Overzicht:
- Herdenking Begraafplaats Oosterbeek
- Leesfragment Kerstmis onder vuur: kerst in 'Little Stalingrad'
- Medewerker onder de loep
- Crash van de Lancaster ED928 in Wittevrouwen te Utrecht
- Recensie: Albert Speer - een Duitse carrière
- De ellende van de oorlog en de vrolijkheid van Kerstmis
- Nieuwe artikelen op Go2War2.nl

 
Herdenking Begraafplaats Oosterbeek (Arjan Vrieze)
Op 11 november 2018 werd op de Oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest te Oosterbeek een herdenkingsdienst gehouden vanwege Remembrance Day. De dienst stond tevens in het teken van het einde van de Eerste Wereldoorlog, precies 100 jaar geleden. De dienst werd georganiseerd en geleid door de Royal British Legion Holland Branch.
 
 

 
 
Leesfragment Kerstmis onder vuur: kerst in Little Stalingrad (Kevin Prenger)
In oktober verscheen het vijfde boek van Kevin Prenger, getiteld "Kerstmis onder vuur". Het gaat over hoe de kerstdagen gevierd en beleefd werden tijdens de Tweede Wereldoorlog, aan het front, thuis en in de kampen. Hieronder een leesfragment over de slag om het Italiaanse stadje Ortona tijdens de kerstdagen van 1943. Vanwege de hevige strijd die Canadese troepen hier uitvochten met Duitse paratroepen werd Ortona ook wel 'Little Stalingrad' genoemd.
 

Een Canadese tank in Ortona, schildereij van Dr. Charles Comfort. (Canadian War Museum / CN 12245) 

In 1943 ging met de opening van een nieuw front in Europa een nieuwe fase van de Tweede Wereldoorlog in. Op 9 en 10 juli waren 150.000 Britse en Amerikaanse militairen op Sicilië geland. Onder aanvoering van generaal George Patton namen de Amerikaanse troepen op 23 juli Palermo in, op 17 augustus gevolgd door Messina. In september werd het Italiaanse vasteland binnengevallen. De Italiaanse dictator Benito Mussolini was intussen in juli afgezet en op 8 september gaf de nieuwe Italiaanse regering zich over aan de geallieerden. Het Duitse leger gaf echter niet op en bleef zich hardnekkig verzetten in Italië. Op 12 september werd Mussolini uit zijn ballingsoord in de Apennijnen bevrijd door een Duits eliteteam en geïnstalleerd als marionettenleider in Noord-Italië.

Vertraagd door het onherbergzame terrein, herfstregens en fanatiek Duits verzet rukten de geallieerden op langs de Italiaanse oost- en westkust om in december tot stilstand te komen bij de door de Duitsers zwaar verdedigde Gustavlinie. Terwijl geallieerde troepen van generaal Mark Clark langs de Middellandse zeekust probeerden Rome te bereiken, trachtten Montgomery’s troepen aan de Adriatische kust hun voor te zijn. Op hun weg werd het laatstgenoemde leger opgehouden bij een middeleeuws stadje met kathedraal aan de Gustavlinie, dat vanwege haar haven aan zee van logistiek belang was voor de geallieerden. Voor de Canadese militairen die op 20 december begonnen aan de inname van Ortona was het de zoveelste locatie op hun landkaarten. Bij degenen die het na konden vertellen zou deze naam voor altijd in hun geheugen gegrift staan. 

‘Little Stalingrad’, zo zou Ortona door de Canadezen genoemd gaan worden. Ook al duurde de strijd om de stad maar acht dagen, het was één van de bloedigste gevechten uit de Canadese krijgshistorie. Ook de opmars naar de havenplaats was zwaar geweest. De regio kende de natste winter sinds mensenheugenis en als gevolg daarvan was luchtsteun beperkt. De rivier de Moro, die zich op minder dan zeven kilometer van de stad bevond, was door de aanhoudende regenval 2,5 meter gestegen en buiten zijn oevers getreden. Het had de Canadezen veel moeite gekost de rivier en de omliggende in modderpoelen veranderde velden over te steken, terwijl ze onder zwaar Duits vuur lagen. De inname van de stad werd overgelaten aan jonge vrijwilligers van rond de 20 jaar oud die het moesten opnemen tegen een gehard en goed getraind bataljon van de 1. Fallschirmjäger-Division, dat speciaal naar de stad gestuurd was en de opdracht had deze koste wat kost te behouden. 

