Overzicht:

- Ewoud van Eig wordt directeur STIWOT
- Steeds meer historische foto's op Oorlogsmusea.nl
- STIWOT donateursdag 20 maart 2011
- Februaristaking: 70 jaar geleden
- Aankondiging documentatiebeurs
- Nieuw verschenen: Mijn opa was een Duitser
- Opmerkelijk
- Bezienswaardigheid uitgelicht
- Verhoor Bernd Gisevius op Go2War2.nl



Ewoud van Eig wordt directeur STIWOT (Bestuur STIWOT)
Na zorgvuldig overleg heeft het bestuur van STIWOT Ewoud van Eig per 1 januari 2011 benoemd tot directeur STIWOT. De directeur zal zich richten op kansen en mogelijkheden voor STIWOT die momenteel niet opgepakt worden.

Het bestuur meent met deze beslissing de verdere groei van STIWOT te kunnen stimuleren en de organisatie te professionaliseren. Hiermee is STIWOT de fase van pure vrijwilligersorganisatie overgroeid. Het bestuur en de directeur beseffen echter goed dat de medewerkers, donateurs en bezoekers de motor van STIWOT zijn en vol zitten met goede ideeën. Natuurlijk horen wij die graag!


Steeds meer historische foto’s op Oorlogsmusea.nl (Redactie Oorlogsmusea.nl)
Onlangs zijn we op Oorlogsmusea.nl gestart met het toevoegen van historische foto’s en documenten aan bestaande of nieuwe artikelen. Deze foto’s zijn vaak door familieleden van de slachtoffers ter beschikking gesteld. Wij vinden het een zeer waardevolle en eervolle toevoeging aan de steeds uitgebreider wordende collectie Tweede Wereldoorlog bezienswaardigheden op Oorlogsmusea.nl.
Een paar voorbeelden van onlangs toegevoegde historische foto’s en documenten zijn de artikelen: Oorlogsgraven van het Gemenebest Aardenburg, Chaumont en Heesbeen. Maar ook bij artikelen over Nederlanders, Belgen en een Noor worden foto’s toegevoegd zoals Graf Burgerslachtoffer Herpen en Wagenberg, Belgisch Oorlogsgraf Gembes of Noors Oorlogsgraf Vlodrop.

Op deze foto ziet u vier van de zeven bemanningsleden die in Aardenburg begraven liggen. Van links naar rechts zijn het: Flt. Sgt. D. Clough, wireless operator/air gunner; Flt. Lt. Derek Warren, pilot; Flying Officer Arnold Irving, navigator; and Pilot Officer Donald Gage, air bomber.

Veel familieleden vinden het zeer eervol om het graf van hun dierbare op Oorlogsmusea.nl terug te vinden. Ze zijn vaak erg blij verrast door het vinden van het graf op de website en willen dit graag aanvullen met foto’s van hun overleden vader, opa of oom.
 
Mocht u in het bezit zijn van historische foto’s die u met ons zou willen delen dan vernemen we dit graag, uiteraard verwerken we alles in respect en met bronvermelding. U kunt de foto’s sturen naar info@oorlogsmusea.nl.


STIWOT donateursdag 20 maart 2011: Joods Amsterdam in de Tweede Wereldoorlog
De geschiedenis lijkt een objectief gegeven, maar is het juist niet. Geschiedenis is wat een terugkijkende generatie ervan maakt. Tijdens de excursie "Joods Amsterdam in de Tweede Wereldoorlog" op zondag 20 maart 2011 bezoeken we onder leiding van onze gids Ked Nooy een aantal van de meest markante punten uit de bezettingsperiode in Amsterdam.
 
 
Ked Nooy zal ons deze dag meenemen door onze hoofdstad. Onder zijn deskundige leiding staan we stil bij een groot aantal markante plaatsen die verband houden met de bezettingtijd en bovendien een belangrijke rol hebben gespeeld in de Jodenvervolging in de stad. Zo bezoeken we onder andere de Jodenbuurt, plaatsen waar joodse instanties actief waren (onder andere de Joodse Raad), de bruggen die monumenten zijn geworden en de Plantagebuurt. Afsluitend zullen we de Hollandse Schouwburg binnengaan. Voor vele mensen was dit de laatste stop richting de concentratie- en vernietigingskampen.
 
