Overzicht:
- WO2-bezienswaardigheden op smartphone
- Gezocht: Quizcoördinator Go2War2.nl
- Recensie: Adolf Hitler en de Eerste Wereldoorlog
- Het adopteren van oorlogsgraven
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl

- Recensie: The Perfect Nazi
- Bezienswaardigheid uitgelicht
- De koningin sprak
- Interview met mede-aanklager van Demjanjuk op Go2War2.nl
- Verhoor Bernd Gisevius op Go2War2.nl



WO2-bezienswaardigheden op smartphone (Redactie Oorlogsmusea.nl)
Bezienswaardigheden van de Tweede Wereldoorlog in Nederland en daarbuiten zijn nu te traceren via een speciale tool voor op de smartphone. Via een applicatie van de mobiele browser Layar biedt de website www.oorlogsmusea.nl overal in Nederland en in een groot deel van Europa ter plaatse een overzicht van oorlogsbezienswaardigheden in de directe omgeving, zoals musea, begraafplaatsen en monumenten.
 
Gebruikers zien op hun smartphone de bezienswaardigheden in hun directe omgeving weergegeven op Google Maps. Aangegeven wordt op hoeveel afstand de gebruiker zich van een locatie bevindt. Een afbeelding en een korte beschrijving van de bezienswaardigheid zijn aanwezig. De tool is tegen eenmalige betaling van 2,49 euro te downloaden op Layar.com en geschikt voor gebruik op de meeste types smartphones.

 
De website Oorlogsmusea.nl bevat meer dan 18.000 Tweede Wereldoorlog gerelateerde musea, monumenten, begraafplaatsen en bezienswaardigheden over de gehele wereld. De website is een project van Stichting Informatie Wereldoorlog Twee (STIWOT). De stichting houdt zich bezig met het verstrekken van informatie over de Tweede Wereldoorlog, onder andere via internet.

Link: www.layar.com/layers/stiwot


Gezocht: Quizcoördinator Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Om het team van quizsamenstellers aan te voeren zijn we op zoek naar een gemotiveerde quizcoördinator. De taak van de coördinator is om de bijdragen van alle quizmedewerkers te controleren en eventueel te verbeteren en vervolgens de vragen te bundelen en in te voeren op onze site. Ook het contact met deelnemers aan de quiz en correspondentie met de winnaars behoren tot de taken van de coördinator.
 
De Go2War2 Quiz, met voor de winnaar altijd een mooie prijs, wordt al bijna 10 jaar lang samengesteld. Het quizteam stelt eens per vier maanden een quiz samen van 25 vragen over de Tweede Wereldoorlog. Het is de bedoeling om iedere keer een afwisselende, interessante en uitdagende quiz te maken, met niet al te moeilijke, maar ook niet al te makkelijke vragen. Onderschat dit niet; je bent maar drie maal per jaar met deze taak bezig, maar het is wel de bedoeling dat er geen twijfel kan ontstaan over wat het juiste antwoord is, wat dus goed onderzoek vereist.
 
Functievereisten:
• Uitstekende beheersing van de Nederlandse taal
• Leeftijd: 18 jaar of ouder
• Goede en gevarieerde kennis van de Tweede Wereldoorlog
• Zelfstandige en actieve werkinstelling
• Goed te bereiken via e-mail
 
Medewerkers verrichten hun werkzaamheden op vrijwillige basis.
 
Heb je belangstelling voor deze vacature of wil je graag meer informatie? Mail dan naar info@go2war2.nl.

 
Recensie: Adolf Hitler en de Eerste Wereldoorlog (Frans van den Muijsenberg)
Thomas Weber onderzocht de oorlogservaringen van soldaat Eerste Klasse Adolf Hitler en zijn regimentsgenoten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze vochten in een oorlog die in het begin nog werd gevoerd op basis van de machtsverhoudingen van de negentiende eeuw, met de daarbij horende oorlogsstrategieën en bewapening, plus het soms haast ridderlijke respect dat op het slagveld nog bestond tussen alle rangen en standen van beide legers. Een oorlog die halverwege van karakter veranderde en niet alleen de nieuwe mondiale machtsverhoudingen liet zien, maar ook de moderne manieren van oorlogvoering: vernietiging, totale oorlog en genocide. Weber probeert aan de hand van een minutieus verslag van de oorlogservaringen van Hitlers regiment antwoord te geven op de vraag of het radicalisme van Hitler en zijn maten voortkwam uit de oorlog en dus het nazisme als het ware ontsprong in de loopgraven in België en Noord-Frankrijk óf dat het nationaal-socialistische gedachtegoed pas ontstond na 1918 door de economische misère, door de onvrede over het onrechtvaardige Verdrag van Versailles, door de angst voor het opkomende communisme en door de invloed van ultrarechtse coups?
 