Al op 3 december was de Canadese artillerie begonnen de stad te bombarderen. Hoewel de Duitsers inwoners hadden opgedragen om te evacueren, hadden sommigen zich verschanst in hun huizen. Hun stond een angstige decembermaand te wachten. Tijdens de artilleriebeschieting zochten velen hun toevlucht op de begraafplaats in de veronderstelling dat die wel gespaard zou worden, wat niet het geval bleek. De Italianen zagen lijdzaam toe hoe hun geliefde stad zwaar beschadigd werd door de bombardementen, waarbij ook hun eeuwenoude kathedraal, de basiliek van St. Thomas, gedeeltelijk instortte. Op dat moment moest de werkelijke slag om Ortona nog beginnen.
 

 
Medewerker onder de loep
Naam: Rik van Velzen
 
Hoe ben je bij STIWOT terechtgekomen?
Ik deelde reeds informatie met STIWOT van mijn persoonlijke verzameling. Na een tijdje vroeg ik of ik op een andere manier bij kon dragen en zo ben ik eigenlijk als vrijwilliger terecht gekomen bij STIWOT.
 
Wat doe je zoal voor STIWOT?
Mijn grootste project op dit moment is het verwerken van alle dragers van het verzetsherdenkingskruis. Daarnaast ben ik altijd op zoek naar informatie voor de site aangaande onderscheidingen.
 
Hoe lang werk je al voor STIWOT?
Lastig om dit duidelijk te beantwoorden, ik denk dat ik al zeker een jaar of 7/8 bijdrage lever aan de site. 
 
Hoeveel tijd ben je per week kwijt aan STIWOT?
Afhankelijk van hoeveel tijd ik heb. De ene week kan ik er net een uur aan besteden en de andere week een uur of acht.
 
Wat is het leukste dat je tot nu toe met STIWOT hebt meegemaakt?
Dat zullen de vrijwilligersdagen zijn geweest. Deze dagen zijn elke keer zeer informatief en je leert er elke keer nieuwe mensen kennen. Dit jaar kon ik er helaas niet bij zijn maar ik hoop er de volgende keer weer bij aanwezig te kunnen zijn. 
 
Met welke STIWOT-medewerker heb je het meeste contact?
Vooral met Jelle Ywema. Hij is projectleider Awards en daardoor communiceer ik regelmatig met hem. 
 
Wat doe je naast STIWOT op WO2-gebied?
Ik verzamel zelf onderscheidingen en documenten uit WO2. Voornamelijk gericht op de Duitse kant, Nederlands kan ik ook zeker waarderen maar hiervan is simpelweg minder op de markt. Daarnaast zit ik in het 4 mei comité in Harderwijk en ben zo betrokken bij de jaarlijkse herdenking. 
 
Wat doe je naast STIWOT op persoonlijk gebied (werk/studie)?
Ik ben militair en op dit moment werkzaam bij de School Verbindingsdienst als instructeur BPV ICT. In deze functie begeleid ik VEVA-leerlingen tijdens hun stageperiodes bij defensie. De VEVA is een MBO-opleiding met verschillende uitstroomrichtingen waarbij de leerling voorbereid word op een mogelijke loopbaan bij defensie. 
 
Welk aspect van WO2 interesseert je het meest?
Dat is een lastige vraag, ik vind de hele geschiedenis van WO2 interessant. De strijd bij Stalingrad interesseert mij wel uitermate. Voor wat betreft onderscheidingen vind ik het interessant om te lezen wat voor soms bovenmenselijke inspanningen mensen leverden om voor een onderscheiding in aanmerking te komen. 
 
Wat vind je omgeving van je hobby?
Mijn interesse voor WO2 komt grotendeels voort uit de verhalen van mijn opa. Hij heeft WO2 als jonge jongen ervaren in Friesland en hij vertelde mij vaak verhalen voor het slapen gaan over zijn belevenissen. Ook de verhalen van mijn oma over het bombardement van Rotterdam zijn indrukwekkend en wakkerden mijn interesse aan. De reacties zijn over het algemeen positief, danwel zeer geïnteresseerd. 
 
Wat is je favoriete internetsite (gelieve geen STIWOT site te noemen)?
Mijn tijd breng ik vooral door op wehrmacht-awards.com. Dit is een zeer informatieve site en tevens een forum waar zeer veel mensen met kennis van zaken je van allerlei informatie kunnen voorzien. 
 