Inschrijven voor deze excursie is alleen mogelijk voor donateurs van STIWOT. Klik hier voor meer informatie: http://www.stiwotreizen.nl/tour.asp?id=6

Nog geen donateur? Aanmelden is eenvoudig en deelname aan de donateursdag een mooie binnenkomer: http://www.stiwot.nl/register.asp

 
Februaristaking: 70 jaar geleden (Redactie Go2War2.nl)
Op 25 februari 2011 is het zeventig jaar geleden dat tienduizenden Amsterdammers het werk neerlegden en de straat op gingen om te demonstreren tegen de Duitse bezetter. Enkele dagen tevoren waren 427 jonge Joodse mannen bij razzia’s opgepakt en naar een concentratiekamp afgevoerd. De staking sloeg over naar andere plaatsen in Nederland en staat tegenwoordig bekend als de Februaristaking. Het is een unieke gebeurtenis in de geschiedenis van de bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 
De Februaristaking vond plaats op 25 en 26 februari 1941. Hieraan voorafgaand was het vooral in de grote steden sinds eind 1940 meermaals tot vechtpartijen gekomen tussen Nederlanders en leden van zowel de Weerafdeling (WA), de paramilitaire organisatie van de NSB, als de Nationale Jeugdstorm, een Nederlandse jeugdorganisatie naar het voorbeeld van de Duitse Hitlerjugend. Deze met de Duitsers sympathiserende bewegingen provoceerden andere Nederlanders door massaal de straat op te gaan om hun macht en massaliteit te tonen, net zoals de bruinhemden van de Sturmabteilung (SA) hadden gedaan in Duitsland na de machtsovername van de nazi’s in 1933. Hun provocatie was in Amsterdam hoofdzakelijk gericht op de omvangrijke Joodse bevolking van de hoofdstad. Vooral in de omgeving van het Waterlooplein drongen ze huizen en cafés van Joden binnen en vernielden ze de inventaris.
 
Begin 1941 nam de straatterreur in hevigheid toe, waartegen de Joden, gesteund door niet-Joodse Amsterdammers, zich fel verdedigden. Op 11 februari raakte de Amsterdamse NSB’er Hendrik Koot bij gevechten zodanig gewond dat hij enkele dagen later overleed en op 19 februari liep een patrouille van de Ordnungspolizei in een hinderlaag in IJssalon Koco die eigenlijk bedoeld was voor NSB’ers. Een agent had ammoniakgas in zijn gezicht gespoten gekregen uit een fles die één van de eigenaars van de ijssalon had opengezet voordat hij het pand verlaten had. Hanns Rauter, de Duitse chef van de SS en politie in Nederland, rapporteerde beide voorvallen bij SS-leider Heinrich Himmler en dikte de feiten behoorlijk aan. “Toen de beambten de ruimte binnentraden, werd hen meteen ammoniak in het gezicht gegooid en werden ze beschoten”, zo verklaarde hij over het incident in IJssalon Koco. Over de dood van Koot beweerde hij het volgende: “Een Jood was van achteren op hem gesprongen, had hem de slagader doorgebeten en zijn bloed uitgezogen.”
 
Als gevolg van deze en andere incidenten besloten Himmler, Rauter en rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart tot een keiharde aanpak; de eerste razzia werd op 22 en 23 februari een feit. Om een voorbeeld te stellen werden in totaal 427 Joodse mannen van tussen de twintig en vijfendertig afgevoerd naar kamp Schoorl. Uit woede hierover, maar zonder meer ook vanwege de al lang aanwezige onvrede binnen de arbeidersgemeenschap, riep de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) op tot een grootscheepse staking op 25 en 26 februari waaraan massaal gehoor werd gegeven, zowel in Amsterdam als in andere Nederlandse steden. Nog niet eerder was het tot een dergelijk massaal protest tegen de Duitse bezetter gekomen. Die greep dan ook hard in; veel stakers werden gearresteerd en er werd zelfs op hen geschoten waardoor er doden vielen. Op de tweede stakingsdag werd de orde hersteld. De impact van de gebeurtenis was groot, want nu de bezettingsmacht met een dergelijke weerstand was geconfronteerd werd hun beleid harder in vergelijking met de eerste maanden van de bezetting die betrekkelijk rustig waren verlopen. Toen Rauter op 6 maart een nieuwe staking verwachtte, deed hij een oproep aan de Amsterdamse bevolking waarin hij onder meer het volgende verklaarde: “Zij, die in woord of geschrift tot ongeregeldheden of staking opruien, […] worden voor den Krijgsraad […] gebracht; zij spelen met hun leven.” Rauter hield die dag SS-troepen achter de hand om in te kunnen grijpen, maar het bleef overal rustig.
 