 
Weber gaat daarbij diepgaand in op de ervaringen van de leden van het List-regiment en de mythe die na 1918 door Hitler en de nazi-propagandamachine over het regiment werd gecreëerd. Deel 1 begint op 2 augustus 1914, toen een enthousiaste menigte een deel van de Odeonsplatz in het centrum van München in bezit had genomen om hun enthousiasme over de zojuist uitgebroken oorlog te laten blijken. Waarbij de schrijver al direct een eerste mythe ontsluiert, namelijk dat in Duitsland door iedereen zo enthousiast op de oorlog werd gereageerd. Een oorlog die "frisch und fröhlich" zou zijn en waarvan iedereen verwachtte dat ze allemaal met Kerstmis weer thuis zouden zijn. De Odeonsplatz was echter lang niet zo vol als de in de media gebruikte foto's altijd suggereerden. Slechts een fractie van de zeshonderdduizend inwoners van München was naar de manifestatie gekomen en had zich verzameld voor de Feldherrnhalle. De rest van het plein was leeg, er was nog ruimte genoeg voor een tram die in een normaal tempo over het plein kon rijden. Het groepje lusteloos rondhangende mensen begon pas te juichen toen ze zagen dat een filmploeg in actie was. Pas toen maakte de fotograaf zijn beroemd geworden foto, waarop een jubelende en oorlogszuchtige massa te bewonderen was. Op die foto stonden opvallend veel meer mensen dan op het filmpje, zodat het wel zeker is dat met de foto werd geknoeid. Niet alleen bracht de fotograaf er meer mensen in, hij zorgde er waarschijnlijk ook voor dat Hitlers hoofd er vakkundig werd ingebracht. Opvallend genoeg werd de foto namelijk pas in 1932 voor het eerst gepubliceerd. Met die manipulatie werd het een prachtig icoon voor de nazi-propaganda: een eensgezind Duits volk dat de oorlog wil en hun Führer die te midden van zijn volk daarvan deel uitmaakt.
 


Het adopteren van oorlogsgraven (Sebastiaan Vonk)
Het adopteren van oorlogsgraven kent in Nederland een lange geschiedenis en gaat terug tot begin 1945, toen in het Limburgse Margraten het Burger Comité Margraten startte met een adoptieprogramma voor de nabij het kleine dorp gelegen Amerikaanse begraafplaats. Al snel waren de meer dan 17.000 graven op de begraafplaats allemaal geadopteerd door de lokale bevolking. Voor de bevolking was het, zo net na het einde van de oorlog, een ultieme manier om dank te betuigen aan de omgekomen bevrijders.
 
In de loop der jaren is er veel veranderd. De lichamen van een groot deel van de soldaten begraven op de Amerikaanse begraafplaats in Margraten werden in de jaren na de oorlog herbegraven in de Verenigde Staten en het adoptieprogramma is sinds 2002 in handen van de Stichting Adoptie Graven Amerikaanse Begraafplaats Margraten. Inmiddels 66 jaar na de oorlog blijft de belangstelling voor het adopteren van Amerikaanse oorlogsgraven onverminderd groot. Nagenoeg alle 8.301 graven in Margraten zijn op dit moment geadopteerd. Het leeft in Limburg, veel mensen kennen wel personen die een graf geadopteerd hebben.
 

 
Lang was het adoptieprogramma op de begraafplaats in Margraten uniek. In de afgelopen jaren zijn er meer adoptieprogramma’s opgestart. Zo kwamen er ook adoptieprogramma’s voor de Amerikaanse begraafplaatsen in België en Normandië. De bekendheid van deze programma’s is in Nederland veel minder groot. Dat geldt ook voor enkele andere adoptieprogramma’s die recentelijk in Nederland werden opgezet.
 
Zo biedt de Nederlandse Oorlogsgravenstichting, welke verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud voor Nederlandse erevelden en graven in binnen- en buitenland, sinds enige tijd de mogelijkheid om een Nederlands oorlogsgraf te adopteren. Dit is mogelijk op de Nederlandse Erevelden op de Grebbeberg en in Loenen. Op deze manier hoopt de Oorlogsgravenstichting dat de graven van soldaten waarvan geen familie meer bekend is bezocht zullen blijven. Het adopteren van een Nederlands oorlogsgraf is gratis. Tot nu toe zijn echter maar weinig graven geadopteerd. Meer informatie over het adopteren van een Nederlands oorlogsgraf is te vinden op de website van de Oorlogsgravenstichting.
 
Naast de adoptieprogramma’s voor Amerikaanse en Nederlandse oorlogsbegraafplaatsen, zijn die er ook voor het Russische Ereveld in Leusden en de Oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest in Brunssum.
Stichting Russisch Ereveld heeft het adoptieprogramma in beheer voor het Ereveld in Leusden. Op het Russische Ereveld liggen 865 oorlogsslachtoffers uit de Sovjet-Unie. Een deel van hen overleed of werd gefusilleerd in Kamp Amersfoort. In dit kamp, dat onder leiding stond van de Duitse Sipo/SD, zaten tijdens de oorlog meer dan 35.000 mensen gevangen. Het overgrote deel van de slachtoffers begraven op deze begraafplaats zijn Russische krijgsgevangen, die eerder nog begraven lagen op de Amerikaanse begraafplaats in Margraten.
 
