het leven. USS Laffey was tijdens de Filipijnencampagne alleen nog maar getuige van dit nieuwe Japanse wapen, maar het maakte ontzettend veel indruk.
 

 
Helmondse oorlogsslachtoffers: Natan Andriesse (Redactie WO2Actueel.nl)
"Geruime tijd", het is een tijdsbepaling die ons al maanden bezighoudt. Het staat in één van de criteria voor opneming op het oorlogsmonument in Helmond. "De betreffende personen moeten geruime tijd in Helmond gewoond hebben of ten gevolge van een oorlogshandeling in Helmond zijn overleden."
 
 
Voor de meeste personen op het monument is het duidelijk, ze zijn geboren in Helmond, hebben er hun hele leven gewoond en zijn ofwel in Helmond overleden of in de oorlog omgekomen in bijvoorbeeld Auschwitz, Neuengamme of aan het front. Bij elke lijst zijn er namen die niet aan de criteria voldoen. Alleen zijn de criteria niet altijd even duidelijk. Zo komen we bij de vraag: wat is "geruime tijd", is dat in jaren uit te drukken? Of afhankelijk van hoe oud je bent? Vijf jaar lijkt niet lang, tenzij je zes bent.

Lees verder op WO2Actueel.nl


Verhoor Verhoor Hans Fritzsche op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een passage uit een verhoor van het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we een passage geselecteerd uit het verhoor van Hans Fritzsche, het hoofd van de afdeling radio van Goebbels’ ministerie van Propaganda. Ter sprake komt Goebbels’ aanmoediging om geallieerde bemanningen van neergekomen vliegtuigen te laten lynchen door de lokale bevolking.
 