Twee weken na de staking verklaarde Seyss-Inquart openlijk dat er met de Joden in Nederland afgerekend zou worden. “Wij zullen de Joden slaan waar wij ze raken kunnen en wie met hen meegaat, heeft de gevolgen te dragen”, zo verzekerde hij. In zijn boek “Vier Jahre in den Niederlanden” schreef Seyss-Inquart: “De Joden zijn voor ons geen Nederlanders. Zij zijn vijanden – vijanden met wie wij noch tot een wapenstilstand, noch tot een vrede kunnen komen. […] De Führer heeft verklaard dat de Joden in Europa hun rol hebben uitgespeeld – en dus hébben ze hun rol uitgespeeld.” Vanaf juli 1942 werden de Joden, veelal via kamp Westerbork in Drenthe, afgevoerd naar concentratie- en vernietigingskampen in Duitsland en Polen, waar de meesten van hen vermoord zouden worden. Uiteindelijk werden vanuit Nederland circa 107.000 Joden gedeporteerd, waarvan er slechts 5.450 de oorlog overleefden.
 
De Februaristaking is een unieke gebeurtenis in de bezettingsgeschiedenis; het is het enige moment waarop de Nederlanders zo massaal in verweer kwamen tegen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. In geen ander land heeft een dergelijk publiek protest tegen de Jodenvervolging plaatsgevonden. Het was meteen ook de laatste openbare uiting van onvrede over het lot van de Joden; de bezetter had de staking zo hard de kop in gedrukt, dat de meeste Nederlanders daarna kozen voor passiviteit, terwijl een kleinere groep ondergronds probeerde hun Joodse medemens te beschermen tegen het vervolgingsbeleid van de bezetter. Jaarlijks wordt de Februaristaking herdacht bij het beeld “De Dokwerker” op het Amsterdamse Jonas Meijerplein. Het in 1952 door beeldhouwer Mari Andriessen gemaakte bronzen beeld van een stakende havenarbeider symboliseert het verzet van de gewone man tegen de bezetter.
 
Op Go2War2.nl leest u meer over de Februaristaking in het volgende artikel:
- Februaristaking, 25 en 26 februari 1941


Aankondiging documentatiebeurs (Redactie Nieuwsbrief)
Op zaterdag 5 maart 2011 wordt de eerstvolgende beurs van de Documentatiegroep ’40-’45 gehouden in Het Trefpunt, Roelenengweg 25 te Voorhuizen. Deze beurs wordt weer samen georganiseerd met de V.K.T.V., de Vereniging van Kranten- en Tijdschriften Verzamelaars.

De beurs duurt van 9.00 tot 12.00 uur.
Entree voor leden € 1,40
Entree voor niet-leden € 2,50.
Tafelhuur: € 3,50 per meter.
 
De beurzen die worden georganiseerd door de Documentatiegroep ’40-’45 en de V.K.T.V. zijn niet uitsluitend beurzen om te kopen, te verkopen of te ruilen. Het zijn vooral ontmoetingsbeurzen van mensen die interesse hebben in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en in oude kanten en tijdschriften. U kunt er terecht voor vragen waarvoor u al lang naar een antwoord zoekt of met antwoorden waar anderen al langer naar zoeken.

Er zijn nog tafels te huur en zoals overal geldt: wie het eerst komt die het eerst maalt. Inlichtingen of reserveringen: tel.: 0341-422405 (na 18.00 uur).


Nieuwe verschenen: Mijn opa was een Duitser (Redactie Nieuwsbrief)
In Nederland leven naar schatting 10.000 oorlogskinderen uit een Duits-Nederlandse verhouding. De vader van Alex Dekker was er één van. Dekker raakte gefascineerd door dit familiegeheim, waar amper over gesproken werd en ging op zoek naar zijn onbekende Duitse opa. Hij neemt de lezer mee in zijn speurtocht naar het levensverhaal van een Duitse soldaat. Het resultaat is een bijzonder boek over een onderwerp dat lang onderbelicht bleef. “Mijn opa was een Duitser” verscheen op 21 februari bij Just Publishers.