Met het geld dat wordt opgehaald via het adoptieprogramma hoopt de Stichting Russisch Ereveld het mogelijk te maken dat familieleden het graf van hun geliefden kunnen bezoeken. De Stichting doet dan ook actief onderzoek naar de soldaten om families te achterhalen, want sommige families zijn nog steeds in het ongewisse over het lot van hun familielid. De website van de Stichting Russisch Ereveld geeft meer informatie over het Ereveld en het adoptieprogramma.
 
Waar de Amerikanen enkel een paar grote, centrale begraafplaatsen hebben, zijn er door heel Europa graven en kleine en grote begraafplaatsen van het Gemenebest te vinden. Eén van die begraafplaatsen is die in het Limburgse Brunssum, waar 328 soldaten van het Gemenebest begraven liggen. Reeds na de oorlog was er een adoptieprogramma op deze begraafplaats, maar die werd op dwang van de Britse overheid stopgezet. In maart 2011 werd de Stichting War Cemetery Brunssum opgericht. Via deze Stichting is het nu weer mogelijk om een graf te adopteren op deze begraafplaats. Informatie over deze mogelijkheid en over deze begraafplaats is te vinden op de website van de Stichting.
 

 
Het adopteren van een oorlogsgraf is voor velen een manier om respect te tonen aan soldaten die vochten voor vrede en vrijheid en daarbij hun leven lieten. Het laat zien dat ondanks dat de Tweede Wereldoorlog 66 jaar geleden ten einde kwam dat de opofferingen van vele mannen nog niet is vergeten.

 
Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Onderstaande artikelen zijn de afgelopen weken op Go2War2.nl verschenen:
 
Aanval op Kleykamp
Het bevolkingsregister en persoonsbewijzen waren een belangrijk controlemiddel voor de Duitse bezetter. Langzamerhand ontwikkelde zich een verzet tegen dit systeem Het vervalsen van deze documenten ging een hoge vlucht nemen. Een andere mogelijkheid was het uitschakelen van van de bevolkingsregisters. Eén van de bekendste voorbeelden is de aanval op Kleykamp in Den Haag. Het opmerkelijke aan deze aanval is dat hij niet werd uitgevoegd door het verzet zelf, maar door vliegtuigen van de Britse luchtmacht.
 
 
 
Laconia-incident
Op 12 augustus 1942 vertrok de Laconia uit Suez, Egypte en voer via Aden in Jemen naar Mombassa in Kenia waar olie werd geladen. De volgende haven was Durban in Zuid-Afrika waar het schip op 28 augustus aankwam. Drie dagen later arriveerde HM Laconia in Kaapstad, Zuid-Afrika. Hier kwamen nog meer passagiers aan boord. Toen de oceaanstomer op 1 september 1942 uit Kaapstad vertrok, met bestemming Groot-Brittannië, waren er 463 Britse bemanningsleden, 286 Britse soldaten en 87 van hun familieleden, 1.793 Italiaanse krijgsgevangenen en 103 Poolse soldaten, die de Italianen moesten bewaken, aan boord. Captain Sharp en zijn 2.731 medeopvarenden hadden geen idee welk lot hen te wachten stond. Zij hadden er ook geen idee van dat de gebeurtenissen die hun lot bepaalden, de wijze waarop de onderzeebootoorlog op de Atlantische Oceaan gevoerd werd drastisch zou veranderen.
 
 
 
Demjanjuk, Ivan
Ivan Demjanjuk stond van 30 november 2009 tot 12 mei 2011 in het Landgericht München terecht voor de medeplichtigheid aan de moord op 28.060 Joden in het vernietigingskamp Sobibor. In de periode van 27 maart 1943 tot 1 oktober 1943 was hij werkzaam in Sobibor. Het kamp was toen al in vol bedrijf. Volgens historicus en Sobibor-overlevende Jules Schelvis waren vanaf het voorjaar 1942 tot het eind van dat jaar in het kamp al 101.370 Joden vermoord. Waarschijnlijk heeft Demjanjuk in Sobibor meegeholpen met het “verwerken” van de vijftien transporten die van maart tot oktober 1943 uit Nederland aankwamen. Van die transporten overleefde vrijwel niemand. Op 12 mei 2011 veroordeelde de rechtbank in München de inmiddels 91-jarige Demjanjuk tot vijf jaar celstraf.
 
 
 
Aanslag op het bevolkingsregister van Amsterdam
Het bevolkingsregister en persoonsbewijzen waren een belangrijk controlemiddel voor de Duitse bezetter. Langzamerhand ontwikkelde zich verzet tegen dit systeem Het vervalsen van deze documenten nam een hoge vlucht. Een andere mogelijkheid tot verzet was het uitschakelen van de bevolkingsregisters. Op zaterdagavond 27 maart 1943 voerde de verzetsgroep die rondom de beeldend kunstenaar Willem Arondéus was opgezet een aanslag uit op het bevolkingsregister van Amsterdam. Het effect was echter geringer dan vooraf was gehoopt. Bovendien werden twaalf mensen door de bezetter geëxecuteerd vanwege hun medeplichtigheid bij de aanslag.
 
