Overzicht: 
- Veel Market Garden fotospecials op WO2Actueel
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl
- Recensie: Oorlogsgeheimen, seizoen 2
- Interview: De ontwrichtende uitwerking van een kamp op een dorp
- Wendy Lower schrijft over vrouwelijke nazi-beulen

- Verhoor Seyss-Inquart op Go2War2.nl 


 
Veel Market Garden fotospecials op WO2Actueel.nl (Redactie Nieuwsbrief)
Op onze website WO2Actueel.nl verschenen de afgelopen weken veel aan Market Garden gerelateerde fotospecials. Klik op de afbeelding voor een overzicht.
 


 
Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Nederlandse hospitaalschepen
Hospitaalschepen hebben altijd een aparte plaats ingenomen tijdens oorlogen. Vooral in de Tweede Wereldoorlog werd door alle partijen op grote schaal gebruik gemaakt van deze aangepaste koopvaardijschepen, die speciaal ingericht waren om gewonden en zieken te verzorgen en te vervoeren. In de meeste gevallen werden hier passagiersschepen voor gebruikt omdat deze veelal al over een aantal faciliteiten beschikten, die goed gebruikt konden worden voor de varende ziekenhuizen zoals hutten, eetzalen en kombuizen voor grote aantallen personen.
 
 
 
Panzerkampfwagen VIII Maus
Hitler was lange tijd geobsedeerd door zogenaamde ‘Wunderwaffen’: superwapens waarmee Duitsland de oorlog kon winnen. ‘Supertanks’ vielen ook in deze categorie. Zijn obsessie voor tanks bereikte een hoogtepunt met de bouw van een bijna tweehonderd ton wegend gevaarte: de Panzerkampfwagen VIII 'Maus', oftewel de ‘Sonderkraftfahrzeug 205’ (SdKfz. 205). De ‘Maus’ was de zwaarst bepantserde en sterkst bewapende tank van Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
 
 
 
SU-100Y
Tijdens de zogenaamde ‘Winteroorlog’ (1939 - 1940), oftewel de ‘Fins-Russische’ oorlog, zette de Sovjet-Unie tal van tanks en andere voertuigen in. Bekende tanks als de ‘T-26’, de ‘BT series’ en de ‘KV’ tanks werden ingezet. Veel minder bekend is dat deze oorlog de impuls vormde voor de ontwikkeling van verschillende prototypes. Zo ontstond de idee van een enorm grote tankjager bewapend met een marinegeschut. Dit voertuig luisterde naar de naam ‘SU-100Y’ en was de grootste tankjager van de Sovjet-Unie tijdens de Tweede Wereldoorlog.
 
 
 
Eerste aanval op de Waalbrug, 17 september 1944
Het veroveren van diverse bruggen over rivieren en kanalen in Midden-Nederland was één van de belangrijke opdrachten voor de drie luchtlandingsdivisies die tijdens Market Garden werden ingezet. Voor de 82nd Airborne Division rond Nijmegen betrof het de brug over de Maas bij Grave, de bruggen over het Maas-Waalkanaal bij Nijmegen, de spoorbrug over de Maas bij Mook-Molenhoek/Katwijk en de spoor- en verkeersbrug over de Waal bij Nijmegen. Op 17 september 1944 tegen 22.00 uur werd door 1st Battalion, 508th Parachute Infantry Regiment (508th PIR) een eerste poging gewaagd de Nijmeegse verkeersbrug, de Waalbrug, te veroveren.
 
 
 
Raid op Hammelburg
"Gisterenavond heb ik een colonne uitgestuurd naar een plaats die 65 km ten oosten van Frankfurt ligt, waar naar verluidt John en ongeveer 900 andere krijgsgevangenen zich bevinden. Ik ben vreselijk nerveus, want iedereen, behalve ik, vindt het een te groot risico. Ik hoop dat het werkt. Al Stiller gaat mee. Als ik die colonne verlies, wordt dat waarschijnlijk een nieuw incident. Maar ik raak hem niet kwijt", aldus Lieutenant-general George Patton in een brief aan zijn vrouw, gedateerd 27 maart 1945.
 
Helaas liep de bevrijdingsoperatie op een totale mislukking uit en ging een groot deel van de deelnemende troepen verloren. Patton zelf gaf later ook toe dat het een foute beslissing was om troepen naar Hammelburg te sturen: "Ik kan zeggen dat ik tijdens de campagne in Europa geen fouten heb gemaakt, het enige falen was het zenden van een commando naar Hammelburg."
 
 
 
Tip: via Twitter en Facebook blijft u dagelijks op de hoogte van de nieuwste artikelen en recensies op Go2War2.nl.


Recensie: Oorlogsgeheimen, seizoen 2 (David Izelaar)
Na het succes van seizoen 1 van Oorlogsgeheimen is door Omroep Max een tweede seizoen van de serie uitgebracht. Ook in de afleveringen van dit seizoen gaan de programmamakers van Oorlogsgeheimen samen met nabestaanden op zoek naar antwoorden op vragen over de oorlogsbelevenissen van hun inmiddels overleden familieleden.
 