Op welke dag in de week is het even geen WO2?
Ik heb daar geen dag voor, ik kan er elke dag wel mee bezig zijn. Er is eigenlijk geen dag dat ik mij niet op wat voor manier dan ook bezighoud met WO2.
 
Wat zou je nog een keer willen bezoeken/zien of meemaken?
Ik zou nog wel eens de slagvelden in Rusland willen bezoeken of de musea daar. Deze lijken mij een zee van informatie te bevatten. 
 
Wil je nog wat kwijt?
Bedankt dat ik via deze manier mijn verhaal kwijt kon. Ik hoop dat ik nog vele jaren voor STIWOT kan en mag blijven werken. 
 
Wilt u ook vrijwilliger worden voor STIWOT? Bekijk dan onze vacatures en reageer.

 
Crash van de Lancaster ED928 in Wittevrouwen te Utrecht (Samuel de Korte)
In de nacht van 22 op 23 juni 1943 werd er boven Utrecht een Britse bommenwerper uit de lucht geschoten door een Duitse nachtjager. Het viermotorige toestel was onderweg naar Duitsland, maar bleek niet in staat om het doel te bereiken. In plaats daarvan explodeerde het vliegtuig en stortten brandende brokstukken neer op de wijk Wittevrouwen in Utrecht. Er waren verschillende slachtoffers te betreuren, waaronder vijf burgers en vijf bemanningsleden.
 
Mensen kijken naar een gedeelte van het vliegtuigwrak in de Bouwstraat. Bron: Het Utrechts Archief
 
De tragedie begon een dag eerder, op de avond van 22 juni, toen de viermotorige Lancaster Mk III ED928 opsteeg vanaf het vliegveld Bourne, in het graafschap Cambridgeshire. Het doelwit die nacht was Mülheim in Noordrijn-Westfalen in Duitsland. Bommenwerper ED928 moest ondersteuning bieden tijdens de aanval. Tussen de aanvalsgolven door zou deze bommenwerper de doelwitten opnieuw markeren. Het toestel behoorde tot het 97th Squadron ‘Straight Settlements’, en had het registratienummer ED928. Op beide zijkanten was de markering "OF-B"’ aangebracht, respectievelijk de squadroncode en het callsign: "B for Bravo". Het vliegtuig was nog redelijk nieuw en had nog slechts 54 operationele vlieguren gemaakt.
 
De Lancaster telde zeven bemanningsleden aan boord. De 29-jarige George Armstrong was de piloot en gezagvoerder. Hij nam alle beslissingen tijdens de vlucht. Edward Bellis had als boordwerktuigkundige de taak om de technische status van het vliegtuig in de gaten te houden. Ook assisteerde hij bij het starten en landen door de bediening van de gashandels en het toerental te regelen, terwijl de piloot letterlijk de handen vol had aan de besturing van het vliegtuig. Vanuit zijn positie op het klapstoeltje kon Bellis uitkijken op Jean Baptiste Sylviel Paul David, ‘Paul’, de 22-jarige bommenrichter die onderin het vliegtuig lag. Op zijn beurt keek David, vanuit zijn koepel en op zijn buik liggend, uit over de wereld die onder hem door raasde. Hij was er verantwoordelijk voor dat de bommen nauwkeurig op hun doel zouden worden afgeworpen en nam tijdens het aanvliegen naar het doel de besturing over van de piloot. Daarnaast kon hij de geschutskoepel voorin het vliegtuig bedienen tijdens de heen- en terugvlucht. Achter de piloot zat de navigator, John Mansfield. Hij was er voor verantwoordelijk dat de Lancaster zijn doelwit kon vinden in een verduisterd Europa te midden van een vijandig luchtruim en daarna weer kon terugkeren naar de basis in Engeland.
 