 
RAF-basis Downham Market
De Royal Air Force (RAF) luchtmachtbasis RAF Downham Market was tijdens de Tweede Wereldoorlog in gebruik door RAF Bomber Command. Bomber Command voerde tijdens de Tweede Wereldoorlog vele bombardementsvluchten uit op onder andere militaire doelen en steden in Duitsland en Italië. RAF Downham Market fungeerde vanaf de opening in juli 1942 als een ondersteunende basis voor de zo’n 10 kilometer verderop liggende luchtmachtbasis RAF Marham. Dit laatstgenoemde uit de Eerste Wereldoorlog stammende vliegveld was door het toenemend aantal vliegbewegingen te klein geworden. De ondersteuning die RAF Downham Market bood bestond voornamelijk uit het fungeren als een back-up om de vaak grote stroom thuiskomende bommenwerpers veilig te laten landen. Tevens werd een squadron en de bijbehorende vliegtuigen overgeplaatst van RAF Marham naar RAF Downham Market. Twee maanden voordat het vliegveld werd opgeleverd, was de eerste landing al een feit.
 
 
 
Geuzenverzet
Na de capitulatie in mei 1940 zorgde het grootste deel van de Nederlandse bevolking ervoor dat het gewone leven zijn doorgang vond, wat twee zaken vereiste: dat de economie bleef draaien en dat de Duitse zeggenschap werd beperkt. Dit vergde een dergelijk goede samenwerking met de bezetter, dat deze geen aanleiding zou zien om zich intensiever met het Nederlandse bestuur en de economie te bemoeien. Met verzet zou men enkel de eigen invloed op de loop van de bezetting verspelen. Alle Nederlandse autoriteiten, inclusief het gevluchte kabinet, riepen de bevolking dan aanvankelijk ook op de bezetter te gehoorzamen, verzet te vermijden en het dagelijks leven weer op te pakken. Dit deed het grootste gedeelte van de bevolking dan ook. Toch was er wel degelijk verzet, ondanks de oproep van de autoriteiten. Er waren mensen die zich vanaf het begin afkeerden van de Duitse bezetters en hen probeerden tegen te werken. Zo werd al direct op 14 mei 1940 in Vlaardingen de verzetsgroep ‘De Geuzen’ opgericht, de eerste verzetsgroep van Nederland.
 

 
Recensie: The Perfect Nazi (Kevin Prenger)
Vijfendertig jaar lang werd er in de familie van Martin Davidson gezwegen over het verleden van zijn Duitse grootvader Bruno Langbehn. Martins moeder, de dochter van Bruno, emigreerde na de oorlog naar Engeland, waar ze trouwde en twee kinderen kreeg. Haar vader bleef achter in Duitsland waar hij in West-Berlijn tot zijn pensioen als tandarts werkte. Martin bezocht zijn grootvader niet vaak, maar herinnert zich de gesprekken die hij met hem voerde nog goed. Hij durfde zijn opa nooit rechtstreeks te vragen naar de oorlog, maar soms maakte de oude man impliciete verwijzingen naar die periode. “Weet je, alles wat we wilden was ook een wereldrijk, net als jouw Churchill”, zo flapte hij er eens uit. En dan waren er nog de ontmoetingen met zijn voormalige Kriegskameraden waar hij zoveel plezier aan beleefde. Het leek allemaal tamelijk onschuldig, een oude man die terugblikte op het verleden. Maar Martin kon zich niet onttrekken aan het idee dat zijn grootvader iets verborgen hield.
 

 
Na het overlijden van zijn grootvader op 85-jarige leeftijd in 1992 durfde Martin het eindelijk aan om zijn moeder te vragen naar haar vaders oorlogsverleden. Twee door zijn moeder gefluisterde letters waren genoeg om Martin de koude rillingen te bezorgden: SS. Zijn grootvader bleek Hauptsturmführer geweest te zijn in de terreurorganisatie die verantwoordelijk was voor de concentratiekampen, de Holocaust en andere misdaden die het nazi-regime zo berucht maken. Maar veel meer dan dat dit wist Martin toen nog niet. Ondertussen ging het gewone leven door en werkte hij voor de BBC aan meerdere documentaires over de nazi’s, onder meer over de architect Albert Speer en de filmmaakster Leni Riefenstahl. De vraag wat zijn grootvader precies had gedaan tijdens de oorlog sluimerde echter voortdurend op de achtergrond. In 2005 besloot hij daarom hiernaar op onderzoek uit te gaan met het in 2010 in Engeland gepubliceerde boek “The Perfect Nazi” als resultaat.
 

 
Bezienswaardigheid uitgelicht (Paul Moerenhout)
De website Oorlogsmusea.nl bevat duizenden entries. Al deze bezienswaardigheden hebben hun eigen verhaal, het ene verhaal bekender dan het andere. In deze rubriek wordt maandelijks een van deze entries uitgelicht. Deze maand is dat het Oorlogsgraf van het Gemenebest in het kleine Brabantse dorp Heesbeen.
 

