Overzicht:
- STIWOT Reizen Battlefield Tour "Eben-Emael" succesvol
- Fotospecials op WO2Actueel.nl
- Winnaars verloting vorige Nieuwsbrief
- Nieuwe functie WW2Awards.com in ontwikkeling
- Auteurs gezocht voor Go2War2.nl
- Recensie: Het bloedbad van Malmédy
- Bezienswaardigheid uitgelicht
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl
- Eindelijk publieke erkenning voor Portugees-Nederlandse matroos
- Recensie: Terugkeer ongewenst
- Verhoor Erich Raeder op Go2War2.nl 


 
STIWOT Reizen Battlefield Tour 'Eben-Emael" succesvol (Redactie STIWOT Reizen)
Op zaterdag 29 september organiseerde STIWOT Reizen een Battlefield Tour naar het Belgische fort Eben-Emael. Dit fort, bij de grens met Maastricht, behoorde tot de fortengordel rond de Belgische stad Luik. Reeds in 2007 werd dezelfde tour al eens georganiseerd. Net als toen bleek het aantal geïnteresseerden weer groot.
 

 
Onze gids voor deze dag was Bart Geraerts, sinds jaar en dag rondleider en inmiddels ook één van de bestuursleden van het fort. Na een korte introductie voor de ingang liepen we allereerst naar de onderaardse kazerne...
 
Lees het complete verslag op de website van: STIWOT Reizen

 
Fotospecials op WO2Actueel.nl (Redactie WO2Actueel.nl)
Op de website WO2Actueel.nl verschenen in de maand september de volgende fotospecials die zeker het bekijken waard zijn:
 
 
Een klein visueel voorproefje:
 

 
Wij zijn altijd op zoek naar nieuwe reporters en fotografen om voor STIWOT de landelijke evenementen af te gaan. Interesse? Neem dan contact met ons op!

 
Winnaars verloting vorige Nieuwsbrief (Redactie Go2War2.nl)
In de vorige nieuwsbrief verlootten we twee keer de twee delen van de stripboekenreeks over de slag om Arnhem. We hebben R. Bakema en P.L. Hoevers uitgeloot als de winaars. Van harte gefeliciteerd! De uitgever heeft de stripboeken inmiddels aan de winnaars opgestuurd.
 
Studio Vaessen is de uitgever. Deel één, “De Brug”, verscheen vorig jaar en deel twee, “Hotel Hartenstein”, werd deze maand uitgegeven. Deel drie volgt in 2013. Het eerste deel handelt over de gevechten rond de brug in Arnhem, het tweede deel over de gebeurtenissen in Oosterbeek. Het derde deel gaat over de gevechten van de Polen in Driel en de naweeën van de Slag. De stripboeken zijn te verkrijgen in de (online) boekhandel en op de website van de uitgever.
 
Een recensie van het eerste deel is te vinden op Go2War2.nl. Het tweede deel is eveneens door ons gerecenseerd.

 
Nieuwe functie WW2Awards.com in ontwikkeling (Redactie WW2Awards.com)
Op WW2Awards.com wordt hard gewerkt om in 2013 een nieuwe functie werkzaam te hebben op de website. Veel bezoekers vroegen ons regelmatig of het mogelijk zou zijn om lijsten te tonen van bepaalde eenheden met de ontvangen onderscheidingen voor die eenheid of lijsten van een specifieke onderscheiding voor die eenheid. Via de zoekfunctie op WW2Awards was dit wel al mogelijk door zelf een eenheid als zoekopdracht in te voeren, maar feilloos werkte dit niet.
 