 
Het behoort nog steeds tot de grote familiegeheimen: Nederlandse vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatie hadden met een Duitse soldaat en van hem zwanger raakten. Onmogelijke liefdes die na de oorlog werden doodgezwegen uit zelfbescherming. Ruim 65 jaar na dato blijkt het onderwerp nog altijd taboe in deze families.
 
Alex Dekker uit Alkmaar is de kleinzoon van een Duitse soldaat. Toen hij dat als puber te horen kreeg intrigeerde hem dat mateloos. Pas toen zijn oma overleed durfde hij verder in dat duistere verleden te spitten met als enige houvast een naam: Herbert Noah. Wie was die man waar zijn oma zo verliefd op was? En waarom is hij na de oorlog niet teruggekomen?
Langzaam ontrafelt Dekker het mysterie van zijn onbekende Duitse opa en kan hij diens levenswandel en keuzes beter begrijpen. Maar binnen de familie ontstond weerstand. Kon dit geheim wel naar buiten worden gebracht? Dekker had desondanks de moed deze geschiedenis op te schrijven. Hij weet zijn mening, zijn twijfels en zijn vragen subtiel in het verhaal te verweven.
 
Historicus en publicist Chris van der Heijden, die al veel schreef over het bestaande zwartwitbeeld van WOII, verzorgde het voorwoord bij het boek. Van der Heijden weet ook dit thema feilloos uit het goed-foutdenken te halen en de menselijke kant ervan in perspectief te plaatsen. Want “opa’s zijn eerst en vooral opa.”
 
Alex Dekker (1971) studeerde geschiedenis in Amsterdam. Hij woont met zijn gezin in Alkmaar. Momenteel werkt hij aan een boek over Nederlandse vrijwilligers bij het NSKK. In zijn vrije tijd studeert hij Duitse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.
 
Mijn opa was een Duitser – Alex Dekker. Paperback, 208 pagina’s, prijs € 18,95. ISBN 978 90 8975 1584. Uitgave van Just Publishers. Verschenen 21 februari 2011.


Opmerkelijk (Egbert van de Schootbrugge)
Aan de westkust van Italië ten zuidoosten van Napoli ligt de vulkaan Vesuvius. Deze vulkaan is voornamelijk bekend wegens de zeer gewelddadige uitbarsting in het jaar 79, een van de meest gewelddadige vulkaanuitbarstingen ooit. Meerdere Romeinse steden werden bij deze uitbarsting verwoest en de pyroclastische stroom had een verschrikkelijke uitwerking op de mensen in die regio. Ruim 1800 jaar later, in 1944, vond de laatste uitbarsting van Vesuvius tot op heden plaats.
In de maanden voorafgaande aan de uitbarsting van 1944 bezetten meteorologen van de US Fifth ArmyUS Fifth Army het Royal Vesuvius Observatory minder dan 4 kilometer verwijderd van de rand van de krater. Hoewel de uitbarsting van 1944 algemeen omschreven wordt als een verrassing, waren de signalen begin ’44 moeilijk te negeren. Vanaf begin januari  tot eind februari waren er lavastromen zichtbaar op de slopen van de berg en was er een rookpluim zichtbaar boven de berg. Op 13 maart stopten de lavastromen plotseling, waarna er vanaf dat moment doorlopend kleine explosies plaats. Mensen in de directe omgeving die al geteisterd werden door de tyfus, honger en oorlog wachtten vol spanning op de onontkoombare uitbarsting.


De grote uitbarsting begon op zaterdag 18 maart om 16:30 uur. Tegen middernacht liepen lavastromen de berg af richting het westen en zuidwesten en lieten een spoor van vernieling achter. De dorpen San Sebastiano al Vesuvio, Massa di Somma, Ottaviano en een deel van San Giorgio a Cremano werden verwoest. Niet alleen de Italiaanse bevolking, maar ook de Amerikaanse troepen kregen te maken met (de gevolgen van) deze uitbarsting. De geharde troepen waren diep onder de indruk van het natuurgeweld. Hieronder volgen enkele dagboekaantekeningen van een Amerikaanse soldaat:

17 maart: We waren net klaar met het avondeten, toen iemand riep dat er grote rode stromen lava de slopen van Mount Vesuvius afliepen. Het was een gezicht om nooit te vergeten. Nooit hadden we zo’n nacht gezien – voor het grootste gedeelte een flauw rode gloed. […] De gehele nacht waren er aardbevingen met een enorm gebulder. De ramen rinkelden en het gebouw trilde op haar grondvesten.
18 maart: Op zondagnacht kwam het gebulder steeds vaker terug, het leek op het grommen van een leeuw. Het vuur schoot honderden meters de lucht in en de omgeving werd opgelicht. Het leek alsof de hele top van de berg een inferno was. Het is angstaanjagend, maar ook verbazingwekkend om naar dit fenomeen te kijken. De trillingen van het gebouw waren echt oncomfortabel.
19 maart: Ik kwam er achter dat een stroom lava richting Napoli stroomde, dus we reden er naar toe om het te bekijken. Het was het meest fenomenale wat ik ooit gezien heb. […] Veel mensen verlieten hun huis, terwijl wij zagen dat ze vernield werden door de lava.
20 maart: Dinsdagnacht, de gehele stad trilde. En er was een onverklaarbaar gebulder.


Op dinsdag 21 maart zaten soldaten in de Torre del Greco bioscoop te kijken naar de Britse musical “Sing as We Go” uit 1934 te kijken. Een hevige uitbarsting deed de bioscoop op haar grondvesten schudden. De aanwezige soldaten schreeuwden van angst en vochten zich letterlijk een weg naar de uitgang.

Hoewel de geallieerden door de uitbarsting niet belemmerd werden in de oorlogsvoering, was er zeker materiële schade te betreuren. Ten tijde van de uitbarsting was de 340th Bombardment Group gestationeerd op het Pompeii vliegveld en bevond zich daarmee dicht bij de vulkaan. Het vulkaanas vernietigde tussen de 78 en 88 B-25 bommenwerpers van de 340th Bombardment Group. Dat is meer dan tijdens de Duitse luchtaanval op de basis van de 340th op 13 mei 1944, toen 75 toestellen vernietigd werden. Hoewel de persoonlijke kwetsuren beperkt bleven tot een gekneusde pols en enkele snijwonden, was de materiële schade groot. Hoewel de 12th Air Force een grote inspanning leverde om de toestellen weer operationeel te krijgen, is dit wegens de aard van de vernielingen niet gelukt.


Wegens de uitbarsting en gezien de geleden schade werd de 340th Bombardment Group overgebracht naar vliegbasis Peastum, ruim 100 kilometer ten zuiden van Vesuvius. Een bemanningslid van een B-25 schreef naar op 1 april naar huis: “Never trust a volcano.” Enkele Amerikaanse soldaten dachten ten tijde van de uitbarsting dat de aarde verging, maar de aarde verging niet en het natuurgeweld beëindigde ook de oorlog niet. Bijzonder is dat een geharde veteraan later schreef dat de uitbarsting van Vesuvius meer indruk op hem gemaakt heeft dan het oorlogsgeweld.

 
Bezienswaardigheid uitgelicht (Pieter Schlebaum)
De website Oorlogsmusea.nl bevat duizenden entries. Al deze bezienswaardigheden hebben hun eigen verhaal, het ene verhaal bekender dan het andere. In deze rubriek wordt maandelijks een van deze entries uitgelicht. Deze maand is dat de Emaus begraafplaats in Vlaardingen. Deze in 1823 aangelegde begraafplaats is onder de Vlaardingers vooral bekend vanwege het grafmonument ter nagedachtenis aan de verzetslieden van de Geuzengroep, de eerste verzetsgroep van Nederland.
 

Het Geuzengraf op de Emmaus begraafplaats te Vlaardingen.