 
Achter het mooie kleine kerkje in Heesbeen ligt een klein kerkhof waar een Britse vliegenier begraven ligt. Deze Brit is Robert Oliver (Bob) Brigden. Hij steeg op 31 augustus 1944 om 23.30 samen met navigator Tom Harris in de Mosquito NS878 op vanaf vliegbasis RAF Manston. Na een vlucht langs de vliegvelden Eindhoven en Gilze-Rijen bleek hier erg weinig activiteit te zijn.
 
Om deze reden wijzigden ze hun koers en vlogen verder richting het oosten. Hun Mosquito werd tijdens deze vlucht gezien door Duitsers waarna ze achtervolgd werden door een zoeklicht. Ze werden beschoten door Flak afweergeschut maar doordat dit in hun ogen erg ver naast het vliegtuig was maakten ze zich daar geen zorgen om. Totdat een van de motoren plots in brand vloog, ze bleken dus wel degelijk geraakt te zijn.
 
Aangezien de brand niet geblust kon worden met het interne blussysteem werd gekozen om het toestel te verlaten met een parachute. Harris trapte de deur open en verliet het toestel. Wat er precies is gebeurd met Brigden is niet duidelijk, ofwel zijn parachute is niet opengegaan of hij heeft het toestel niet op tijd kunnen verlaten waardoor de hoogte te laag was om veilig te kunnen landen. Brigden overleed en werd begraven op het kerkhof in Heesbeen. Harris overleefde de crash, hij werd krijgsgevangen genomen en verbleef in een P.O.W. camp (Prisoner of War camp) in Polen. In mei 1945 keerde hij terug naar Engeland.


De koningin sprak (Egbert van de Schootbrugge)
In deze rubriek worden proclamaties en radiotoespraken van koningin Wilhelmina uit de Tweede Wereldoorlog integraal weergegeven. Afhankelijk van de lengte van de teksten zullen iedere maand één of meerdere proclamaties of toespraken worden gepubliceerd.
 
 - Radiotoespraak 25 mei 1940 - Uitgezonden door de Engelse en Amerikaanse radio -

In dit onmetelijk ernstige ogenblik in de geschiedenis der mensheid is een zwarte, zwijgende nacht gedaald over weer een deel der aarde. Boven het vrije Nederland zijn de lichten gedoofd; de raderen der industrie en de ploegen op de akkers, die slechts voor het geluk van een vredelievend volk werkten, staan ineens stil of worden misbruikt door een doodbrengende veroveraar; de stemmen van vrijheid, naastenliefde, verdraagzaamheid en godsdienst zijn tot zwijgen gebracht. Waar nog twee weken geleden een vrij volk van mannen en vrouwen bestond, die in de zorgvuldig gehandhaafde tradities der christelijke beschaving werden gevoed, waar een volk leefde, dat zelf de historische bron van vele door alle weldenkende mensen vereerde waarden en idealen was, heerst nu verwoesting des doods, slechts onderbroken door het bitter geween van hen, die de dood der hunnen en de brute vernietiging van hun rechten en vrijheden hebben overleefd.
 
Alleen de hoop leeft nog tussen de rokende puinhopen, de hoop en het geloof van een godvruchtig volk, dat door geen menselijk geweld, hoe verdorven ook, te gronde kan gaan; geloof aan de alles te boven gaande macht der goddelijke gerechtigheid, geloof, dat door de fiere herinnering aan vroegere, manhaftig gedragen en uiteindelijke met succes doorstane beproevingen wordt gesterkt; geloof, dat is verankerd in de rotsvaste overtuiging dat een onrecht, zoals het volk van Nederland heeft ondergaan, niet blijvend kan zijn. Maar al hoopt het volk van Nederland ook op uiteindelijke bevrijding, die niet kan uitblijven, en al klampt het zich daaraan vast, het is uiterst moeilijk in dit geloof stand te houden, want in stilte moet Nederland hopen en in stilte geloven. Het heeft niet de troost van een geloof, dat met openlijk belijdt, niet de zielversterkende verkwikking van een in het openbaar met anderen gedeelde en verkondigde verwachting. Onderdrukt, bedreigd van alle kanten, bewaakt door een macht, die alle hoop uit de menselijke ziel zou willen rukken, kan het slechts in de stilte van een bezwaard hart bidden. Zijn stem, die de eeuwen door het evangelie van Christus hielp uitdragen en die zich verhief voor vrijheid, verdraagzaamheid, geestelijke moed en voor menselijke waardigheid, kortom voor alles, wat waarde geeft aan het leven van de mens op aarde, aan deze stem is nu het zwijgen opgelegd.
 
Zo was het vier eeuwen gelde, toen de godsdienstvrijheid op het spel stond. De wereld weet, hoe het volk van Nederland toen zijn stem herwonnen heeft. Zo zal het wederom gaan. Maar tot de nieuwe dageraad jubelend aanbreekt, zal ook deze laatste bitterheid aan dit volk niet bespaard blijven, dat het de vlam van zijn hoop levend moet houden in de doodse stilte van een nacht, waaruit geen stem en geen lichtstraal naar buiten komt.
 