Het team van WW2Awards en de Technische staf van STIWOT zijn momenteel hard aan het werk om dit eenvoudiger te maken. Hiertoe worden bij de onderscheidingen van personen, standaard notaties van eenheden ingevoerd. Door op die eenheden te klikken wordt, via de zoekmachine een lijst gegenereerd van in de database aanwezige personen waarbij diezelfde eenheidsnotatie is ingevoerd. Door uiteindelijk alle personen een standaard eenheidsnotatie te geven, kan zo een lijst worden gegenereerd per eenheid. Dit systeem zal in werking komen waarbij vanaf het niveau van divisie, cq Squadron/Geschwader dan wel andere standaard eenheidsnotaties, en daaronder gelegen eenheden. Hogere eenheden is onwerkbaar gebleken doordat bij vele landen dit te vaak wisselde.
 
Bij vele personen is deze functie nu al te gebruiken. Echter omdat nog niet bij iedere persoon de eenheidsnotatie is gewijzigd, kan het voorkomen dat het bij bepaalde personen nog niet werkt. Het WW2Awards team werkt hard om dit allemaal te wijzigen en in te voeren en kan hierbij nog heel veel hulp gebruiken. Dus indien u zich geroepen voelt om het team te komen versterken, neem dan contact op met Wilco Vermeer: wilco@stiwot.nl

 
Auteurs gezocht voor Go2War2.nl (Redactie Go2War2)
Albert Speer, Douglas MacArthur, Koningin Wilhelmina, Charles De Gaulle, vernietigingskamp Chelmno, de Hongerwinter, kamp Amersfoort, het bombardement op Dresden, de slagen om El Alamein, de slag om Guadalcanal, de Luger P08 en de conferentie van Jalta. Het zijn zomaar wat onderwerpen die op Go2War2.nl nog onbeschreven zijn.

Ben je net als wij gefascineerd door de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en wil je je kennis graag delen met een groot publiek? Dan kunnen we je heel goed gebruiken als auteur voor Go2War2.nl, de grootste Nederlandstalige website over de Tweede Wereldoorlog.

Auteurs van historische artikelen schrijven over meestal zelfgekozen onderwerpen over de zeer diverse geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Objectiviteit, een goede bronvermelding en een goed leesbaar en correct taalgebruik zijn enkele belangrijke eisen die wij stellen aan de artikelen. Een beginnende auteur wordt, indien nodig, begeleid door een ervaren auteur.

Om te kunnen beoordelen of iemand geschikt is als auteur verlangen we bij aanmelding een proefartikel. Het onderwerp wordt in overleg bepaald. Wil je meer informatie of meteen aan de slag? Stuur dan een mailtje naar: redactie@go2war2.nl.

 
Recensie: Het bloedbad van Malmédy (Pieter Schlebaum)
Op 16 december 1944 lanceerde Hitler zijn grote winterse verrassingsaanval, dwars door het landschap van de Ardennen. Eén van de meest besproken gebeurtenissen tijdens dit Ardennenoffensief is ongetwijfeld de oorlogsmisdaad die werd begaan op het kruispunt bij Baugnez, in de buurt van Malmédy. Meer dan tachtig Amerikaanse soldaten werden gedood door leden van de SS-eenheid Kampfgruppe Peiper. Gedurende enkele decennia is er veelvuldig gediscussieerd over hetgeen zich hier nu werkelijk heeft afgespeeld. Er werden diverse verhalen van verschillende strekking gepubliceerd, maar geen van allen kon een bevredigend antwoord geven op de vele vragen die het bloedbad opwierp. De Amerikaanse historicus Danny Parker bestudeerde de gebeurtenis jarenlang uitvoerig en bracht in november 2011 zijn boek “Fatal Crossroads” hierover uit. In de herfst van 2012 werd het door BBNC Uitgevers vertaald en is het ook in het Nederlands verkrijgbaar.
 