David Williams was de marconist en met zijn 34 jaar het oudste bemanningslid. Tijdens het vliegen zorgde hij ervoor dat alle radiosignalen tussen de vliegbasis en het vliegtuig ontvangen en verstuurd werden. Ook kon hij de Duitse radioberichten afluisteren in de hoop zo snel mogelijk omringend gevaar te ontdekken. Hij was nog via de oude methodes opgeleid, waardoor hij ook als boordschutter inzetbaar was. Daarnaast moest het vliegtuig ook in staat zijn om zichzelf te verdedigen, terwijl de anderen hun taken uitvoerden. Daarvoor zorgde Sydney Blackhurst. Hij was 22 jaar oud en zat in de koepel halverwege de bommenwerper, vlak achter de vleugels. Vanuit zijn bolvormige en met plexiglas beklede geschutskoepel had hij een schitterend uitzicht in alle richtingen. Regelmatig draaide hij in de donkere nacht de koepel rond om eventuele aanvallers te ontdekken die hen probeerden te verrassen in de duisternis. Als laatste was er Alexander Laing in de staartkoepel. Hij was 22 jaar oud en afkomstig uit Manchester. Laing kon enkel via de intercom contact houden met de rest van de bemanning en het was voor hem niet ongewoon om gedurende de gehele vlucht niemand te zien. De staartkoepel was bovendien niet verwarmd, waardoor voor hem de vlucht niet alleen eenzaam, maar vooral ook onplezierig in de kou en tocht kon zijn. De urenlange vluchten konden bijzonder onaangenaam zijn. Geen van hen, behalve gezagvoerder Armstrong, droeg zijn parachute tijdens de vlucht, omdat zij zich dan vrijer konden bewegen.
 
Het merendeel van de bemanning was Brits, behalve David en Armstrong die bij de Royal Canadian Airforce zaten. Samen hadden de mannen al acht missies uitgevoerd. De eerste operatie was op 28-29 maart 1943 naar het Franse St. Nazaire, waar de bekende Duitse U-boothaven lag. Daarna volgde een missie op 2-3 april, waarbij op locatie zeemijnen gedropt werden. Op 13-14 april werd een aanval op Spezia uitgevoerd, waar een grote Italiaanse haven gevestigd was. Op 30 april-1 mei volgde een bombardement op Essen en op 4-5 mei een bombardement op Dortmund. Op 12-13 mei namen zij deel aan een aanval op Duisburg en op 28-29 mei een bombardement op Wuppertal. Het bleef een periode rustig, pas op 16-17 juni werd weer gevlogen. Het doelwit was Keulen. Op 21-22 juni werd een bombardement uitgevoerd op Krefeld.
 
Een paar uur rust volgde, want later die avond op 22 juni stegen ze opnieuw op; het doelwit was de stad Mülheim in Duitsland. In totaal werden voor deze aanval 557 twee- en viermotorige bommenwerpers ingezet. Dit waren 242 Lancasters, 155 Halifaxes, 93 Stirlings, 55 Wellingtons, en 12 D. H. Mosquito’s. De ED928 was een zogenaamde ‘Pathfinder’, een ondersteuningstoestel. Hun taak was om tussen de aanvalsgolven door het doelwit te markeren met rode of groene markeerfakkels, zodat achterop komende formaties na de eerste aanvalsgolf de doelwitten goed konden onderscheiden tussen de brandhaarden van het eerste bombardement. Voor Paul David, de bommenrichter, moet het bovendien een bijzondere vlucht zijn geweest. Hij werd die nacht 23 jaar.
 
Lees verder op Go2War2.nl

 
Recensie: Albert Speer - Een Duitse carrière (Annabel Junge)
Decennialang stond Hitlers geliefde architect Albert Speer bekend als ‘de goede nazi’. In tegenstelling tot de andere nazileiders was Speer zich namelijk van geen kwaad bewust ten aanzien van de vervolging en uitroeiing van Joden. Zijn naoorlogse leven lang bleef hij dat standpunt volhouden, ook in zijn eigen boeken die na zijn vrijlating uit Spandau (in 1966) verschenen. En die ontkennende houding werd wereldwijd geaccepteerd als zijnde de volle waarheid. Zelfs door nazi-jager Simon Wiesenthal. En ergens was dat ook verklaarbaar. Speer bood door middel van zijn ‘Erinnerungen’ en ‘Spandauer Tagebücher’ toch een bijzonder interessante blik in de voor velen onbegrijpelijke wereld van de nazi-ideologie. Hij behoorde immers tot de kopstukken in het nazirijk. Onlangs is echter de Nederlandse vertaling van een nieuwe biografie over Speer verschenen, getiteld ‘Albert Speer, Een Duitse carrière’. Hierin heeft historicus Magnus Brechtken in één klap korte metten gemaakt met dat ideaalbeeld van Speer.
 