Omdat de stem van Nederland niet stom kan blijven, neen in deze dagen van verschrikkelijke beproeving niet gesmoord mag blijven, heb ik ten laatste het besluit genomen het symbool van mijn natie, zoals dit in mijn persoon en in de regering is belichaamd, over te brengen naar een plaats, waar het kan voortwerken als een levende kracht die zich kan doen horen.
 
In dit uur van universeel lijden zal ik niet spreken over folterende strijd, welke deze beslissing berokkend heeft aan het hart van een vrouw, die weinig meer dan een jaar geleden tot in het diepst van haar ziel geroerd is door de algemene afhankelijkheid van een warmvoelend volk dat het jubileum vierde van een koningin en een vrouw, die gedurende veertig jaar gepoogd heeft haar volk te dienen, zoals zij getracht heeft het te dienen op de dag dier ingrijpende beslissing en zoals zij zal trachten het te dienen tot haar laatste ademtocht.
 
Ik zal alleen spreken over redenen, welke mij uiteindelijk hebben doen beslissen zoals ik dat deed. Nuchtere en gewichtige redenen streden tegen het natuurlijke gevoel, dat mij en de mijnen drong om te blijven en met mijn ongelukkige volk te lijden, wat het lijden moest. Plannen, op de invaller gevonden op de eerste dag van zijn baldadige overval en bevestigd door de actie van zijn parachutetroepen, brachten spoedig aan het licht, dat zijn eerste doel was de Koninklijke familie en de regering gevangen te nemen, teneinde op deze wijze het land lam te leggen door het te beroven van elke leiding en elke wettige autoriteit. Toen kort daarna de waarschijnlijkheid onder de ogen moest worden gezien, dat de verraderlijke methoden, door de vijand gebruikt, er tenslotte toe zouden leiden, dat de dappere weerstand der Nederlandse strijdkrachten ondermijnd werd, kon de beslissing niet langer worden uitgesteld.
 
Als het gezag zijn spontane drang volgend - wat waarlijk zij, die zoals wij, deze dagen hebben beleefd, weten dat het niet ging om persoonlijk lijfsbehoud of persoonlijke vrijheid- gebleven zou zijn, zou de stem van Nederland, hét symbool van Nederland, van de aardbodem verdwenen zijn.
 
Er zou slechts een herinnering blijven, een herinnering, welke wellicht spoedig zou vervagen in deze wereldschokkende tijden, waarin de gedachtenis van gisteren vergetelheid van heden is. Een hulpeloze sombere stilte had zich dan over ons eens zo gelukkig land gespreid, waarvan de bewoners niet eens de hoopvolle gedachte meer zouden bezitten, dat een koningin en een regering daar voor een wederopstanding strijden, waar die strijd nog mogelijk is. Er was echter nog meer. Het eigenlijke Holland mocht voor het ogenblik verloren zijn, maar toen deze kritieke beslissingen genomen moesten worden, bestond de hoop, dat één provincie in het zuiden nog enige weerstand zou kunnen bieden. Mijn vloot met zijn glorierijke tradities was nog onaangetast, gereed om deel te nemen aan de strijd, waar dat ook nodig mocht zijn en, het belangrijkst van alles: er bleef een vrij Rijk, verspreid over de ganse oppervlakte van de aardbol, een Rijk, dat 65 miljoen inwoners telt en dat een deel vormt van die natie van vrije mensen, die niet zal en die niet kan verdwijnen van de aarde.
 
Moest dit alles losgeslagen worden op een woest bruisende zee zonder leiding of gezag? Plicht, verantwoordelijkheid en verziend staatsmansbeleid zeiden anders.
 
Teneinde de stem en het symbool van Nederland levend te houden, als een bezieling en verzamelpunt voor de mannen van ons leger, onze vloot en de talloze onderdanen van ons imperium – neen, Nederlandse mannen en vrouwen over de gehele wereld, die bereid zijn alles te offeren voor de wederopstanding van het innig geliefde moederland;
Teneinde de banier ontplooid te houden, ongezien en toch altijd aanwezig ter wille van hen, die hun stem verloren hebben, maar niet hun hoop en niet hun uitzicht;
Teneinde namens Holland te spreken tot de wereld, niet om te pleiten voor het recht van zijn zaak, die immers geen pleidooi behoeft in de ogen van eerlijke mannen, noch over de onuitsprekelijke verschrikkingen en de minderwaardige trucs uitgespeeld tegen het dappere leger en de onschuldige bevolking, maar om te spreken over de waarden, de idealen, de christelijke beschaving, welke Nederland aan de zijde van zijn bondgenoten helpt verdedigen tegen de overval van het barbarendom;
Teneinde trouwe te blijven aan de leuze van het Huis van Oranje van Nederland, van dat ganse geweldige deel der wereld, voor wat kostbaarder is dan leven: zal ik handhaven – Je maintiendrai.