 
Historicus Danny Parker, verbonden aan de universiteit van Montana, doet al sinds de jaren ‘70 onderzoek naar het Ardennenoffensief. Tussen 1983 en 1987 assisteerde hij de Amerikaanse veteraan en historicus Charles MacDonald bij het schrijven van “A Time for Trumpets”, een zeer gewaardeerd boek over deze veldslag. Later onderzocht hij deze Duitse verrassingsaanval ook voor het Amerikaanse Ministerie van Defensie. Sinds het einde van de jaren ‘80 heeft Parker zelf meerdere boeken geschreven over het Ardennenoffensief. De afgelopen twaalf jaar heeft hij het bloedbad van Malmédy onderzocht. Hierbij is hij zeer grondig te werk gegaan. Hij bezocht vele archieven in de Verenigde Staten en Europa en interviewde Amerikaanse, Belgische en Duitse getuigen en betrokkenen.
 
Bij het openslaan van het boek wordt direct duidelijk hoe intensief Parker de materie heeft onderzocht en hoe precies hij te werk is gegaan bij de reconstructie van de gebeurtenissen op het kruispunt bij Baugnez. Elke passage is onderbouwd met eindnoten. Het zorgt ervoor dat feit en fabel, die door de vele sterk uiteenlopende verhalen door elkaar zijn gaan lopen, van elkaar worden gescheiden. Parker heeft nu een betrouwbare beschrijving van deze gruwelijke executies op schrift gesteld. Het is een zeer uitgebreide reconstructie, waarbij de gebeurtenis haast van minuut tot minuut wordt beschreven. Door deze precisie en de uitgebreide onderbouwing is er geen ruimte om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Parkers verhaal.
 


Bezienswaardigheid uitgelicht (Redactie Oorlogsmusea.nl)
De website Oorlogsmusea.nl bevat duizenden entries. Al deze bezienswaardigheden hebben hun eigen verhaal, het ene verhaal bekender dan het andere. In deze rubriek wordt maandelijks een van deze entries uitgelicht. Deze maand is dat het Nieuw-Zeelands Monument in Londen.
 
Het monument is opgedragen aan de Nieuw-Zeelandse soldaten en de Maori soldaten van het 28e Maori Battalion die gesneuveld zijn in dienst van het Gemenebest. De tekst op het monument is geschreven in het Engels en het Maori met veel verwijzingen naar de Maori-cultuur.
 

 
Het 28e Maori Battalion, opgericht in 1940 als een extra bataljon en actief tot 1946, werd ondergebracht bij de 2e Nieuw-Zeeland Expeditionary Force (2NZEF) Divisie. Zo vochten ze mee in Griekenland, in the Battle of Crete, in de Noord-Afrikaanse en Italiaanse campagnes waarin het 28e Maori Battalion een reputatie verdiende als een formidabele strijdmacht en ook als zodanig erkend werd door zowel de Geallieerde als Duitse bevelhebbers.
 
Het 28e Maori Battalion trad in 1940 in de voetsporen van het Maori Pioneer Battalion wat met succes diende in de Eerste Wereldoorlog. Hun motto was: Ake, ake, kia kaha e (Naar boven, naar boven, wees sterk).


Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Joke Folmer
Door het verzet opgevangen, boven Nederland neergeschoten geallieerde piloten, Nederlandse verzetsmensen die niet meer in ons land konden blijven en geallieerde militairen die uit Duitse kampen ontsnapten, werden via zogenoemde ontsnappingslijnen over de grens met België gebracht. Dit was uiterst riskant verzetswerk, want op het helpen van geallieerde militairen stond de doodstraf. Toch waren er Nederlandse mannen en vrouwen die zich voor deze zaak inzetten. Johanna Maria (Joke) Folmer (9 juli 1923) was één van hen. Op 18-jarige leeftijd begon zij met verzetswerk en gedurende de oorlog hielp zij meer dan 300 mannen (onder hen 120 piloten) te ontsnappen.
 