 
Voor deze zoektochten wordt van alles uit de kast getrokken. Zo wordt er een bezoek gebracht aan diverse musea in binnen- en buitenland en wordt er onderzoek gedaan bij verschillende instituten en in archieven. Ook worden er ooggetuigen en nabestaanden opgespoord en om meer informatie gevraagd.
 
In seizoen 2 komen vier afleveringen aan bod, namelijk: Pieter Smit, Beschieting Bus, Verraad in de Achterhoek en Aan Nederlandse of Duitse zijde. In elke aflevering komt eerst een nabestaande aan het woord die graag de waarheid over de oorlogservaringen van zijn of haar (groot)ouders of een ander familielid te weten wil komen.
 


Interview: De ontwrichtende uitwerking van een kamp op een dorp (Vincent Krabbendam)
Boyd van Dijk won vorig jaar de Erik Hazelhoff Jong Talentprijs voor zijn scriptie over Kamp Vught en hoe de inwoners van Vught daar mee omgingen. Die prijs houdt in dat de scriptie in kwestie wordt uitgebracht als publieksboek. En dat boek, Leven naast het kamp, is nu verschenen.
 

 
De Erik Hazelhoff Prijs wordt tweejaarlijks toegekend in twee categorieën: de Biografieprijs en de Jong Talentprijs. Vorig jaar werd in die laatste categorie Boyd van Dijk als winnaar aangewezen. Het is overigens toeval dat een naar de als Soldaat van Oranje bekend staande verzetsstrijder Erik Hazelhoff Roelfzema vernoemde prijs wordt toegekend aan een masterscriptie met een episode uit de Tweede Wereldoorlog als onderwerp. “De winnaar van deze prijs ontvangt een auteurscontract (voor publicatie van de scriptie in geredigeerde vorm) bij uitgeverij Unieboek | Het Spectrum en een geldprijs van €5.000,-“, zo valt te lezen op erikhazelhoffprijs.nl. Afgelopen maandag, 9 september 2013, reikte Boyd van Dijk het eerste exemplaar van zijn boek Leven naast het kamp uit aan voormalig commandant der Nederlandse Strijdkrachten Dick Berlijn, lid van het comité van aanbeveling van de Erik Hazelhoff Roelfzema Stichting.

Van Dijk werd in 1987 in Breda geboren. Hij studeerde geschiedenis en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en aan Columbia University in New York. In 2010 studeerde hij af op zijn scriptie Leven in de schaduw van een kamp. Konzentrationslager Herzogenbusch in Vught, 1942-1944, waar hij zoals vermeld de Erik Hazelhoff Jong Talentprijs voor kreeg. Weer een jaar later volgt dus de boekversie van deze scriptie, geredigeerd om voor een breder publiek toegankelijk te zijn. Want, zo schrijft de stichting, “het toegankelijk maken voor een breed publiek van belangwekkend wetenschappelijk onderzoek kan een belangrijke bijdrage leveren aan het begrip van samenleving.” Dat verklaart ook de aangepaste titel: Leven naast het kamp – Kamp Vught en de Vughtenaren 1942 – 1944.
 

 
Wendy Lower schrijft over vrouwelijke nazi-beulen (Redactie Go2War2.nl)
In oktober verschijnt bij uitgeverij Spectrum het boek Hitlers furiën van Wendy Lower. Het boek gaat over vrouwelijke beulen in de killing fields van de Holocaust.
 

 
Lower beschrijft de onderbelichte rol die Duitse vrouwen speelden aan het Oostfront. In het boek wordt een beeld geschetst van een generatie jonge vrouwen, opgegroeid in het verslagen en tumultueuze Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog en vervolgens opgezweept door het vurige nationalisme van de nazi’s.
 
Voor ambitieuze jonge vrouwen was de gebiedsuitbreiding van het Derde Rijk in het Oosten een walhalla van carrièrekansen en huwbare jonge mannen, het ‘Wilde Oosten’. Meer dan een half miljoen vrouwen trok naar het Oosten, de plek waar de ergste misdaden van het Duitse Rijk zijn gegaan. Deze vrouwen waren niet alleen getuigen, maar deden vaak ook actief mee.
 
Wendy Lower presenteert na twintig jaar archiefonderzoek in Oost-Europa en het voeren van honderden interviews met betrokkenen het overtuigende bewijs dat vrouwen een net zo’n grote rol hadden in de Holocaust als de mannelijke beulen waarover al zoveel boeken zijn geschreven.
 
Het boek zal na verschijning op Go2War2.nl gerecenseerd worden.

 
Verhoor Streicher op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een stuk uit een verhoor van het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we gekozen voor een fragment uit het verhoor van Julius Streicher, uitgever van het antisemitische tijdschrift “Der Stürmer” en Gauleiter van Frankenland. Hij wordt ondervraagd over het afbreken van de grote synagoge in Neurenberg (zie afbeelding) in augustus 1938, waartoe hij de opdracht gegeven had. Zijn ondervrager is zijn raadsman Hanns Marx.
 