Interview met mede-aanklager van Demjanjuk op Go2war2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Go2Warw2-medewerker Frans van den Muijsenberg interviewde onlangs Rob Fransman, Nebenkläger (medeaanklager) in de rechtszaak tegen Sobibor-bewaker Ivan Demjanjuk.
 
Rob Fransman, geboren op 14 juni 1940 in Den Haag, werd in 1943 gescheiden van zijn ouders en broer om naar een onderduikadres te worden gebracht. Hij en zijn broer overleefden via een aantal onderduikadressen de oorlog. Zijn ouders werden op hun onderduikadres gearresteerd en belandden via Westerbork in Sobibor, waar ze op 9 april 1943 werden vermoord. De onderduikperiode had op Fransman een enorme impact. Hij beschrijft zichzelf voor die periode als getraumatiseerd, verlegen en met oncontroleerbare woede-uitbarstingen. Hij ging wonen bij familie in Amsterdam, de stad waar zijn ouders oorspronkelijk vandaan kwamen. Bij de oom en tante waar hij was ondergebracht,was hij echter niet te handhaven, zodat hij na een paar jaar terechtkwam in een tehuis voor oorlogswezen. De eerste jaren veranderende er niet veel. Pas als jong volwassene en toen hij zijn latere vrouw, een overlevende van het concentratiekamp Bergen-Belsen, ontmoette, kreeg hij zijn leven op de rails. Hij werd daarna een succesvol zakenman in Amsterdam, waar hij nog steeds woont.
 

 
Zoals we wel vaker zien komen op latere leeftijd de emoties rond de Holocaust en het gemis van de ouders weer naar boven. Het was voor Fransman, toen die mogelijkheid zich voordeed, reden zich aan te melden als Nebenkläger in de rechtszaak tegen Demjanjuk. Van het proces deed hij verslag voor de Radio Nederland Wereldomroep (NRW). Zijn verslagen zijn gebundeld in het boek “Het Demjanjuk-proces”, dat uitgebracht is door uitgeverij Verbum en onlangs op Go2War2.nl is gerecenseerd.
 
Lees het interview op Go2War2.nl

 
Verhoor Bernd Gisevius op Go2war2.nl (Redactie Go2War2.nl)
Elke maand citeren we in de STIWOT-nieuwsbrief een stuk uit een verhoor van het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Dit keer hebben we een passage geselecteerd uit het getuigenverhoor van Bernd Gisevius. Hij had voor de oorlog gewerkt voor de Gestapo en de Duitse politie en was tijdens de oorlog voor de Abwehr actief in Zwitserland. Hij ontwikkelde zich tot een tegenstander van het regime en was actief binnen de Duitse oppositie en betrokken bij de aanslag en staatsgreep van 20 juli 1944. In de hieronder weergegeven passage worden hem door dr. Laternser, de verdediger van de generale staf en het opperbevel van de Wehrmacht, vragen gesteld over de betrokkenheid van Duitse generaals bij deze coup.
 