 
 
Hospitaalschip Hr. Ms. Op ten Noort
Op 8 december 1941, de dag dat Nederland de oorlog verklaarde aan Japan, werd de Op ten Noort door de Koninklijke Marine gevorderd en op het Marine-etablissement te Soerabaja, Java, verbouwd tot hospitaalschip. Op 4 februari 1942 werd de Op ten Noort, via de Zweedse gezant in Tokio, aangemeld als hospitaalschip bij de Japanse regering. De Japanse ministeries van buitenlandse zaken en marine bevestigden de status van het schip diezelfde dag. De Op ten Noort werd eveneens op die dag officieel door het Nederlands Oost-Indische Gouvernement als hospitaalschip geregistreerd bij het Internationale Rode Kruis te Genève in Zwitserland.
 
 
 
Gerrit Jan van de Veen
“Wat doe jij, nu je land wordt getrapt en geknecht, Nu het bloedt uit ontelbare wonden. Wat doe jij, nu je volk wordt ontmand en ontrecht, Door de zwarte en feldgraue honden?” Deze dichtregels zijn van de bekende verzetsstrijder Gerrit Jan van der Veen en komen uit een stuk dat hij schreef voor het illegale blad de Vrije Kunstenaar. Wie was deze man? Wat voor bijdrage heeft hij geleverd aan de Nederlandse illegaliteit? Hoe kon het dat Van der Veen na de oorlog zou uitgroeien tot een van Nederlands bekendste verzetslieden?
 
 
 
Wilt u op de hoogte blijven van de nieuwste artikelen op Go2War2.nl? Volg ons dan via Twitter of Facebook!

 
Eindelijk publieke erkenning voor Portugees-Nederlandse matroos (Peter Kimenai)
Op 9 november 2012 wordt de Portugees-Nederlandse matroos Manuel Avelino eindelijk postuum geëerd voor zijn heldendaad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een rotonde in Brielle wordt naar hem vernoemd. Als bemanningslid van Hr. Ms. Colombia wist hij op 27 februari 1943 door zijn dappere handelen het aantal slachtoffers onder de bemanning te beperken, nadat het Nederlandse oorlogsschip getorpedeerd was door een Duitse U-boot.

Hr. Ms. Colombia voer voor de oorlog voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM), onder andere als passagiersschip tussen West-Europa en het Caribische zeegebied en voor cruises naar Noorwegen en IJsland. Het motorpassagiersschip werd op 8 november 1940 door de Koninklijke Marine gevorderd en vervolgens in 1941 in Schotland omgebouwd tot onderzeebootmoederschip. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bood het schip vanuit Schotland, India, Colombia en Zuid-Afrika steun aan onder andere Nederlandse en Britse onderzeeboten. Terwijl het schip onderweg was voor onderhoud in Simonstown bij Kaapstad werd het schip op 27 februari 1943 tot zinken gebracht door de Duitse onderzeeboot U-516, waarbij acht opvarenden omkwamen.
 


Eén van de overlevende bemanningsleden van Hr. Ms. Colombia was de 45-jarige matroos der 2e klasse Manuel Ernesto Avelino. Hij werd in 1898 geboren op het Kaapverdische eiland Fogo. De Kaapverdische Eilanden behoorden bij Portugal en dus had hij de Portugese nationaliteit. Omdat het op school niet wilde vlotten, ging hij varen. Zo belandde hij in 1920 in Nederland. Via een collega leerde hij de Brielse Willempje Heijndijk kennen en hij trouwde met haar in 1929. Sindsdien beschouwde de Portugese zeeman Brielle als zijn thuis. Manuel en Willempje kregen drie kinderen.

In 1939 was Manuel Avelino in dienst bij de KNSM en bemanningslid van de Colombia. Toen de Colombia door de Koninklijke Marine gevorderd werd en verbouwd werd tot onderzeebootmoederschip, werd de bemanning gemilitariseerd. Omdat Manuel een Portugees paspoort had, was hij niets verplicht omdat Portugal neutraal was. Toch bleef hij aan boord en varen in Nederlandse dienst, in een Nederlands marine uniform.
 