 
Dr. MARX: In augustus 1938 werd de grote synagoge in Neurenberg afgebroken. Gebeurde dat op uw bevel?
STREICHER: Ja. In mijn Gau stonden ongeveer 15 synagogen; in Neurenberg een hoofdsynagoge, een iets kleinere en ik meen diverse andere gebedsruimten. De belangrijkste synagoge stond in de buitenwijken van de middeleeuwse Reichsstadt. Zelfs voor 1933, tijdens de zogenaamde periode van strijd, toen we de andere regering nog hadden, heb ik in het openbaar op een bijeenkomst gezegd dat het een schande was dat in de Oude Stad een dergelijk monster van een oosters gebouw stond. Na de machtsovername heb ik de burgemeester gezegd dat hij de synagoge moest laten afbreken en meteen ook het planetarium. Ik mag erop wijzen dat na de Wereldoorlog midden in het park dat voor ontspanning van burgers was bedoeld, een planetarium was gebouwd, een lelijk gebouw van baksteen. Ik gaf bevel dat gebouw af te breken en zei dat de grote synagoge ook met de grond gelijk gemaakt moest worden. Als het mijn bedoeling was geweest, de Joden van hun gebedshuis te beroven of wanneer ik een algemeen signaal had willen afgeven, zou ik bevel hebben gegeven om na de machtsovername iedere synagoge in mijn Gau af te breken. Dan zou ik ook alle synagogen in Neurenberg hebben laten afbreken. Maar het is een feit dat in het voorjaar van 1938 alleen de hoofdsynagoge werd afgebroken; de synagoge in de Essenweinstrasse, in de nieuwe stad, bleef onaangeroerd. Dat er daarna in november van dat jaar bevel werd gegeven om alle synagogen in brand te steken is mijn schuld niet.
Dr. MARX: Met andere woorden: u wilt zeggen dat u een bevel tot afbraak van dit gebouw niet gaf om anti-Semitische redenen maar omdat het niet paste binnen de architectuur van de stad?
STREICHER: Om redenen van stedelijke architectuur. Ik wilde een foto hiervan bij het Tribunaal indienen maar heb er geen gekregen.
Dr. MARX: Ja, we hebben een foto.
STREICHER: Maar daarop kunt u de synagoge niet zien. Ik weet niet of het Tribunaal de foto ook wil zien. De foto toont alleen de oude huizen, maar de gevel van de synagoge, tegenover de Hans SachsPlatz is niet zichtbaar. Ik weet niet of ik de foto bij het Tribunaal mag indienen.
De PRESIDENT: Ja zeker, de foto kan worden ingediend. Laat ons maar zien.
Dr. MARX: In dat geval dien ik hem bij het Tribunaal in als bewijsmateriaal en ik verzoek u om hem als zodanig te aanvaarden.
De PRESIDENT: Wat wordt het, bewijsstuk hoeveel?
Dr. MARX: Dat kan ik op het moment niet zeggen, Meneer de President. Ik neem de vrijheid het nummer later te noemen en voor het moment beperk ik mij tot het indienen ervan. Ik kon hem niet eerder overleggen want ik was nog niet in het bezit van deze foto. Pas in de laatste paar dagen .......
De PRESIDENT: Ja, gaat u verder.
Dr. MARX: Bij uw maatregelen in verband met de hoofdsynagoge, steunde u op het oordeel van kunstkenners?
STREICHER: Ik had regelmatig de gelegenheid de kwestie met architecten te bespreken. Elke architect zei dat er een stadsbestuur moest zijn geweest dat absoluut geen gevoel had voor stedelijke architectuur, dat het onmogelijk uitgelegd kon worden.
Die verklaringen waren in geen geval direct tegen de synagoge als Joods gebedshuis gericht maar eerder tegen een dergelijk gebouw in dit deel van de stad. Vreemdelingen, tijdens dagen van partijbijeenkomsten vergezelde ik gewoonlijk Britten en Amerikanen op de Hans SachsPlatz en ik herinner me maar een geval waar ik vroeg "Valt iemand iets op" en niemand iets zei. Maar alle andere vreemdelingen zeiden: "Hoe is dat gebouw daar terecht gekomen temidden van die middeleeuwse gebouwen?" Ik zou ook een boek kunnen hebben ingediend dat zich in de bibliotheek van de gevangenis bevindt, geschreven in 1877, waar de beroemde professor Berneis destijds aan de auteur, Uhde in Zwitserland schreef dat hij de Hans SachsPlatz nu had gezien en ......
Dr. MARX: Meneer Streicher, dat is nu genoeg. Met andere woorden: u hebt aangegeven dat u geloofde te kunnen steunen op het oordeel van architecten die u gezaghebbend toeschenen?
STREICHER: Ja.
Dr. MARX: Toen de synagoge werd afgebroken, hield u toen een toespraak?
STREICHER: Ja, maar ik wil erop wijzen dat de Aanklager een artikel heeft ingediend, een verslag uit Die Tageszeitung dat geschreven is door een eenvoudige jongeman. Ik wil stellen dat zijn artikel geen getrouwe weergave is van de uitspraken die ik toen deed.

 
 



STIWOT Nieuwsbrief

13de jaargang, 9e editie
  september 2013



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.