De oprichter van deze groep was Bernard IJzerdraat, een verzetsman van het eerste uur. Al op 15 mei verscheen van zijn hand het eerste Geuzenbericht. IJzerdraat wilde een netwerk opzetten dat zich bezig zou houden met spionage en sabotage. Betrouwbare Nederlanders moesten het Geuzenbericht vermenigvuldigen en zo de boodschap van IJzerdraat verspreiden. De groep groeide en had al snel subgroepen in Rotterdam, Delft en Zwijndrecht. Enkele honderden personen waren bij de Geuzen betrokken.
Het noodlot sloeg echter al snel toe. Een Rotterdamse Geus was te loslippig en zijn verhalen werden gehoord door een NSB-kringleider in Arnhem. Deze schakelde de Duitsers in, en diverse Geuzengroepen werden in november 1940 opgerold. In februari 1941 volgde het proces tegen 43 Geuzen. Van hen werden er 18 ter dood veroordeeld, onder wie de leiders IJzerdraat en Ary Kop. Voor drie minderjarige Geuzen werd uiteindelijk de doodstraf omgezet naar levenslang. In hun plaats werden drie communistische februaristakers aan de ter dood veroordeelde Geuzen toegevoegd. Deze 18 mannen werden op 13 maart 1941 overgebracht naar de Waalsdorpervlakte en aldaar gefusilleerd. Het was de eerste massa-executie in Nederland.
Op de begraafplaats Emaus werd na de oorlog een grafmonument ingericht, ter nagedachtenis aan de vijftien omgekomen Geuzen. Zes van hen liggen hier daadwerkelijk begraven. De negen grafstenen links van het monument zijn symbolisch: deze mensen liggen elders begraven.
 

Het Geuzengraf op de Emmaus begraafplaats te Vlaardingen.

Middenin het grafmonument voor de vijftien Geuzen zijn echter ook nog een Nederlands en een Brits oorlogsgraf te vinden. Het gaat om de laatste rustplaats van Machinedrijver Dirk de Boer en het gezamenlijke graf van drie zeelieden van de Royal Navy: Thomas Goshawk, Frank Higgs en James Hill.

De drie Britse zeelieden worden begraven op de Emaus begraafplaats in Vlaardingen.

Zij waren op 11 mei 1940 in Hoek van Holland in het kader van Operation XD, een geheime vernietigingsactie die moest voorkomen dat Nederlandse voorraden en infrastructuur in Duitse handen zou vallen. Hun vernietigingsoperaties werden tegengehouden door Generaal Winkelman, die wel een andere opdracht voor hen had. In het filiaal van de Rotterdamse Bank aan de Boompjes in Rotterdam bevond zich namelijk een klein gedeelte van de Nederlandse goudvoorraad. De 22 miljoen gulden aan goudstaven mocht niet in handen van de Duitsers vallen. Een man of zes, waaronder de bevelhebber van de demolition party, Commander Hill, werd in een vrachtwagen naar Rotterdam gebracht. De volgende ochtend werden de witte kisten met goud aan boord van Loodsboot 19 gebracht. Hill, Higgs en Goshawk gingen met de boot terug naar Hoek van Holland, de andere geniesoldaten met de vrachtwagen. De goudstaven zouden Hoek van Holland echter nooit bereiken. De Duitsers hadden in de ochtend van 10 mei magnetische mijnen in de Nieuwe Waterweg gelegd en tussen Vlaardingen en Maassluis liep de loodsboot op één van deze mijnen en zonk. Commander Hill, Ordinary Seamen Higgs en Goshawk en een deel van de bemanning van de loodsboot, waaronder Machinedrijver De Boer, kwam hierbij om het leven.

Het wrak van de loodsboot nadat deze op een mijn was gelopen.
 
Meer informatie over deze twee bezienswaardigheden:


Verhoor Bernd Gisevius op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een passage uit een verhoor van het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we geen passage geselecteerd uit het verhoor van Hans Bernd Gisevius, die opgeroepen werd als getuige. Hij had voor de oorlog gewerkt voor de Gestapo en de Duitse politie en was tijdens de oorlog voor de Abwehr actief in Zwitserland. Omdat hij zich gaandeweg steeds meer ontwikkelde tot een tegenstander van het regime was hij actief binnen de Duitse oppositie en betrokken bij de aanslag en staatsgreep van 20 juli 1944. Hieronder vertelt hij over Ernst Kaltenbrunner, de opvolger van Reinhard Heydrich als chef van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA).
 