Tijdens de noodlottige ondergang van Hr. Ms. Colombia bevond Manuel Avelino zich al in bakboordsreddingboot no. 2. Hij zag echter dat deze en drie andere sloepen in touwen bleven vastzitten aan het snel zinkende onderzeebootmoederschip. Hij sprong overboord en maakte de sloep vrij. Zijn sloepcommandant riep hem daarna toe om terug aan boord te komen waarop Manuel Avelino hem toeriep: “gaat u maar alvast, ik kom er nog wel af”. Hij klom terug aan boord en zorgde er voor dat drie andere sloepen, die ook problemen hadden te water te geraken, vrij kwamen en konden afsteken. Enkele seconden voordat Hr. Ms. Colombia voorgoed in de golven verdween, sprong hij vanaf het achterschip in zee en zwom tussen het roer en de schroeven door en wist op miraculeuze wijze één van de sloepen te bereiken. Door zijn optreden bleef het aantal slachtoffers van Wiebe`s geslaagde torpedoaanval beperkt tot acht.

Lees verder op WO2Actueel.nl


Recensie: Terugkeer ongewenst (Kevin Prenger)
Voordat de nazi’s in 1933 de macht grepen, was hij in Duitsland een gevierd acteur, toneelspeler en regisseur. In 1930 was hij nog de tegenspeler van wereldster Marlene Dietrich in de speelfilm “Der blaue Engel”. Maar na de nationaalsocialistische machtsgreep werd hij opeens op straat gezet door de Duitse filmmaatschappij Universum Film AG. Niet omdat zijn prestaties niet bevielen, maar enkel vanwege zijn afkomst. Kurt Gerron (1897-1944) was namelijk van Joodse komaf. Oorspronkelijk was Gerson zijn achternaam, maar omdat dat te Joods klonk had hij dit veranderd. Dat hij en zijn familieleden volledig verduitst waren, deed voor de nazi’s niet ter zake. Net zoals andere Joodse artiesten werd het hem verboden zich kunstzinnig te uiten voor een niet-Joods publiek. Terwijl vele andere Joodse en niet-Joodse artiesten vertrokken naar de Verenigde Staten, bleef Gerron in Europa waar hij zijn werk voortzette. Eerst in Frankrijk, daarna in Nederland. Hij kon uiteindelijk niet ontsnappen aan vervolging en belandde in februari 1944 vanuit kamp Westerbork in het “modelgetto” Theresienstadt in Tsjechië, waar hij opnieuw de kans kreeg een film te maken.
 

 
In “Terugkeer ongewenst” beschrijft de Zwitserse auteur Charles Lewinski (1946), bekend van “Het lot van de familie Meijer” (2006), het verhaal van Gerrons verblijf in Theresienstadt. In deze zogenoemde “feitenroman”, een mix van feiten en fictie, laat hij de Duits-Joodse artiest zelf aan het woord. Terwijl die met zijn vrouw Olga verblijft in het getto vertelt hij over zijn jeugd, zijn ervaringen aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog en zijn artiestencarrière. Als een rode draad door het verhaal loopt de opdracht die Gerron kreeg van commandant SS-Obersturmführer Karl Rahm. Die wil dat hij een film maakt van het leven in het getto. Niet van de transporten die hiervandaan vertrekken richting vernietigingskamp Auschwitz of van de erbarmelijke levensomstandigheden in de slaapvertrekken, maar van hoe de buitenwereld het getto moet zien. Een plek waar bejaarden, veteranen uit de Eerste Wereldoorlog en A-prominenten (politici, kunstenaars, etc.), allemaal van Joodse afkomst, aangenaam vertoeven. De wereld moet misleid worden over het werkelijke lot van de Europese Joden onder nazi-heerschappij en Gerron zou daaraan met zijn film bijdragen.
 