De PRESIDENT: De verklaring waarover het Tribunaal u wil laten ondervragen was deze:
“Beginnend in de herfst van 1944 sprak Dr. Goebbels herhaaldelijk hierover tijdens de zogenaamde conferentie van ministers waaraan talloze ambtenaren en deskundigen van zijn ministerie deelnamen en die ik als regel ook bijwoonde,”
Ik zal daar voor beginnen:
“De toenemende gevolgen van Engelse en Amerikaanse bombardementen op Duitse steden brachten Hitler en zijn nauwere medewerkers ertoe naar drastische wraakacties te zoeken. Beginnend in de herfst van 1944 sprak Dr. Goebbels herhaaldelijk hierover tijdens de zogenaamde conferentie van ministers waaraan talloze ambtenaren en deskundigen van zijn ministerie deelnamen en die ik als regel ook bijwoonde,”
Dat is Franz Scharping?
FRITZSCHE: Ja.
De PRESIDENT: “Bij dergelijke gelegenheden verklaarde Dr. Goebbels dat er niet langer bezwaar tegen bestond, de bemanning van neergestorte toestellen over te leveren aan de woede van de bevolking.”
Zoals u weet zijn er vele bewijzen hiervoor bij het Tribunaal ingediend. Heeft u in uw propaganda toespraken naar dit onderwerp verwezen?
FRITZSCHE: Nee, ik heb in mijn propaganda toespraken er nooit voor gepleit dat de bemanningen van neergeschoten vliegtuigen moesten worden gedood. Aan de andere kant weet ik dat Dr. Goebbels om redenen van intimidatie bevel gaf al in de herfst van 1944 berichten naar het buitenland te sturen die luidden, om een voorbeeld te noemen, dat een Brits vliegtuig dat op een zondag kerkgangers op straat had beschoten was neergehaald en de bemanning door de mensen was gelyncht. In feite is dit bericht ongegrond; het kon nauwelijks waar zijn omdat het hoogst onwaarschijnlijk is dat een vliegtuig net op zo’n moment wordt neergehaald.
Ik weet dat Dr. Goebbels, in een rondschrijven aan de propagandakantoren in de Gaue, vroeg of de bijzonderheden van dat soort incidenten, wanneer die feitelijk gebeurden aan hem konden worden doorgegeven maar naar mijn weten kreeg hij geen feitelijke gegevens van dit soort. Dat was ook in de periode waarin hij een artikel daarover had laten schrijven in Das Reich; ik kan me de titel daarvan op het moment niet meer herinneren. Hoe dan ook, deze campagne die in januari of februari was doodgebloed, bloeide weer op in de dagen na de aanval op Dresden en het volgende incident vond plaats. Dr. Goebbels kondigde in de conferentie van 11 uur aan, die hier in deze zaal vrij regelmatig is genoemd, dat er tijdens de aanval op Dresden 40.000 mensen waren omgekomen. Het was toen nog niet bekend dat het werkelijke aantal aanzienlijk hoger lag. Dr. Goebbels voegde eraan toe dat er op een of andere manier een einde aan deze terreur moest worden gemaakt en Hitler was vastbesloten dat Engelse, Amerikaanse en Russische vliegers die boven Dresden werden neergehaald moesten worden gefusilleerd in aantallen die gelijk waren aan het aantal inwoners van Dresden dat tijdens de aanval het leven had verloren. Toen wendde hij zich tot mij en vroeg mij deze actie voor te bereiden en aan te kondigen. Er volgde een incident: ik sprong op en weigerde dat te doen. Dr. Goebbels brak onmiddellijk de conferentie af, vroeg mij in zijn kantoor te komen en daar ontspon zich een heftige discussie tussen ons.
Uiteindelijk had ik hem overgehaald tot het punt waarop hij mij beloofde zijn invloed op Hitler zelf te gebruiken zodat dit plan niet zou worden uitgevoerd. Ik sprak toen met Ambassadeur Ruhle, de verbindingsman op Buitenlandse Zaken en vroeg hem tot hetzelfde doel de hulp van zijn minister in te roepen. Ik verzocht staatssecretaris Naumann ook hierover met Bormann te spreken, wiens overheersende invloed zeer bekend was.
Daarna had ik – volgens de bestaande regels was dit eigenlijk niet toegestaan – een onderhoud met de vertegenwoordiger van de beschermende mogendheid. In vertrouwen gaf ik hem enkele aanwijzingen over dit plan waarover ik had gehoord en vroeg hem of hij mij een of ander argument aan de hand kon doen of een of ander midddel voor te stellen om dat plan beter tegen te kunnen werken. Hij zei dat hij de kwestie zo snel mogelijk zou behandelen en hij belde me de volgende dag op. We hadden een tweede gesprek en hij vertelde mij dat hem in de tussentijd een plan was voorgelegd voor een uitwisseling van krijgsgevangenen, een uitwisseling van Duitse en Engelse krijgsgevangenen tot een aantal van meen ik 50.000 man.
Ik vroeg hem deze kwestie via de gebruikelijke diplomatieke kanalen te leiden maar mij toe te staan deze mogelijkheid van uitwisseling van krijgsgevangenen met Dr. Goebbels, Naumann en Bormann te bespreken. Dat deed ik en omdat de leiders juist op dat moment duidelijk meer geïnteresseerd waren in de terugkeer van krijgsgevangenen die misschien nog aan het front konden worden ingezet, werd dit voorstel....
De PRESIDENT: Wat voor invloed dacht u dat deze mogelijke uitwisseling van gevangenen zou kunnen hebben op de vraag of er 40.000 Engelse, Amerikaanse en Russische vliegers als vergelding zouden worden gefusilleerd?
FRITZSCHE: Het leek me dat we in een periode waarin we de kans hadden een uitwisselling van krijgsgevangenen tot stand te brengen, iedere gedachte aan een actie die volledig buiten alle humane wetten viel moest worden onderdrukt, anders gezegd als er sprake was van een uitwisseling van krijgsgevangenen het idee van het massaal fusilleren van gevangenen naar de achtergrond zou moeten worden geschoven.
Ik besluit kort. Dit plan werd besproken. Ik vertelde Dr. Goebbels erover en het werd ‘ s avonds met Hitler besproken, volgens overeenkomstige berichten die ik uit twee verschillende bronnen ontving. Om een of andere vreemde reden liep dit voorstel vele dagen na de oplossing van dit opwindende incident zelf ergens vast in de bureaucratische kanalen.
 
 
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

15de jaargang, 7e editie
  juli 2015



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.