 
Diverse bekende historici zijn Brechtken voorgegaan, onder wie Joachim Fest, Gitta Sereny, Heinrich Schwendemann, Dan van der Vat en Matthias Schmidt. De twee laatstgenoemden hebben destijds ook al de reputatie van Speer doen wankelen. Zij waren van mening dat Speer de oorlog onnodig langer heeft laten duren, terwijl hij wist dat Duitsland al verloren had en dat hij daarmee zich schuldig gemaakt had aan oorlogsmisdaden. Een conclusie die ook Brechtken trekt in zijn werk. Waarom nu dan toch weer een nieuwe biografie? Brechtken is daar glashelder over: eerdere biografen claimden onderzoek te hebben verricht, doch ze zijn daarvoor niet diep genoeg in de archieven gedoken. Alle professionele historici hebben teveel op de informatie vertrouwd uit Speers eigen boeken zonder die beweringen te staven met bewijzen. Amateurhistorici daarentegen hebben beter onderzoek verricht, zoals Susanne Willems die Speers rol bij de bouw van Germania onderzocht. Een kwalijke zaak vindt Brechtken wiens onderzoek tien jaar in beslag heeft genomen. De auteur gaat dan ook uiterst minutieus te werk in dit boek. Stap voor stap ontleedt hij de carrière van Speer. Archiefmateriaal werd door hem nauwgezet vergeleken met Speers vertelsels na de oorlog. Zo ontrafelt de historicus alle tegenstrijdigheden die hij tegenkomt en dat zijn er vele. Het gevolg laat zich raden: een totaal andere Albert Speer komt te voorschijn dan de charmante bescheiden man die Speer altijd leek te zijn. Brechtken zet de architect en later ook minister van Bewapening neer als een grote leugenaar en een briljant manipulator die er niet voor terugdeinsde om naaste medewerkers onder druk te zetten om zijn eigen gecreëerde beeld als ‘goede nazi’ overtuigend te laten zijn.
 
In ‘Albert Speer, Een Duitse carrière’ gaat het niet zo zeer ‘om het individu Albert Speer, maar eerder om de burgerlijke Duitser die bewust nationaalsocialist wordt om na 1945 die houding te ontkennen om zich geen rekenschap te hoeven geven van zijn handelen’, zo schrijft Brechtken in zijn inleiding. Daarmee typeert hij deze lijvige biografie goed. Centraal staan immers de ontmaskering van de mythe Speer en de zorgvuldige manier waarop hij die mythe tot stand liet komen. Brechtken beschrijft hoe weloverwogen Speer deze mythe voorbereidde tijdens zijn gevangenschap en ten uitvoer bracht na zijn vrijlating. In wezen is het boek te splitsen in twee periodes. Het eerste deel handelt over de periode 1905-1945, de jaren waarin Speer aangetrokken werd door het nationaalsocialisme en waarin hij snel carrière wist te maken binnen het Derde Rijk; het tweede deel is volledig gewijd aan de naoorlogse periode. Het tijdvak waarin Speer na het proces van Neurenberg begon aan het creëren van zijn alter ego. Gesteund door zijn uitgever Wolf Jobst Siedler en biograaf Joachim Fest met wie hij een driemanschap vormde om via zijn boeken zijn imago als goede nazi te bevestigen. Daarnaast waren ook de interviews die hij gaf aan kranten en voor tv belangrijke instrumenten bij het presenteren van fabels als pure realiteit, zoals dat hij niets wist van de verschrikkingen in de concentratiekampen. Zijn worsteling, zoals Speer dat noemde, om het onvoorstelbare – d.w.z. de Holocaust – te begrijpen, riep bij de Duitse bevolking, maar ook bij de rest van de wereld, grote sympathie op. Door zijn contacten te onderhouden met tegenstanders van het naziregime als Wiesenthal, Erich Fromm, Helmuth Kohl en de Duitse schrijver Carl Zuckmayer wist hij slachtofferorganisaties eveneens om zijn vinger te winden. Ook Harry Mulish zwichtte voor Speers charmeoffensief.
 