De opdracht van commandant Rahm stelt Gerron voor een dilemma, want meewerken aan de film staat in feite gelijk aan collaboreren. Hij verafschuwt mensen als Paul Eppstein, de door de nazi’s benoemde Joodse leider van het getto die zich verschanst in zijn kantoor en daar gehoorzaam de bevelen van de Duitsers uitvoert, maar zelf is hij eigenlijk niet heel anders. Al voor zijn deportatie naar Theresienstadt liet hij zich door de Duitsers moedwillig voor een karretje spannen. In de Joodsche Schouwburg in Amsterdam, het theater waar de Joden uit Amsterdam en omgeving verzameld werden voorafgaand aan hun deportatie, werkte hij voor de Joodsche Raad die de bezetter assisteerde bij de verwijdering van de Joden uit Nederland. En in doorgangskamp Westerbork trad hij op in het kamptheater met commandant Albert Gemmeker als toeschouwer, in de hoop dat dit hem vrijwaarde van deportatie. In feite heeft hij ook in Theresienstadt niets te kiezen, want werkt hij niet mee dan worden hij en zijn vrouw onverbiddelijk afgevoerd naar Auschwitz, zoals vele anderen vóór hen.
 


Verhoor Erich Raeder op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een passage uit een verhoor van het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we een passage geselecteerd uit het verhoor van Erich Raeder, opperbevelhebber van de Kriegsmarine van 1936 tot 1943. De Russische aanklager kolonel Pokrovski ondervraagt hem over de keren dat hij zijn ontslag bij Hitler zou hebben ingediend en zijn uiteindelijke aftreden in 1943. Ook wordt hij ondervraagd over zijn standpunt ten aanzien van de Duitse inval in de Sovjet-Unie.
 