Mr. JUSTICE JACKSON: Nu kwam er een tijd dat Heydrich in Praag werd vermoord, niet waar?
GISEVIUS: Ja, enkele zeer moedige Tsjechen waren in staat te doen wat wij helaas niet konden bereiken. Dat zal hen altijd tot eer strekken.
Mr. JUSTICE JACKSON: Nu veronderstel ik dat de Tsjechen verwachtten – en verwachtte u dat de moord op Heydrich aanleiding zou zijn tot enige verbetering van de situatie?
GISEVIUS: We betwijfelden – wij, Canaris, Oster, Nebe en de anderen van de groep – of het eigenlijk mogelijk was een nog slechtere man te vinden om een dergelijk monster als Heydrich op te volgen en wij dachten echt dat de terreur van de Gestapo nu zou afnemen en dat we wellicht zouden terugkeren naar een zekere mate van eerlijkheid en integriteit, of dat tenminste de wreedheden minder werden.
Mr. JUSTICE JACKSON: En toen kwam Kaltenbrunner. Merkte u enige verbetering op na de benoeming van Kaltenbrunner? Vertelt u ons daarover.
GISEVIUS: Kaltenbrunner kwam en de zaken werden van dag tot dag erger. We kwamen er meer en meer achter dat de impulsieve acties van een moordenaar als Heydrich niet zo erg waren als de koude, wettelijke logica van een jurist die het bestuur over zo’n gevaarlijke organisatie als de Gestapo overnam.
Mr. JUSTICE JACKSON: Kunt u ons zeggen of Kaltenbrunner een nog meer sadistische houding aannam dan Himmler en Schellenberg? Werd u daarover ingelicht?
GISEVIUS: Ja, ik weet dat Heydrich in zekere zin iets had dat op een slecht geweten leek wanneer hij zijn misdaden pleegde. In elk geval vond hij het niet prettig wanneer dergelijke zaken openlijk in Gestapokringen werden besproken. Nebe, die als chef van de KRIPO dezelfde rang had als de chef van de Gestapo, Müller, vertelde mij altijd dat Heydrich moeite deed zijn misdaden te verbergen. Met de komst van Kaltenbrunner in de organisatie kwam daar een eind aan. Al die zaken werden nu openlijk besproken tussen de afdelingshoofden van de Gestapo. De oorlog was toen natuurlijk al begonnen. Deze heren lunchten samen en Nebe kwam na dergelijke lunches vaak bij mij, zo volledig uitgeput dat hij een zenuwinzinking kreeg. Bij twee gelegenheden moest Nebe met langdurig ziekteverlof worden gestuurd omdat hij gewoonweg niet tegen het openlijke cynisme kon, waarmee massamoord en de techniek van massamoord werden besproken.
Ik herinner u alleen maar aan het afschuwelijke hoofdstuk over de bouw van de eerste gaskamers die uitvoerig in die kring werd besproken, net als de experimenten hoe men de Joden zo snel en zo grondig mogelijk kon uitroeien. Dat waren de meest afschuwelijke beschrijvingen die ik in mijn leven ooit heb gehoord. Het is natuurlijk veel erger wanneer je dat uit de eerste hand hoort van iemand die nog onder de indruk van dergelijke discussies is – en die daardoor op de rand van een fysieke en mentale ineenstorting staat – dan dat je er nu uit documenten over hoort. Nebe werd zo ziek dat hij al op 20 juli aan vervolgingswaanzin leed en nog maar een menselijk wrak was na alles wat hij had meegemaakt.
Mr. JUSTICE JACKSON: Was het de gewoonte discussies met de afdelingshoofden op het RSHA tijdens de lunch te houden, met degene die toevallig in de stad waren?
GISEVIUS: Dagelijkse conferenties; alles werd tijdens de lunch besproken. Dat was voor ons van bijzonder belang omdat we de details hoorden van de methoden die de Gestapo toepaste in de strijd tegen onze groep.
Als bewijs voor wat ik zeg kan ik hier verklaren dat bijvoorbeeld tot de uitgifte van de order tot arrestatie van Goerdeler op 17 juli tijdens zo’n lunch werd besloten en Nebe waarschuwde ons direct. Dat is de reden waarom Goerdeler kon ontsnappen, tenminste voor korte tijd en waarom wij in staat waren te weten tot in hoeverre de Gestapo van ons complot op de hoogte was.
Mr. JUSTICE JACKSON: En wie waren de regelmatige deelnemers aan die conferenties?
GISEVIUS: Kaltenbrunner zat voor. Dan waren er Gestapo Müller, Schellenberg, Ohlendorf en Nebe.
Mr. JUSTICE JACKSON: En weet u of tijdens die bijeenkomsten de nieuwe manieren van marteling en de techniek van het doden door middel van gas en andere maatregelen in de concentratiekampen werden besproken?
GISEVIUS: Ja, dat werd tot in alle bijzonderheden besproken en soms kreeg ik de beschrijving al een paar minuten later.
 
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

11de jaargang, 2e editie
  februari 2011



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.