 
De ellende van de oorlog en de vrolijkheid van Kerstmis (Redactie TracesOfWar.com)
STIWOT-medewerker Kevin Prenger publiceert al enkele jaren historische kerstverhalen op deze website en Historiek.net. Recent verscheen van zijn hand het boek "Kerstmis onder vuur". Prenger beschrijft daarin de omstandigheden waaronder tijdens de Tweede Wereldoorlog kerst werd gevierd, door militairen, burgers en kampgevangenen. Te midden van het oorlogsgeweld bleef Kerstmis volgens de auteur een hoopvol baken van westerse beschaving. Geschiedeniswebsite Historiek.net stelde Kevin enkele vragen over zijn nieuwe boek:
 
Hitler bezoekt zijn troepen aan het Westfront in 1939. (The New York Public Library Digital Collections)
 
Kan je iets vertellen over je persoonlijke fascinatie voor kerst in combinatie met de Tweede Wereldoorlog? Waarom besloot je verhalen over kerst in de oorlog te verzamelen?
 
Wat mij fascineert is de tegenstrijdigheid tussen de ellende van de oorlog en de vrolijkheid van Kerstmis. Je zou zeggen dat kerst vieren en oorlog voeren niet samen gaan, maar het tegenovergestelde is waar. Zelfs onder de meest erbarmelijke omstandigheden werd er kerst gevierd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Blitz in 1940 zongen koren in Londense metrostations kerstliederen voor de mensen die hier schuilden voor Duitse bommen. Philips adverteerde in het eerste bezettingsjaar in Nederland nog gewoon met een radiotoestel als kerstcadeau. In 1942 vrolijkten Duitse soldaten in de bittere kou van Stalingrad hun bunkers en schuilplaatsen op met een plukje dennengroen en in de tropische hitte op het eiland Guadalcanal maakten Amerikaanse militairen kerstbomen van palmbladeren die ze versierden met verbandmateriaal.
 
Misschien wel het populairste kerstlied aller tijden, ‘White Christmas’, kwam midden in de oorlog uit en was toen al een gigantisch succes. Verder keken geallieerde krijgsgevangenen in de Duitse en Japanse kampen reikhalzend uit naar kerstpost van thuis en zelfs in concentratiekampen zoals Auschwitz werd er door sommige gevangenen heimelijk kerst gevierd, tot in een lijkenkelder aan toe. Dit alles toont de veerkracht van de mens en de kracht van kerst als baken van westerse beschaving. In mijn boek besteed ik aandacht aan mooie verhalen van verbroedering en goedheid, maar ook aan de gruwelen van oorlog en onderdrukking, want zowel het bloedvergieten aan het front als de naziterreur stopte niet tijdens de kerstdagen.
 
 
Was is een verhaal dat je persoonlijk heeft ontroerd?
 
Een ontroerend verhaal dat ik voor het schrijven van dit boek nog niet kende, is dat van de Italiaanse priester Borsotto. In het bergdorpje Andonno hielp hij enkele Joodse onderduikers aan onderdak. Tijdens de nachtmis tijdens de kerst van 1943 riep hij de kerkgangers op om de onderduikers geschenken te bezorgen, zoals de drie wijzen uit het kerstverhaal ook hadden gedaan bij de Heilige Familie in hun schuilplaats in Bethlehem. De dorpelingen, die het zelf ook helemaal niet breed hadden, klopten die nacht één voor één aan bij de twee onderduikadressen om voedsel en brandhout te schenken aan de vervolgde Joden. Borsotto werd voor zijn hulp aan Joden in 2014 postuum onderscheiden tot Rechtvaardige onder de Volkeren door het Israëlische Holocaustinstituut.
 
Maar ontroering zit soms ook in veel simpelere gebaren, bijvoorbeeld in het verhaal van twee Amerikaanse vliegeniers die op hun basis in Engeland sinaasappelen hadden opgespaard om cadeau te doen aan het Britse echtpaar dat hen met de kerst van 1944 uitgenodigd had voor het kerstdiner. In plaats van de kostbare vruchten veilig in de voorraadkast op te bergen, schilden de man en de vrouw enkele vruchten om ze vervolgens te delen met de buurtkinderen. De jongste kinderen hadden nog nooit een sinaasappel gezien, laat staan geproefd, want die waren sinds het begin van de oorlog niet meer verkrijgbaar omdat scheepsruimte benut werd voor goederen die belangrijker waren voor de oorlogsinspanningen. Dat mensen met wildvreemden hun schaarse rantsoen deelden, zoals in deze voorbeelden, vind ik ontroerend, juist omdat het zich in een tijd afspeelde waarin de meeste mensen, heel begrijpelijk, vooral dachten aan zichzelf en hun directe naasten.
 