COL. POKROVSKI: Op 18 mei 1946 tijdens de ochtendzitting van het Tribunaal verklaarde u dat u tijdens uw periode als Opperbevelhebber van de Marine twee keer uw ontslag hebt ingediend. De eerste keer dat u probeerde af te treden was in november 1938 toen u te maken had met de opbouw van de Marine en Hitler niet tevreden was over uw plannen. De tweede keer was toen Hitler zonder uw medeweten zijn adjudant, een marineoffcier toestond met een bepaald meisje te trouwen. Is dat juist?
RAEDER: Ja, maar ik heb vaker mijn ontslag ingediend al was dat niet zo opzienbarend; een keer in 1937 en ik geloof zelfs in 1935 toen ik niet in een zo goede gezondheid verkeerde. Maar deze twee waren kenmerkende voorbeelden die aantonen hoe dergelijke dingen gebeurden.
COL. POKROVSKI: Ik heb begrepen dat in het eerste van deze gevallen Hitler u uiteindelijk overhaalde niet af te treden.
RAEDER: Ja.
COL. POKROVSKI: En in het tweede geval voldeed hij aan uw verzoek en dat vergat hij nooit?
RAEDER: Ja.
COL. POKROVSKI: In feite trad u pas in januari 1943 af, niet waar?
RAEDER: In feite ja. Maar ik moet eraan toevoegen dat ik tijdens de oorlog voelde dat ik de Marine, die zich toch al in een moeilijke situatie bevond, niet kon verlaten en ik meende dat ik tot op zekere hoogte haar vertrouwen genoot zodat ik nog nuttig kon zijn.
COL. POKROVSKI: Op de morgen van 18 mei zei u hier in de rechtszaal met betrekking tot uw aftreden dat het u leek alsof Hitler op dat moment van u af wilde. Is dat zo?
RAEDER: Op dat moment had ik die indruk toen hij zulke ernstige beschuldigingen uitte en hij voortdurend zijn eigen mening herriep dat hij misschien van mij af wilde en ik vond dat daarom een bijzonder geschikt moment om te vertrekken.
COL. POKROVSKI: De kwestie van de opvolging werd door u opgelost door het noemen van een aantal namen aan Hitler?
RAEDER: Ja.
COL. POKROVSKI: En onder hen was beklaagde Dönitz. Noemde u zijn naam?
RAEDER: Ja, ik noemde zijn naam. Ik lichtte de Führer schriftelijk daarover in, eerst Carls, ten tweede voor het geval dat hij zich wilde concentreren op de duikbootoorlog, Grossadmiral Dönitz die de grootste autoriteit op dat gebied was.
COL. POKROVSKI: En lijkt het u niet, na uw antwoord op mijn vragen dat het antwoord dat u op 18 mei aan Dr. Laternser gaf toen u het een absolute onmogelijkheid noemde, af te treden als lid van de generale staf. dat dat geen juist antwoord was? Het was wel mogelijk om af te treden, niet waar?
RAEDER: Ja, maar in dit geval waren er natuurlijk twee redenen. De eerste was dat Hitler zelf mij niet meer mocht en ik wist dat zodat het geen insubordinatie zou zijn wanneer ik om een of andere reden mijn functie neerlegde.
Ten tweede omdat het mogelijk was, zoals ik tijdens dat verhoor heb uitgelegd dat het aftreden op een vriendschappelijke manier gebeurde zodat de Marine er niet onder zou lijden. Als ik vanwege een geschil was opgestapt zou dat een slecht effect op de Marine hebben gehad want het zou een zekere verwijdering hebben betekend tussen de Marine en Hitler en ik moest op dat kritieke moment in de oorlog zeker de eenheid bewaren.
COL. POKROVSKI: Ik zou willen dat u mijn vraag goed begrijpt.
RAEDER: Ja, ik begrijp het.....
COL. POKROVSKI: Ik vraag u niet naar de redenen die wellicht nodig zouden zijn voor het verlenen van ontslag. Ik stel u een principiële vraag: Was het wel of niet mogelijk om af te treden? Per slot van rekening trad u af. U legde uw functie van Opperbevelhebber van de Marine neer.
RAEDER: Ja, maar ik had 15 jaar gediend en ik kon tegen hem zeggen: “Als dat de manier is waarop u over mij denkt dan heeft het geen zin meer dat u met mij blijft werken.” Dat was een gunstige gelegenheid die het mij mogelijk maakte hem te vragen mij te ontslaan. Maar wat men niet kon doen was de baan opgeven en de indruk van insubordinatie te geven. Dat moest koste wat kost worden vermeden, dat zou ik nooit hebben gedaan. Daarvoor was ik teveel soldaat.
COL. POKROVSKI: Ik heb al gehoord wat ik van u wilde horen in antwoord op mijn vraag. Ik ga nu naar de volgende vraag. U houdt vol dat u altijd streefde naar het normaliseren van de betrekkingen met de Sovjet Unie, is dat juist?
RAEDER: Het spijt me, ik kon niet horen wat u zei.
COL. POKROVSKI: U houdt vol dat u tijdens uw diensttijd er altijd naar streefde de betrekkingen tussen Duitsland en de Sovjet Unie normaal te houden, is dat juist?
RAEDER: Ik ben altijd voorstander geweest van het beleid van Bismarck, dat we met Rusland een gemeenschappelijk beleid zouden voeren.
COL. POKROVSKI: Als ik uw getuigenis van eergisteren en vrijdag goed heb begrepen wist u in 1940 al dat Hitler van plan was de Sovjet Unie aan te vallen.
RAEDER: In september 1940 hoorde ik voor het eerst bepaalde uitspraken van Hitler zelf dat hij nadacht over een oorlog tegen Rusland, onder bepaalde omstandigheden. Zelfs in de richtlijn noemde hij een van die vereisten, een van die voorwaarden. Hij zei destijds niet tegen mij dat hij onder alle omstandigheden oorlog wilde voeren maar dat we erop voorbereid moesten zijn, zoals in paragraaf 1 staat dat we, voordat we Engeland konden verslaan mogelijk eerst tegen Rusland zouden moeten vechten. Vanaf 1 september maakte ik daartegen bezwaren bij hem.
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

12de jaargang, 10e editie
  oktober 2012



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.