Dr. LATERNSER: […] Getuige, kunt u mij de namen noemen van de generaals die deel hadden aan de 20ste juli?
De PRESIDENT: Wat heeft dat nu te maken met de beschuldiging tegen het Opperbevel?
Dr. LATERNSER: De Generale Staf wordt ervan beschuldigd, deel genomen te hebben aan een samenzwering. De vraag......
De PRESIDENT: We zijn hier niet om de eer van het Opperbevel te bespreken. We zijn hier om te bepalen of het OKW al of niet een criminele organisatie is in de zin van het Handvest en dat is de enige vraag die wij hier gaan behandelen voor zover het u betreft.
Dr. LATERNSER: Meneer de President, de Generale Staf en het OKW worden ervan beschuldigd deel genomen te hebben aan een samenzwering. Als ik met deze vraag bewijs, wat ik probeer, dat in tegendeel, in plaats van deelname aan een samenzwering, een deel van de Generale Staf deel had aan een actie tegen het regime dat geeft het antwoord op deze vraag aan dat precies het tegenovergestelde het geval was en om die reden verzoek ik dat de vraag wordt toegestaan.
De PRESIDENT: Het Tribunaal is niet van mening dat wat de Staf in 1944 deed, toen de situatie heel anders was dan die in september 1939, van enig belang is voor de vraag of zij deelnamen, hetzij voor of in september 1939.
Dr. LATERNSER: Meneer de President, als ik mij in de plaats stel van de Aanklager dan moet ik aannemen dat de Aanklager aanneemt dat de samenzwering doorging. Er kan niet worden opgemaakt uit bewijsmateriaal van de Aanklager, of uit wat dan ook wat hier is ingediend, dat de samenzwering op een bepaald moment in de tijd moest eindigen. Het antwoord op deze vraag zou dus van belang zijn, ik meen van beslissend belang. Ik zou mijn verklaring willen aanvullen, Meneer de President.......
De PRESIDENT: Nou, Dr. Laternser.
Dr. LATERNSER: Ik zou eraan willen toevoegen dat het juist voor de leden van de groep is die ik vertegenwoordig dat de periode tussen 1938 en mei 1940 van belang wordt geacht.
De PRESIDENT: U bedoelt dat de groep veranderde; daarom zou die verschillen van die in 1944?
Dr. LATERNSER: Ik zou eraan willen toevoegen dat een bijzonder groot aantal mensen pas in de loop van 1944 lid van de groep werden vanwege hun officiële posities en ik acht dit punt wel degelijk van belang.
De PRESIDENT: Goed.
Dr. LATERNSER: Getuige, mijn vraag was: Kunt u mij de namen geven van de generaals die deel hadden aan de aanslag van 20 juli 1944?
GISEVIUS: Generaloberst Beck, Generalfeldmarschall von Witzleben, General Olbricht en General Höppner.
Dr. LATERNSER: Een vraag: General Höppner was eerder opperbevelhebber van een pantserleger?
GISEVIUS: Dat denk ik; General von Haase en zeker een groot aantal andere generaals die ik zo uit het hoofd niet kan noemen. Hier heb ik alleen de namen genoemd van degenen die die middag in de Bendlerstrasse waren.
Dr. LATERNSER: Een vraag, getuige. Weet u ook of Feldmarschall Rommel ook deel had aan de 20ste juli?
GISEVIUS: Ik kan dat niet zomaar met ja beantwoorden want het is een feit dat Rommel, net als Feldmarschall von Kluge, er deel aan had. Het zou echter een verkeerd beeld geven wanneer Feldmarschall Rommel plotseling in beeld zou verschijnen als een van degenen die tegen Hitler streed. De heer Rommel, een typische Partijgeneraal, koos ervoor zich pas heel laat bij ons te voegen en het gaf ons een heel pijnlijke indruk toen de heer Rommel plotseling, na zijn eigen militaire ramp, ons voorstelde Hitler te laten vermoorden en zo mogelijk ook Göring en Himmler. En zelfs toen wilde hij zich niet bij eerste gelegenheid bij ons voegen maar wilde min of meer op de achtergrond blijven om ons later van zijn populariteit te kunnen laten genieten. Daarom is het heel moeilijk om te weten of deze heren, toen ze bij onze groep kwamen dat deden als de vermoorde onschuld, als mensen die hun pensioen veilig wilden stellen of als mensen die vanaf het begin voor fatsoen en eer stonden.
Dr. LATERNSER: Hebt u daar zelf ooit met Feldmarschall Rommel over gesproken?
GISEVIUS: Nee. Ik heb het nooit de moeite waard gevonden om kennis met hem te maken.
Dr. LATERNSER: Nog een vraag: Hebben officieren van de Generale Staf deelgenomen aan de 20ste juli?
GISEVIUS: Ja, een groot aantal.
Dr. LATERNSER: En hoeveel, zou u zeggen?
GISEVIUS: Ik kan u het aantal niet noemen want destijds wist ik niet hoeveel leden van de Generale Staf Stauffenberg aan zijn kant had. Ik twijfel er niet aan dat Stauffenberg, Oberst Hansen en diverse andere moedige mannen een aantal zuivere en dappere officieren in de Generale Staf hadden ontdekt en dat zij konden rekenen op de steun van vele andere fatsoenlijke leden van de Generale Staf maar die zij natuurlijk niet van te voren in hun plannen konden inwijden.
Dr. LATERNSER: Ja, dat is voldoende voor dit punt. Er kwam een andere vraag bij mij op. U noemde eerder General von Treschkow. Hebt u hem persoonlijk gekend?
GISEVIUS: Ja.
Dr. LATERNSER: Weet u iets over het feit dat hij, nadat hij ontdekte dat het Kommissarbefehl was uitgegeven, bij Von Rundstedt protesteerde en dat deze protesten bijdroegen aan het feit dat dit Kommissarbefehl in de sector van Generalfeldmarschall von Rundstedt niet werd doorgegeven?
GISEVIUS: Von Treschkow heeft jarenlang tot onze groep behoord. Er bestond geen actie waarvoor wij ons zo schaamden als voor deze en vanaf het begin vestigde hij moedig de aandacht van zijn meerderen op de ontoelaatbaarheid van dergelijke vreselijke bevelen. Ik herinnerde me hoe we destijds bij gerucht over dat Kommissarbefehl hoorden en we stuurden onmiddellijk een koerier naar Von Treschkow om hem alleen maar te informeren over de bedoeling van een dergelijke uitwas en hoe hij later, nadat het bevel was uitgegeven, op een gegeven teken bij Generalfeldmarschall von Rundstedt protesteerde op de manier zoals u beschreef.
De PRESIDENT: U zei even geleden dat u alleen maar uw laatste vraag zou stellen.
Dr. LATERNSER: Meneer de President, het spijt me dat ik me daar niet aan kon houden. Er rezen een aantal vragen uit de verklaringen van de getuige maar dit was mijn laatste vraag.
De PRESIDENT: De zitting wordt geschorst.
 
 
 

STIWOT Nieuwsbrief

11de jaargang, 7e editie
  juli 2011



De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.