 
Nieuwe artikelen op Go2War2.nl (Redactie Go2War2.nl)
 
3,7-cm-Tankabwehrkanone L/50 in Rundumfeuerlafette
Tijdens de oorlogsjaren (1939-1945) bleek dat de meeste 3,7 cm antitankkanonnen niet in staat waren goed gepantserde vijandelijke tanks op lange afstand uit te schakelen. De niet ingezette en experimentele 3,7-cm-Tankabwehrkanone L/50 in Rundumfeuerlafette vormde op die regel geen uitzondering.
 
 
10,5 cm leFH18 (Sf) auf Geschützwagen 39H(f)
Om de sterkste Franse tanks uit te schakelen werd gebruik gemaakt van superieure tactieken (afsnijden en omsingelen), 10,5 cm artillerie of zwaarder, 8,8 cm luchtafweergeschut (8.8 cm Flak 18/36/37) of duikbommenwerpers (Junkers Ju 87). Sommige middelzware tanks zoals de Hotchkiss H39 werden door Duitse troepen omgebouwd tot gemechaniseerde artillerie. Dat voertuig werd '10,5 cm leFH18 (Sf) auf Geschützwagen 39H(f)' genoemd en was vooral geschikt om vuur af te geven vanaf grote afstand.
 
 
15cm sIG33 (Sf) auf Panzerkampfwagen I Ausf. B
Om het onderstel van de Panzerkampfwagen I te hergebruiken besloten de Duitse legertop en ingenieurs van Alkett om het Panzer I-onderstel met zwaar 15 cm geschut te bewapenen en zodoende nieuw leven in te blazen in de verouderde tank. Zodoende ontstond een nieuw, gemechaniseerd geschut dat in staat was de infanterie van dichtbij te ondersteunen en vuursteun te verlenen.
 
 
Amerikaanse bommen (1942-1945)
Het Amerikaanse 'vliegende fort', de B-17 (Boeing B-17 Flying Fortress), was zeer geschikt om zwaardere (conventionele) bommen te vervoeren. Sommige bommen waren relatief licht en wogen rond de honderd kilogram, andere bommen waren zwaarder dan een ton. De meest krachtige Amerikaanse conventionele bommen waren in staat complete woonwijken plat te gooien.
 
 
7,62 cm PaK 36
Omdat het Duitse leger alle wapens goed kon gebruiken in de strijd tegen die en andere Sovjetwapens werden antitankkanonnen vaak veroverd en gemodificeerd om Duitse munitie af te kunnen vuren. Een van de belangrijkste Sovjet-antitankkanonnen was het 7,62 cm geschut dat door Duitse technici omgebouwd werd tot '7,62-cm-Panzerabwehrkanone 36'. Ook wel 7,62-cm-Pak 36 (ook met een hoofdletter geschreven 'PaK'), of 7,62-cm-Panzerabwehrkanone 36(r) genoemd. Het kanon was in staat Sovjet lichte, middelzware en zware tanks op grote afstand te vernietigen en werd gemonteerd in provisorisch gebouwde tankjagers.
 
 
Panzer Selbstfahrlafette 1 für 7,62cm PaK36(r) auf Fahrgestell PzKpfw. II Ausf. D1 und D2
Omdat veel 7,62 cm Sovjetkanonnen door Duitse troepen werd veroverd en die wapens uitstekende ballistische eigenschappen hadden, werd besloten het 7,62 cm kanon te monteren op verouderde Duitse tankonderstellen. De Panzer Selbstfahrlafette 1 für 7,62cm PaK36(r) auf Fahrgestell Panzerkampfwagen II Ausf. D1 und D2 (Sd.Kfz. 132, 'Sonderkraftfahrzeug 132'), was een improvisatie of poging om het 7,62 cm Sovjetgeschut te monteren op de romp van de Panzerkampfwagen II.
 
 
 

 

STIWOT Nieuwsbrief
18de jaargang, 11e editie
november 2018

 


De schrijvers in deze Nieuwsbrief zijn onafhankelijk en niet gebonden aan enig politiek denkbeeld of groepering. Grote interesse in de Tweede Wereldoorlog en de behoefte om er iets mee te doen hebben geresulteerd in dit continue project op vrijwillige basis.

Indien u ideeën, vragen of opmerkingen heeft verzoeken wij u om contact op te nemen met STIWOT.